Op modegebied staan China en India vooral bekend als lagelonenlanden, waar naaisters worden uitgebuit in sweatshops. Onterecht, bewijst de State of Fashion Biennale, waar activistische mode uit ‘het mondiale Zuiden’ wordt getoond. Verfrissend, belangrijk, én prachtig om te zien.
Op een videoscherm in de voormalige Rembrandt-bioscoop in Arnhem zijn vijf vrouwen uit Shenzhen te zien. De vrouwen trokken ooit van het Chinese platteland naar de miljoenenstad, waar ze werk vonden als naaisters in een sweatshop. Ze wonen in arbeidersdistrict Bao’an, twee uur van het centrum van Shenzhen vandaan, maar dicht bij de haven. De obscene bergen fast fashion die in Bao’an worden geproduceerd, moeten snel verscheept kunnen worden naar de andere kant van de wereld.
Over de auteur
Lisa Bouyeure schrijft voor de Volkskrant over mode en internetcultuur.
Inmiddels werken de vrouwen vanuit huis voor verschillende kledingfabrieken. Ze hoeven hun fabrieksuniformen niet meer aan, maar hun rol is niet wezenlijk veranderd: die van inwisselbare, anonieme uitvoerder. Daarom is het zo belangrijk wat er te zien is op dat videoscherm in Arnhem, waar momenteel de derde editie van de State of Fashion Biennale plaatsvindt. De vrouwen zetten de schaar in hun donkergroene uniformen, bedenken nieuwe patronen en knippen applicaties uit restjes stof. Even zijn ze geen naaister maar ontwerper. Hun eigen leefomgeving diende als inspiratie: flats, schaduwen van hekken, planten, elektriciteitsmasten.
Het project uit 2018 werd geïnitieerd door About A Worker, een ontwerpstudio die fabrieksarbeiders van over de hele wereld zelf laat ontwerpen. Er mag namelijk best wat vaker worden nagedacht over machtsverhoudingen binnen de mode-industrie. En laten we ook eens luisteren naar alle verhalen die amper worden gehoord.
Het is exemplarisch voor de insteek van de State of Fashion Biennale, die dit jaar het thema Ties That Bind heeft. Ja, we kennen landen als China in relatie tot kleding. Het is waar de T-shirts in elkaar worden genaaid die hier voor een appel en een ei in de winkel komen te liggen. Het is waar diezelfde T-shirts weer worden gedumpt op grote vuilnishopen, een gebruik dat ‘afvalkolonialisme’ wordt genoemd. Het is waar westerse ontwerpers inspiratie komen opdoen voor dessins, borduursels of kapsels. We noemen ze lagelonenlanden. Op modegebied zijn ze vooral bekend van alle manieren waarop de inwoners, het land en de cultuur worden uitgebuit, zodat mensen uit beter bemiddelde delen van de wereld zich steeds weer in het nieuw kunnen steken.
Ties That Bind schaart de meer dan twintig deelnemende landen onder de noemer ‘het mondiale Zuiden’, een term die niet zozeer duidt op de geografische ligging maar op een gedeelde socio-economische status. De tentoonstelling laat zien wat die landen te bieden hebben aan creativiteit, materialen, technieken, tradities en verhalen. Dat is verfrissend en belangrijk, maar ook gewoon prachtig om naar te kijken.
Zo bewijzen drie legerpakken van de Thaise kunstenaar Jakkai Siributr dat activisme en schoonheid elkaar allerminst hoeven te bijten. De uniformen, getiteld Blind Faith I, II en III, zijn fraai geborduurd met geluksamuletten, kogelhulzen en gekleurde glaskraaltjes. In Thailand geldt dienstplicht voor jonge mannen die op de middelbare school geen militaire training hebben gehad. Het gros van die mannen komt uit arme gezinnen met te weinig geld voor hoger onderwijs. Op bescherming van de overheid hoeven ze niet te rekenen, dus moeten ze het doen met hun talismannen met kleine Boeddha’s erop.
De legerpakken van Siributr worden tentoongesteld in de zaal Political Bodies, een van de vier thema’s van Ties That Bind. In de andere zalen van het Rembrandt Theater staan traditie, integriteit en beschutting centraal. De oude bioscoop is de hoofdlocatie van de Biennale. Verderop in de stad, in cultureel centrum Rozet, reflecteren Arnhemse makers op de thematiek.
De eerste Biennale onder de nieuwe State of Fashion-directeur Iris Ruisch werd gecureerd door de Britse Rachel Dedman en Louise Bennetts. In het voorjaar waren er al zusteredities in Nairobi (Kenia), Bangalore (India) en São Paolo (Brazilië), waarvoor lokale co-curatoren werden aangesteld. Een aantal werken is doorgereisd naar Arnhem, zoals een kleurrijke installatie van sariblousjes waarop vrouwen uit Bangalore citaten over het watertekort borduurden.
De roodfluwelen gordijnen en bioscoopstoelen van het Rembrandt Theater blijken een perfecte omlijsting voor alle bijzondere materialen die er te zien zijn. Een pak van barkcloth bijvoorbeeld, textiel van bewerkt boomschors dat in onder meer Oeganda al eeuwenlang wordt gebruikt. Of een bloemenprint uit Guatemala, gemaakt door bloemen en planten op de stof te schikken en de pigmenten eruit te hameren. Een zwart-wit gemêleerde top blijkt geweven van opgerolde reepjes hanji-papier met daarop een 15de-eeuwse tekst die de basis zou vormen voor het Koreaanse alfabet. Er is vlechtwerk van afgedankte denim en latex van druivenafval.
Sommige kledingstukken zijn ontegenzeggelijk politiek, zoals de met Arabische teksten bedrukte T-shirts van de Libanese Farah Fayyad. Tijdens de anti-overheidsdemonstraties in 2019 had ze in Beiroet op straat een zeefdrukpers geïnstalleerd. Voorbijkomende actievoerders konden ter plekke hun jassen en T-shirts uittrekken om er leuzen op te laten drukken.
De jurkjes en tasjes van modelabel Luna Del Pinal zien er dan weer zo gezellig uit, met alle kraaltjes, haaksels en vrolijke prints, dat de activistische boodschap je zomaar zou kunnen ontgaan. Naast een wijd uitlopende broek van hennep staat daarom een bordje waarop alle kosten zijn uitgesplitst, van de duurzaam verbouwde hennep die vanuit India naar Guatemala geïmporteerd moest worden, tot de kwaliteitscontrole van de uiteindelijke broek.
De conclusie die je eruit kunt trekken: mensenwerk en materiaal kosten geld. Dat lijkt misschien een open deur, maar ons huidige modesysteem is zo ingesteld op uitbuiting dat we hier zelden worden geconfronteerd met de werkelijke kosten van kleding, laat staan met degenen die de prijs betalen. Dat moet en kán anders, schreeuwt deze tentoonstelling die verhalen over verandering centraal stelt.
In Museum Arnhem is tijdens Ties That Bind het performancekunstwerk Kleidungsaffe (2006) van de Indonesische kunstenaar Melati Suryodarmo te zien. Het wordt opgevoerd door Lisette Ros, die drie uur lang in een grote boom van tweedehands kleding zit. Haar armen en benen heeft ze om de stam gevouwen, als een aapje dat zich vastklampt aan een hardnekkig patroon van overconsumptie. Ros heeft haar ogen gesloten.
State of Fashion: Ties that Bind, t/m 30 juni, Rembrandt Theater en andere locaties in Arnhem.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant