Coronaverpleegkundige Theodoor werd verdacht van twintig moorden op een covid-afdeling, nadat hij traumahulp zocht in de ggz. De aanklacht werd uiteindelijk geseponeerd, maar op eerherstel hoefde hij niet te rekenen. Volkskrant-lezers reageren.
Het artikel over de van twintig moorden verdachte verpleegkundige Theodoor heeft mij als huisarts (niet praktiserend) heel diep geraakt. Wie als arts (of verpleegkundige) wordt geconfronteerd met een acuut verslechterende, stervende patiënt die onmenselijk lijdt zal in deze noodsituatie tot handelen kunnen en zelfs moeten overgaan, dat door het op afstand functionerende Openbaar Ministerie (OM) als ‘moord’ kan worden geduid.
Ik heb die situatie zelf een paar keer meegemaakt. Wanneer een dergelijke patiënt kort hierna ondanks, of dankzij, dat handelen (dat weet je nooit) komt te overlijden, kan het voelen alsof je ‘een zetje in deze richting’ hebt gegeven. Nog één stapje verder en je bent in de ogen van het OM een moordenaar. Net als in de geruchtmakende zaak Tuitjenhorn wordt - zo lijkt het - totaal niet beseft dat hulpverleners voor noodsituaties kunnen komen te staan, waarbij je, door juist níets te doen, de patiënt vaak letterlijk laat stikken.
Door het optreden van het OM in deze casus zou dit wel eens vaker kunnen gebeuren, want welke arts of verpleegkundige durft nog zijn nek uit te steken? De ten onrechte verdachte verpleegkundige richt nu zijn pijlen op het schenden van het beroepsgeheim van de ggz-medewerkers, die hem behandelden. Een aanzienlijk groter gevaar voor zijn toekomst vormt het oppermachtige, vrijwel onkwetsbare OM dat hem niet vervolgt, maar hem desalniettemin weigert vrij te pleiten. Een dergelijke, stigmatiserende situatie heb ik zelf eveneens meegemaakt en ik vrees dat dit ook de betreffende verpleegkundige levenslang zal blijven achtervolgen.
Ignace Schretlen, Rosmalen
Wat een nachtmerrie moet het zijn, waarin Theodoor terecht is gekomen. Zo heeft covid veel verschillende slachtoffers gemaakt.
Wat ontzettend jammer dat de ggz-medewerkers zich niet op de hoogte hebben gesteld van de gang van zaken op een covid-afdeling. Misschien zijn ze zo gewend aan hun protocollen, dat ze niet kunnen bedenken dat zich in de somatiek situaties voordoen die dwingen tot afwijken van het protocol in het belang van de patiënt.
Ineke Schutte-Hoogstraten, voormalig verpleegkundige en gepensioneerd klinisch psycholoog, Zuidwolde
Tijdens mijn werkzame leven in de zorg op een afdeling waar met name vrouwen met gynaecologische kanker lagen, heb ik vaak aan het bed gestaan van een soms nog jonge, stervende vrouw. In de stervensfase kregen veel vrouwen een morfinepomp om hun pijn te bestrijden. Als er iemand overleed terwijl ik net een half uurtje daarvoor de stand van de morfinepomp had verhoogd, voelde dat ongemakkelijk. Ook al was het in opdracht van de arts gebeurd.
Ik heb daar nooit een slecht gevoel over gehad, tot een paar jaar geleden. Ik had avonddienst en verpleegde een vrouw van eind twintig. Zij had een agressieve vorm van gynaecologische kanker. Ze lag alleen op een kamer en had haar partner en wat vriendinnen naast haar bed zitten. Haar ouders waren met spoed onderweg uit een ander land om haar nog even te kunnen spreken. Ik hoopte dat zij nog op tijd zouden zijn.
Een morfinepomp moest haar verschrikkelijke pijn onder controle krijgen, maar dat lukte niet. Ik riep er een arts bij, die mij het advies gaf om nog wat extra morfine bij te spuiten. Terwijl ik de spuit klaarmaakte om te geven, schreeuwde de vrouw het uit: ‘help me, help me’. Ze keek me daarbij smekend aan. Langzaam spoot ik de voorgeschreven dosering in haar infuus. Terwijl ik dat deed stierf ze. Haar partner keek mij ontzet aan en meteen voelde ik dat ik dit gebeuren niet zomaar kon vergeten.
Een alerte collega heeft voor mij geregeld dat ik de behandelend arts en de partner van de patiënt kon spreken. Dat heeft enorm geholpen voor de verwerking.
Ik heb nooit in zo’n heftige situatie als Theodoor verkeerd, maar snap helemaal hoe hij zich moet hebben gevoeld.
Paula Groenendijk, Leiden
Wat een schrijnend verhaal over verpleegkundige Theodoor die onterecht van moord wordt beschuldigd, door misinterpretatie van zijn verhaal in de ggz. Het legt de vinger op twee pijnplekken in hoe de zorg georganiseerd is: tijdsdruk en de kloof tussen ggz en medisch somatische zorg.
Elke hulpverlener heeft de taak om alert te zijn op misstanden. Maar de eerste plicht is de zorg voor de patiënt. Hoe was dit verlopen als de intakers de tijd hadden genomen om goed te luisteren, door te vragen en tijdens het gesprek hadden gecheckt: ‘hoor ik het goed, bedoel je dit?’ En als ze anoniem bij een medische professional hadden gecheckt: wat is normaal, hoe is het geregeld, en hoe ging dat op een covid-afdeling?
Voor verdenking op kindermisbruik is dit geformaliseerd, kan een hulpverlener anoniem Veilig thuis raadplegen om alle stappen zorgvuldig door te nemen. Maar als het over iets medisch gaat is er een zwart gat, ook vice versa. Psychologen en artsen worden gescheiden opgeleid, spreken een andere taal en weten weinig van elkaars denkwereld en realiteit. En door gescheiden financiering wordt samenwerking ontmoedigd. Patiënten zijn daarvan de dupe, ook bijvoorbeeld bij aanhoudende lichamelijke klachten zoals chronische pijn, vermoeidheid en functioneel neurologische stoornissen.
Hoe gaan wij ervoor zorgen dat de kloof tussen psychische en medische zorg structureel wordt overbrugd, zodat patiënten niet meer tussen wal en schip vallen? Wie pakt die handschoen op?
Myriam Lipovsky, internist-psychotherapeut, Zeist
Tijdens het lezen van het artikel heb ik weer dat gevoel in mijn buik. Denk ik aan de vele covid-patiënten die je sprak, met wie ogenschijnlijk nog niet zoveel mis leek te zijn. Tot je de getallen van de bloedgaswaarden ziet en alles in een stroomversnelling gaat. Regelmatig waren patiënten bij je volgende dienst al overleden. Op de intensive care was het verschrikkelijk en soms traumatisch. Op de ‘gewone’ covid-afdelingen was het vele malen erger: patiënten happend naar adem, in letterlijke doodsangst, waar jij als verpleegkundige bij staat terwijl er nog vele anderen met dezelfde problematiek ook hulp nodig hebben.
Regelmatig haalden wij als ic-team patiënten op om bij ons verder te behandelen. Vele patiënten kwamen echter niet in aanmerking voor deze behandeling door bijkomende problemen, zoals leeftijd enzovoorts. Keuzes die gemaakt zijn door de omstandigheden en de gigantische druk tijdens de pandemie. De achterblijvers waren niet minder ziek, integendeel. Verpleegkundigen als Theodoor zijn geconfronteerd met deze verschrikkingen. Het geven van morfine verlicht de benauwdheid en dat is vrijwel het enige wat je dan kunt doen op die momenten.
Tegen Theodoor zou ik willen zeggen: je hebt niets fout gedaan, je hebt het enige juiste gedaan. Morfine geven ter verlichting van benauwdheid. Jouw patiënten zijn overleden aan covid, niet aan de morfine. Tegen de twijfelende familieleden zeg ik precies het zelfde: jullie dierbaren zijn het slachtoffer geworden van een virus dat een pandemie heeft veroorzaakt die ik nooit meer hoop mee te maken.
Maril Renders, intensive care verpleegkundige, Eindhoven
‘Er is tijdens en na de pandemie heel veel uitval geweest onder de verpleegkundigen’, vertelt een longarts van het Wilhelmina Ziekenhuis aan de politie. ‘Ik denk dat er nu nog maar tien van de zestig werken uit die tijd.’
Wat zegt dat eigenlijk over het bestuur, de afdeling hr en de arbodienst van dit ziekenhuis? Ik lees in dit interview met Theodoor niks over opvang van het eigen personeel door het ziekenhuis in die vreselijk tijd. Theodoor moest zelf maar hulp zoeken, met alle gevolgen van dien. En wat nog het ergste is: zijn werkgever neemt het na seponering van de zaak niet voor hem op. Nee, hij geeft hem nog een trap na. Hij noemt de zaak ‘toch een beetje grijs’. ‘Allerlei vragen worden niet beantwoord en er komt ook geen heldere conclusie.’
Ik snap dat Theodoor het vertrouwen in zijn werkgever kwijt is, maar dat hij nadenkt over een andere loopbaan vind ik spijtig. Ik denk dat hij na zijn herstel zijn werk gewoon weer had kunnen oppakken. Net zo bevlogen en kritisch als hij was. Maar dan wel bij een andere werkgever.
Tecla Boonstra, verpleegkundige, Amsterdam
Misschien is het een idee om met deze ervaring gastlessen te gaan geven aan hulpverleners over wat er kan gebeuren als je een protocol denkt te volgen en ondertussen zo kunt verdwalen. Als hulpverleners, soms zonder de cliënt zelf te spreken, afgaan op wat een andere hulpverlener zegt zonder zelf grondig te checken. Hoe een dossier dan kan ontsporen van de werkelijkheid.
We hebben geklapt voor mensen in de zorg destijds, maar voor Theodoor is eerherstel wel het minste dat nog moet gebeuren.
Ans Peters, Zeist
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant