Home

Met de digitalisering van muziek raakt de fysieke platenhoes steeds meer uit beeld. Verliezen we zo een kunstvorm?

Decennialang waren de muziek van de lp en het visuele spektakel van de platenhoes onafscheidelijk. Nu albumcovers op Spotify en Apple Music alleen nog maar op postzegelformaat op ons smartphonebeeld te zien zijn, moeten coverartists hun creativiteit ergens anders kwijt.

Een banaan. Een driehoekig prisma dat een lichtstraal afbreekt in een regenboog van kleuren. Het schreeuwende hoofd van een ingegraven zwarte vrouw. Muziekliefhebbers hebben aan een paar woorden genoeg om te weten op welke platenhoezen deze beschrijvingen slaan. Zouden deze albumcovers net zo’n impact hebben gehad met een plaatje van 40 bij 40 millimeter op een smartphone?

Wie de proef op de som neemt met hedendaagse klassiekers via Spotify, vergrootglas erbij, ziet bijvoorbeeld een naakte vrouw met motorhelm van wie de schaamstreek is weggekrast (Motomami van Rosalía).

Of een groep feestende zwarte mannen die een witte man pletten in de tuin van het Witte Huis (To Pimp A Butterfly van Kendrick Lamar). Of dit: een enge tiener in slaapkleding op een onopgemaakt bed, die ons maniakaal aankijkt met witte ogen zonder pupillen. (When We All Fall Asleep, Where Do We Go van Billie Eilish). Stuk voor stuk onvergetelijke beelden, soms verontrustend, soms uitdagend, die aan de muziek een diepere betekenislaag geven.

Nee, hedendaagse cover art doet zeker niet onder voor de conceptuele kunstwerken uit de hoogtijdagen van de langspeelplaat. Maar, tenzij je bereid bent de tegenwoordig peperdure vinyl-versie aan te schaffen, zijn deze beelden wel verrekte klein.

Over de auteur

David de Jong is ontwerper en schrijft voor de Volkskrant over (grafisch) design.

Kleine geschiedenis van de platenkunst

Voor langwerpige smartphoneschermen is het vierkante coverformaat helemaal niet zo logisch. Het gebruik ervan is terug te voeren op de vorm van de grammofoonplaat, want de vierkante hoes was de meest praktische verpakking voor een rond voorwerp. Op de vroegste grammofoonplaten was je voor informatie aangewezen op het ronde etiket op de plaat: om te zien om welke opname het ging, keek je door het ronde gat in de hoes. De hoes zelf werd vaak gebruikt voor reclame, bijvoorbeeld voor de winkel waar de plaat was gekocht.

Pas na de Tweede Wereldoorlog ontstond een platenhoescultuur waarin het grafische ontwerp een relatie met de inhoud kreeg. Het vroegste creatieve idee was om simpelweg de artiest aantrekkelijk af te beelden. Met de komst van de fotografische reproductie, eind jaren vijftig, nam deze aanpak een vlucht. Vanaf dat moment sierden kleurrijke portretten van de artiest de platenhoezen, soms zelfs zonder tekst. Een baanbrekend voorbeeld was de cover voor Ella and Louis (van Ella Fitzgerald en Louis Armstrong) met die geweldige foto gemaakt door Phil Stern, die zo sprekend was dat de naam van de artiesten en de titel van de plaat weggelaten konden worden.

Vanaf de jaren zestig werd de booming platenindustrie voor ontwerpers het creatieve podium bij uitstek. Platenhoezen werden steeds uitzinniger: uitklaphoezen, posters en bijgestoken boekwerken moesten de koop- én verzamelwoede van het publiek aanwakkeren. Meer nog dan met boekomslagen, verpakkingen of reclame kon je met het ontwerpen van platenhoezen artistiek naam maken. Kunstenaars, fotografen en ontwerpers zoals Reid Miles, Andy Warhol, Vaughan Oliver en Designers Republic werden wereldberoemd door hun platencovers. Voor de komst van de tv creëerde de muziekindustrie, gevoed door de radio, de eerste vorm van massakunst die vrijwel elke huiskamer binnendrong. Platenhoezen waren voor veel mensen de eerste en wellicht enige vorm van design of beeldende kunst waarmee ze in aanraking kwamen. Deze kunst was écht voor iedereen.

Grafisch ontwerpers als rocksterren

Van een marketinginstrument voor platenbazen werd de albumhoes in de jaren zeventig veeleer een canvas voor de creatieve uitspattingen van ontwerpers. Ontwerpers van platencovers waren bijna even beroemd als de artiesten zelf. Het werk van bijvoorbeeld Cal Schenkel (voor onder anderen Frank Zappa), ontwerpcollectief Hipgnosis (onder anderen Pink Floyd) en Roger Dean (onder anderen The Who) heeft een cultstatus onder verzamelaars.

De leden van het Britse collectief Hipgnosis, verantwoordelijk voor iconische hoezen van Pink Floyd, Led Zeppelin en 10cc, werden gezien als rocksterren. Zelfs een band als The Rolling Stones was niet te beroerd om naar hun Londense studio te reizen voor drankovergoten brainstormsessies met de ontwerpers, zonder hinderlijke tussenkomst van platenbazen of managers. De mannen van Hipgnosis maakten zich weinig zorgen of de platen verkocht werden of niet, en nog minder over de astronomische productiekosten van hun creatieve ideeën. Een reusachtig zwevend opblaasvarken boven de krachtcentrale van Battersea Park (voor de cover van Pink Floyds Animals)? Tuurlijk! Even naar de Sahara vliegen om een paar rode bollen in het zand te fotograferen (voor Elegy, van The Nice)? Abso-fuckin’-lutely!

De anekdotes over de totstandkoming van deze uitzinnige beelden (het vliegverkeer rond Heathrow werd ernstig gehinderd door het losgebroken varken) hebben inmiddels een mythische status, en hun legendarische cover art is onverminderd populair, getuige ook de bejubelde documentaire Squaring the Circle: The Story of Hipgnosis (2022) van Anton Corbijn, en de succesvolle tentoonstelling The Art of Hipgnosis (2023) in het Groninger Museum.

De cover was een kunstwerk op zichzelf en vormde met de muziek een totaalbelevenis. Een enkele keer werd de hoes zelfs beroemder dan de muziek: iedereen kent Andy Warhols bananenhoes voor The Velvet Underground & Nico, maar de muziek is vooral nog bekend bij een kleine groep liefhebbers.

De tegendraadse en anti-commerciële opvattingen van Warhol, Hipgnosis en Designers Republic horen van oudsher vooral bij de wat meer ‘arty’ popmuziek. Platenlabels in klassieke muziek of jazz hebben altijd een behoudender ‘huisstijl’ gehad die de individuele artiest overstijgt. Wie kent niet de strenge covers met het übertraditionele gele krullenbeeldmerk van het label Deutsche Grammophon? Of de onder verzamelaars gewilde covers van jazzlabel Blue Note, met hun uiterst herkenbare combinatie van stemmige zwart-witfoto’s en frivole typografie? De seriematige uitstraling versterkt de herkenbaarheid van het label boven die van de artiest: brand over band.

Eind jaren tachtig verlegde de creativiteit zich van het riante vinylformaat naar de veel kleinere cd-verpakking. Het posterformaat van de uitgeklapte lp werd een boekje van 12 bij 12 centimeter, wat met name voor langere teksten, zoals een operalibretto, wel fijn was, maar weinig ruimte liet voor kunstzinnig beeldmateriaal. Toch wisten grafisch ontwerpers als Designers Republic en Vaughan Oliver in de jaren negentig vernuftig om te springen met de conventies van het cd-format. Voor elektronische artiesten zoals Sun Electric en Aphex Twin werden ware mini-kunstwerkjes gemaakt, met een gedurfd gebruik van vorm, materialen en druktechnieken.

Cd-hoezen voor het Engelse Autechre waren net zo abstract als hun muziek. Vorm- en taalgebruik van albumcovers zoals die voor Tri Repetae en Chiastic Slide leken te verwijzen naar een soort gecomputeriseerd geometrisch universum met onleesbare titels die uit willekeurig bij elkaar gesmeten letters en cijfers leken te bestaan. De invloed van de hoekige industriële vormentaal van Designers Republic is nog steeds zichtbaar binnen het meer minimalistische elektronische muziekgenre.

Visueel ecosysteem

Hedendaagse popartiesten zijn door de komst van streamingdiensten minder afhankelijk geworden van platenlabels, en hebben zelf meer invloed op hun artwork. Een foto van de artiest in een al dan niet verleidelijke pose blijft hier (helaas) het standaardrecept voor verreweg de meeste covers, van Michael Bublé tot Doja Cat. Maar in het beste geval levert het wel degelijk geslaagde albumkunst op: larger than life-sterren als Lady Gaga, Rosalía en Beyoncé beschikken over de middelen om heerlijk extravagante gedaantes aan te nemen voor hun releases, waarbij vaak gevestigde namen uit de kunst- en modewereld worden ingevlogen om een handje te helpen.

Denk aan het over de top kunstmatige artwork van Jeff Koons voor Artpop van Lady Gaga, de dromerige fotomontages van David LaChapelle voor Astroworld van Travis Scott en de fotoserie van onze ‘eigen’ Carlijn Jacobs voor Renaissance van Beyoncé. Deze grote artiesten zijn nu meer dan ooit totaalkunstenaars die zich met ogenschijnlijk gemak op het terrein van mode, design, film en beeldende kunst begeven. Bleef hun beeldtaal vroeger beperkt tot een kunstzinnige albumhoes en een opvallende videoclip, inmiddels uiten artiesten zich op allerlei manieren in een grotendeels digitaal visueel ecosysteem dat zich uitstrekt van Spotify tot YouTube, en van TikTok tot Fortnite.

De toekomst is in beweging

Maar betekent dit ook echt het einde van de platenhoes? Creatief bloed kruipt waar het niet gaan kan, en dus is er wel een hoopgevende ontwikkeling gaande. Het staande videoformaat dat we kennen van bijvoorbeeld TikTok is veel beter geschikt voor de smartphone en heeft inmiddels zijn weg naar de muziekstreamingdiensten gevonden. Spotify introduceerde in 2019 de functie canvas, een video-loop van 8 seconden die schermvullend te zien is tijdens het afspelen van een nummer, of als een serie korte previews van een album. De functie is bedoeld om aandacht en betrokkenheid bij de TikTok-generatie te vergroten. En het werkt: nummers die van de functie gebruikmaken worden volgens Spotify gemiddeld 145 procent meer met anderen gedeeld. En het biedt creatieve makers, zoals videokunstenaars en animatoren, letterlijk een nieuw, bewegend canvas voor hun artwork.

Mooie voorbeelden? Er is natuurlijk niks mis met het knippen van een fragmentje uit een clip, maar leuk wordt het pas echt wanneer er inventief wordt omgesprongen met de beperkingen van formaat en duur van het videoloopje. De hypnotiserende reflecties op de rondjes draaiende gele sportwagen onder Bad Guy van Billie Eilish geven de beats een nerveus gevoel van snelheid. Het cassettebandje onder New Light van John Mayer tovert je smartphone om in een ouderwetse walkman (als je niet weet wat een walkman is – nog eens Guardians of the Galaxy kijken).

Het leuke van de canvas-feature is dat je op een laagdrempelige manier zelf een videofragment kunt uploaden. Er is dus ook veel doe-het-zelfwerk in de app te bewonderen van minder bekende artiesten. Kijk naar dat afwisselend gezellige en morbide animatiepoppetje bij Spencer Cullum’s Imminent Shadow. Of de troostrijke omhelzing in een tienerachtige graphic novel-stijl bij Distance van Yebba. Het door het herhaaleffect vreemd rustgevende bomenlandschap bij het nummer Tracing Nature van Matthew Halsall vormt samen met de andere canvasses van het album An Ever Changing View een videoclip in delen. Op Spotify zie je een nieuwe vorm van miniatuur-videokunst ontstaan.

En wat als de platenhoezen zelf bewegen? Apple Music is (vanaf iOS-versie 17) begonnen met geanimeerde albumcovers. Voorbeelden zijn Taylor Swifts Folklore en Lil’ Uzi Verts Luv vs. The World 2. Maar de strenge restricties die Apple aan makers oplegt zijn niet bepaald stimulerend voor de creativiteit: de animatie moet volledig gebaseerd zijn op de albumcover, er mag uit veiligheidsoverwegingen (?) niet te wild geanimeerd worden, de animatie moet een loop zijn (eindigen met hetzelfde frame als het begin) en daarbij mag er niet gesmokkeld worden met overvloeiers. Bovendien krijgt de luisteraar de bewegende art alleen te zien bij goede ontvangst en een volle batterij. Geen wonder dat coverartists deze feature nog grotendeels links laten liggen. Opvallend detail: de bewegende covers bij tracks en albums hebben niet altijd meer een vierkant formaat, maar ook staand. Waarmee ook de allerlaatste verwijzing naar de grammofoonplaat tot het verleden lijkt te behoren.

Platenhoezenkunst is niet dood, maar heeft zich in de vorm van videokunst op klein formaat opnieuw uitgevonden.

En de vinylplaat dan?

De vinylplaat lijkt onverwoestbaar, en is bezig aan zijn zoveelste leven. Een groot deel van nieuwe (pop)muziek wordt ook op vinyl uitgebracht, en de platenspeler is weer in opmars. Je hoeft geen rijke, audiofiele, speciale-editie-verzamelaar te zijn om te genieten van langspeelplaten en hun gorgeous graphics. Duur? Via de tweedehands markt is vrijwel iedere denkbare langspeler nog te verkrijgen, en vaak voor een habbekrats. Check naast platenbeurzen en vintage winkels ook sites als Discogs, Ebay en Marktplaats. Je hoeft er je luie luisterstoel niet voor uit.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next