Rapport Planbureau voor de Leefomgeving Het PBL roept provincies en Rijk op meer samen te werken om het ‘nieuwe nationaal omgevingsbeleid’ van de grond te krijgen. En daarnaast „schiet” de uitvoeringscapaciteit „enorm tekort”.
Rijk en provincies zijn niet genoeg toegerust om de grote problemen in Nederland op het gebied van wonen, landbouw, natuur, water en energievoorziening samen op te lossen. Dat constateert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in een rapport dat maandag is verschenen.
Het PBL schrijft in een persbericht dat er een „impasse” is ontstaan in wonen, natuur en landbouw. Volgens het planbureau is „concrete actie” nodig om die impasse te doorbreken, maar ontbreekt een samenhangende visie van het Rijk; werken overheden te weinig samen en is er voor bepaalde plannen onvoldoende geld. Ook zijn er te weinig ambtenaren en bouwvakkers.
Op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken deed het PBL onderzoek naar de ruimtelijke voorstellen van provincies. Het planbureau uit kritiek op de uitvoering van plannen op meerdere beleidsterreinen. Er is „onvoldoende ruimtelijke visie op water en energievoorziening”, aldus het Planbureau, en de uitvoeringscapaciteit „schiet enorm tekort”. Ook constateert het planbureau dat het landbouw- en natuurdossier „muurvast” zit en dat „een visie op de ontwikkeling van een circulaire economie ontbreekt”.
Het PBL roept provincies en het Rijk op om meer samen te werken. In 2022 vroeg het Rijk aan de provincies om samen met de rijksoverheid, gemeenten en waterschappen ruimtelijke voorstellen te doen voor een ‘nieuw nationaal omgevingsbeleid’. Op allerlei gebieden blijken de hindernissen echter te groot om werkbare plannen te maken. „Eigenlijk stonden de provincies voor een ondoenlijk vraagstuk”, stelt auteur Rienk Kuiper van het rapport in het persbericht.
Het planbureau constateert vooral veel hindernissen bij de aanleg van woonwijken. Daarbij blijft de aanleg van allerlei infrastructuur achter, zoals energie, drinkwater en de ontwikkeling van groen.
Daarnaast zijn er voor woningbouw onvoldoende bouwvakkers, is er veel verzet vanuit de samenleving en belemmeren regels rond ruimte en milieu de uitvoering.
In 2030 moeten 900.000 woningen zijn bijgebouwd. Dat staat in de plannen vermeld als een vaststaand feit, maar het aantal gebouwde woningen loopt ver achter bij dat doel. Er zouden jaarlijks 150.000 woningen moeten worden gebouwd, in de praktijk waren dat er de afgelopen jaren slechts 70.000. In algemene zin besteden de plannen van het Rijk „geen aandacht aan de vele onzekerheden” in toekomstige ontwikkeling, aldus het rapport.
Om die plannen de komende decennia uit te voeren, is volgens het PBL een „aanzienlijke inhoudelijke slag” nodig. Ook stelt het PBL voor financiering anders in te zetten. De rijksoverheid verdeelt geld voor bepaalde doelen, maar provincies willen het geld van het Rijk juist per regio inzetten.
Ook moet er een ruimere blik op de toekomst komen. Veel provinciale plannen lopen niet verder dan 2030. De bedoeling van het Rijk is dat provincies ook plannen voor 2050 en tot 2100 maken. Daarbij moet meer ruimte voor onzekerheden in de plannen komen.
Source: NRC