Home

De foto’s van Bertien van Manen waren intuïtief, ongepolijst en vol energie

Het deed haar deugd, dat op haar grote overzichtstentoonstelling in 2020 in het Stedelijk Museum in Amsterdam ook werk van Robert Frank te zien was. Frank was een van Bertien van Manens grote fotografiehelden, en het was zijn iconische boek The Americans – een rauw beeldverslag van een roadtrip door de VS – waardoor ze was gaan fotograferen zoals ze dat heel haar leven zou blijven doen: direct, intuïtief, ongepolijst, met een zachte en tegelijkertijd toch zeer krachtige energie.

Vaak ging ze in haar eentje op pad, ook in landen waar dat, zeker voor een vrouw, nog helemaal niet zo vanzelfsprekend was: Rusland en Oost-Europa, Centraal-Azië en China, de Verenigde Staten. En vaak met vriendschappen voor het leven als resultaat: met Libby uit de Appalachen, Irina uit Moldavië, Jane uit Shenzhen. Vrouwen die ze tijdens haar fotografiereizen ontmoette, die haar uitnodigden in hun huizen en haar introduceerden bij hun kinderen en hun families, en met wie ze haar leven lang contact zou blijven houden.

Fotograaf Bertien van Manen overleed afgelopen zondag op 89-jarige leeftijd in haar woonplaats Amsterdam, in het grachtenpand waar ze woonde en werkte. Eerst met haar echtgenoot, de advocaat Willem van Manen, en hun twee kinderen. En sinds het overlijden van Willem in 2008 – ze waren meer dan veertig jaar getrouwd – in haar eentje.

Ze maakte fotoboeken, haar werk zit in museale collecties over de hele wereld (onder andere MoMA New York, Maison Européenne de la Photographie Parijs, The Metropolitan Museum of Photography Tokio, en het Stedelijk, het Rijks en Huis Marseille in Nederland) en werd wereldwijd geëxposeerd. Haar meeste recente expositie was tot vorige maand te zien in het Verwey Museum Haarlem, over Turkse vrouwen in Nederland.

Bertien van Manen, geboren Henket, werd in 1935 geboren in Heerlen. Haar vader was mijningenieur, haar moeder een „Haagse societydame”, zoals Van Manen vertelt in een interview met Marcia Luijten, in haar boek Gluckauf (2023). Daarin vertelde ze hoe graag ze deel wilde uitmaken van de warme, eenvoudige Zuid-Limburgse mijnwerkersgemeenschap, maar hoe lastig dat was, door haar chique komaf. Terwijl de moeders van klasgenootjes gezellig stonden te koken in hun piepkleine keukens met hun werkschort aan, droeg Van Manens moeder satijnen japonnen van het Amsterdamse warenhuis Hirsch en ging naar deftige feestjes. En terwijl de meeste meisjes uit haar buurt naar de plaatselijke huishoudschool gingen, werd Van Manen naar de streng katholieke Franse kostschool Sacré-Coeur in Vaals gestuurd. Het verlangen naar de warmte die ze vond in de Zuid-Limburgse gezinnen – „[…] ronde, zachte moeders, moeders die je aanraakten, je even streelden” – en de levensvreugde waarmee een eenvoudig leven werd aanvaard, zou ze haar hele leven in haar werk blijven opzoeken.

Na de kostschool volgde Van Manen een studie Franse taal- en letterkunde in Leiden en trouwde met Willem van Manen. Ze werkte na de geboorte van hun twee kinderen een tijdje als model, waarna ze halverwege de jaren 70 besloot liever achter dan voor de camera te staan. Eerst als modefotograaf, maar geïnspireerd door Robert Franks The Americans gooide ze al snel het roer om: „Wauw, dacht ik, dat wil ik ook”, vertelde ze tegen NRC: „Wat een verademing: het hoeft niet keurig te zijn, of perfect.”

Van Manen begon met documentaire fotografie; legde in zwart-wit de levens vast van Turkse en Marokkaanse vrouwen in Nederland en de Nederlandse vrouwenbeweging, maar vond pas echt haar stem in de kleurenfoto’s die ze maakte tijdens haar vele reizen.

Haar grote doorbraak kwam met A Hundred Summers, A Hundred Winters in 1994, een boek met foto’s van zestien reizen door het Oostblok. Ze kwam in Moskou, Sint-Petersburg, Rostov, Odesa, Tomsk, Siberië, reisde door Kazachstan, Oezbekistan, Moldavië, Georgië, en raakte er innig betrokken bij de levens van de mensen die ze tegenkwam. Met haar automatische kleinbeeldcamera, zodat iedereen bijna vergat dat ze er was, vertelde ze verhalen over vriendschap en liefde, geluk en verdriet, over jong zijn en ouder worden, over eenzaamheid en de dood. Ze kwam bij mensen binnen en legde hun interieur vast: het behang, de bank, de borden, de televisie. Levens van gewone mensen, gefotografeerd vanuit betrokkenheid en met warmte. Nooit cynisch of om hun armoede te grabbel te gooien.

Op die manier werkte ze ook tijdens haar vele reizen naar de Amerikaanse Appalachen; ze kwam er tussen 1985 en 2013 zeven keer, logeerde er bij mensen thuis op een oude versleten bank of in een camper op het erf, leerde de families kennen, de ooms, tantes en buren. Ze was erbij als de kinderen een handstand oefenden op de bank en feestte mee toen de mannen hun illegale voorraad alcohol in Tennessee hadden ingeslagen en het varken voor de winter werd geslacht.

Ze maakte ook reizen naar China, en alhoewel ze met het fotoboek East Wind, West Wind (2002) unieke inkijkjes wist te geven in het dagelijks leven van de Chinezen, ervoer ze die reizen ook als lastig. Door het grote cultuurverschil en de taal leerde ze de mensen daar maar moeilijk kennen, vertelde ze – en dat was nou juist haar kracht: dichtbij komen.

Ze zocht het niet altijd ver van huis: ook haar meer persoonlijke boeken, over haar kinderen (Easter and Oak Trees, 2013) en over het verlies van haar man Willem (Beyond Maps and Atlases, 2016), getuigen van een melancholische en liefdevolle poëtische blik.

De laatste jaren keek Van Manen terug. Voor Archive (2021) dook ze samen met vormgever Hans Gremmen haar eigen archief in. Het leverde een prachtig en persoonlijk document op, waarin het meer dan in haar andere boeken ook gaat over Van Manen zelf. Hoe ze werkte als fotograaf, hoe ze haar werk ordende, de notities die ze maakte, de foto’s die ze afkeurde of die juist haar voorkeur hadden. Ook staat ze pontificaal op de cover van Archive, terwijl ze altijd in interviews vertelde liever niet te zeer op de voorgrond te willen treden. „Dat was de keuze van Hans, maar ik moest wel even slikken. Zo jaren 70, zonder bh, een beetje brutaal. Niet echt de mevrouw zoals ik ben opgevoed.”

Laat je iedere week door de mooiste verhalen over kunst en cultuur gidsen

Source: NRC

Previous

Next