Home

Opinie: Btw-verhoging op media en cultuur treft vooral de rijken

De beoogde vier coalitiepartijen willen de btw op boeken, media en theater verhogen van 9 naar 21 procent. De cultuursector vreest ernstige effecten, voor haar aanbod en vooral de mensen met lagere inkomens. De verontwaardiging is onterecht, stellen Michiel Buitelaar en Peter Olsthoorn.

Het woord ‘cultuur’ komt drie keer voor in het hoofdlijnenakkoord ‘Hoop, lef en trots’; echter louter in het landbouwhoofdstuk als aanduiding voor ‘boeren, tuinders en vissers’. Kennelijk telt cultuur verder niet voor PVV, VVD, NSC en BBB.

In de financiële bijlage is cultuur een voetnoot die geld oplevert: er wordt een opbrengst van 950 miljoen euro voorzien voor de verhoging van het btw-tarief voor ‘culturele goederen en diensten – uitgezonderd bioscopen en dagrecreatie – van 9 naar 21 procent.

Over de auteurs:

Michiel Buitelaar en Peter Olsthoorn zijn (wetenschappelijk) onderzoekers. Buitelaar was directielid van Sanoma, nu DPG Media.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Daarop verscheen op 21 mei een paginagrote, maar eenzijdige advertentie in dagbladen gericht tegen deze verhoging. De argumenten behelzen de noodzakelijke strijd tegen desinformatie, via betrouwbare journalistiek, anderzijds de toegang daartoe: ‘Mensen met een kleine beurs worden afgesneden van verdiepende journalistiek, met een groeiende nieuwskloof tot gevolg.’ Ten derde wordt gevreesd voor ingrijpende financiële gevolgen voor redacties, vooral die van de kleinere titels zoals regionale dagbladen.

Mocht de advertentie betaald zijn, dan is dat grotendeels gedaan door de grootste uitgevers DPG Media en Mediahuis. De eerste boekte over 2023 een brutowinst van 360 miljoen euro, Mediahuis 150 miljoen. Uit die half miljard kunnen ze zonder kleerscheuren de hele btw-verhoging voor kranten en tijdschriften voor hun rekening nemen.

Abonnees zijn grotendeels mensen zoals wij: 50-plussers met een goed salaris en vermogen. Vaak weten we niet eens wat een abonnement kost want we kunnen ‘de krant’ geen dag missen, al lezen we die veelal digitaal.

Met onze rijkdom zijn we regelmatige bezoekers van musea en theaters, meer schouwburgen dan bioscopen. Om ons heen zitten voornamelijk gelijkgezinden: mensen op leeftijd die het materieel goed hebben. De btw-verhoging dragen we met gemak; en we profiteren van de subsidies op tickets voor theaters en musea, die vooral rijken zoals ons ten goede komen.

Bovendien, die 10 procent die een btw-wijziging de tickets duurder zou maken, gaat al op aan consumpties. Dat geldt net zo goed voor de festivals: prijzen stegen vaak exorbitant. Neem Lowlands waarvoor toegang nu 325 euro kost, een muntje voor consumptie 3,75 euro. Niet voor de ‘kleine beurs’ maar voor de happy few. Die btw-verhoging maakt niets uit, Lowlands is altijd uitverkocht.

En boeken dan? Ook die vinden voornamelijk hun weg naar witte, hoogopgeleide, rijke Nederlandse theaterbezoekers met krantenabonnementen. Ze betalen grif de vaste boekenprijzen – een kartel – die forse winsten opleveren voor bijvoorbeeld Bol.com (Ahold). Niettemin neemt het aantal boekwinkels weer toe. Overigens krijgt het overgrote deel van de auteurs hooguit 10 procent van de opbrengst, waarvan velen niet kunnen leven. De branche verdient vooral aan bestsellers.

Het effect van btw-verhoging is laag in een groot deel van de cultuurmarkt waar rijken de dienst uitmaken. In 2008 is onderzoek gedaan naar effecten van het lage btw-tarief voor cultuur en media. Conclusie: gevolgen op de vraag zijn op korte termijn beperkt. Het effect op ontlezing is minimaal, die wordt vooral door andere factoren bepaald.

Dan is er nog in 2022-2023 onder minister van Financiën Sigrid Kaag (D66) door bureau Dialogic en Significant-APE onderzoek gedaan naar de effecten van het lage btw-tarief van 9 procent, niet enkel voor cultuur maar ook voor voeding, openbaar vervoer, water en bloemen. De conclusies zijn even opmerkelijk als hard: het is een slecht instrument om de minder draagkrachtigen te helpen. Hoe rijker een huishouden, hoe meer het profiteert. Het leidt waarschijnlijk niet tot meer consumptie van culturele goederen.

De conclusie moet luiden dat de beoogde btw-verhoging aan de aanbodzijde de cultuursector niet hard zal raken, en aan de vraagzijde niet in de eerste plaats de arme consumenten, maar juist de rijken.

Dit is de ene kant van het verhaal; anderzijds is er het euvel dat genoemd cultuurgoed weinig genoten wordt door minder draagkrachtigen, mede (maar niet louter) vanwege de prijs. Zou het niet beter zijn als PVV, VVD, NSC en BBB zich echt bekommeren om armere mensen?

Ze kunnen de opbrengst van de btw-verhoging besteden aan cultuur voor minder draagkrachtigen. Dat vereist hoop, lef en trots, maar er zijn mogelijkheden met de expertise van theaters, uitgevers, musea, boekwinkels en bibliotheken die hierin vooropgaan, zoals theaters in onze stad Rotterdam.

De Gelderlander deed een proef met gratis abonnementen voor arme mensen. DPG-baas Erik Roddenhof noemde dit ‘een wereldinitiatief’. De nieuwe cultuurminister kan goedkope toegang tot journalistiek, boeken, theaters en musea met makers en directies bespreken.

Natuurlijk, trekkerwedstrijden, poezen verzorgen en carnaval zijn ook cultuur. Maar hoe mooi zou het zijn als we minder draagkrachtigen – vooral kinderen via onderwijs – helpen proeven van mooie romans, poëzie, theater en journalistiek, voor zover ze dat al niet doen? Zo elitair hoeft het niet te zijn.

Met goede hoop en een beetje lef kunnen we met trots – of beter: wat humor! – de prachtige Nederlandse cultuur breder helpen verspreiden, ook via ‘onze’ NPO. Wellicht dat fractieleiders van regeringspartijen zich daar straks in de Tweede Kamer sterk voor maken – zelfs gesteund door de oppositie.

Cultuur is geen splijtzwam, integendeel.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next