De onlinekrant uit Noordoost-Noorwegen, met onder meer vier gevluchte Russische journalisten op de redactie, vormt een luis in de pels van de Russische geheime dienst FSB. ‘Er is er één ding dat beangstigend is voor Poetin, en dat is dat we Russische lezers bereiken.’
‘Hoe voelt het om het einde van de Tweede Wereldoorlog te herdenken terwijl je een vreedzaam buurland bestookt met kruisraketten?’ De Noorse journalist Thomas Nilsen gaat er tijdens het interview met de Russische consul bij het oorlogsmonument in Kirkenes met gestrekt been in. Als de diplomaat een ontwijkend antwoord geeft, herhaalt Nilsen de vraag nog maar eens. ‘Mijn vraag was: hoe voelt dat nou?’
Laat het maar aan Nilsen of een van de andere medewerkers van The Barents Observer over om de journalistieke confrontatie met het Russische regime te zoeken. De door Moskou verketterde nieuwssite, die vanuit het uiterste noordoosten van Noorwegen bericht over het Arctische gebied, vormt al jaren een luis in de pels van de Russische geheime dienst FSB. Vier van de zes redactieleden zijn Russische journalisten die hun eigen land ontvlucht zijn.
Over de auteur
Jeroen Visser is correspondent Scandinavië en Finland voor de Volkskrant. Hij woont in Stockholm. Hiervoor was hij correspondent Zuidoost-Azië.
The Barents Observer, die in het Engels en Russisch publiceert, is een van de weinige nieuwssites in de Arctische regio, die door klimaatverandering en smeltend zee-ijs steeds belangrijker wordt. In 2022 telde de site bijna 5 miljoen paginaweergaven. Vanuit de redactie in de Noorse stad Kirkenes, tien minuten rijden van de Russische grens, doen Nilsen (55) en zijn collega’s dagelijks verslag van grote en kleine gebeurtenissen in het hoge noorden.
Een recente greep: de oproep van een Russische gouverneur aan China om meer schepen via de Arctische route te laten varen, een verslag van een militaire parade in het Russische Nikel waar alleen kinderen en tieners aan meededen, en het nieuws dat op Svalbard (Spitsbergen) de eerste walrus met vogelgriep is ontdekt.
De redactie zetelt in een weinig opvallend bakstenen gebouw, waar de krant voor een zacht prijsje mag werken omdat de verhuurder hen steunt. De vier kamers hebben allemaal Kremlin-kritische wandversiering, zoals een ingelijst portret van oud-president en hervormer Michail Gorbatsjov en een kunstwerk dat het vluchtverhaal verbeeldt van de Russische medewerker Olesja Krivtsova (21), die door de geheime dienst FSB met een hamer werd bedreigd. Onder een foto van van Poetin staat: ‘Big Brother is watching you’.
Hoe anders was het toen Atle Staalesen (51) The Barents Observer in 2002 oprichtte. De Noor, die Russisch had gestudeerd in Oslo en daarna journalistiek in Moskou, wilde informatie uitwisselen en de grenzen tussen Rusland en Europa overbruggen. De krant trok in 2005 zelfs in bij het Barents Instituut, een regionale overheidsorganisatie die de relaties met Rusland probeerde te verbeteren.
‘We dachten dat de Koude Oorlog voorbij was en uitwisseling met Rusland de toekomst was. En wat is een betere manier om elkaar te leren kennen dan een tweetalige krant die elkaars cultuur en samenleving beschrijft?’, aldus Staalesen in zijn kantoor dat hij deelt met hoofdredacteur Nilsen.
Met de opkomst van Poetin werd het voor journalisten steeds moeilijker in Rusland. De twee Noren merkten dat voor het eerst in 2012. Voor de redactie was het gebruikelijk om de vrijdagmiddagborrel te houden in het Russische Nikel, vernoemd naar de nikkelfabriek. Opeens zaten er FSB-agenten aan de tafel naast hen. ‘Je herkende ze aan hun kleding, zegt Nilsen. ‘Ze volgden ons ook tijdens reportages in Moermansk en omgeving. Tegen ons zeiden ze niets, maar als we weg waren spraken ze mensen aan met wie we hadden gepraat.’
Niet veel later zette Moskou zwaardere middelen in. In 2013 vroeg de FSB aan Noorse ambtenaren om The Barents Observer te laten sluiten, zo onthulde de publieke omroep NRK in 2015. Een opvallende actie tegen een relatief kleine nieuwssite, zou je zeggen, maar voor Nilsen was het niet verrassend. ‘Ja, we zijn klein en onze redactie is ver weg, maar er één ding dat beangstigend is voor Poetin, en dat is dat we Russische lezers bereiken.’
De graat in het keelgat van de FSB bestond onder meer uit een onthulling uit 2014 dat soldaten uit het regiment bij Nikel actief waren in het oosten van Oekraïne, terwijl Rusland ontkende betrokken te zijn. Ook beschreef de krant hoe de buitenlandseagentenwet ervoor zorgde dat Russische ngo’s (hulporganisaties) niet meer mochten samenwerken met hun Noorse partners in de grensregio.
Moskou zou het liefst zo weinig mogelijk aandacht vestigen op de Barentsregio, waar het de noordelijke onderzeevloot, veel militairen en duizenden nucleaire wapens heeft gestald. Het hoge noorden, lage spanningen, was altijd het devies. Dat was óók de wens van de huisvester en de financierder van The Barents Observer, het Barents Instituut.
In 2015 kwam het tot een geruchtmakende breuk tussen de redactie en het bestuur van het instituut, dat vond dat de artikelen een goede samenwerking met Rusland in de weg stonden. Sindsdien is de krant weer eigendom van de journalisten zelf en steunt het werk op donaties en subsidies.
Dat betekent niet dat het werk makkelijker is geworden. In 2017 was Nilsen met een Deense parlementaire delegatie op weg naar Moermansk toen hij bij de grens werd tegengehouden. Hij bleek persona non grata te zijn geworden. ‘Na honderden bezoeken mocht ik ineens het land niet meer in, terwijl ik nooit een wet heb overtreden of zelfs maar een verkeersboete heb gekregen. Dat kon maar met één ding te maken hebben: mijn journalistieke werk.’
Sinds 2019 wordt The Barents Observer ook geweerd van het Russische internet. De redactie omzeilt de blokkade door het gebruik van gespiegelde webdomeinen, het doorgeven van nieuws via podcasts en het publiceren via YouTube en sociale media zoals Telegram, dat veel Russen gebruiken.
Voor de redactie is verzet tegen het autocratische regime en de ‘dictator’ Poetin inmiddels een missie geworden, boven op de journalistieke missie. Niet voor niets hangt de Oekraïense vlag nu voor een van de ramen, zodat die te zien is in het naburige Russische consulaat.
‘We zijn nou eenmaal beland in een gevecht om de vrijheid van meningsuiting’, zegt Nilsen. ‘En we zijn bereid dat gevecht te voeren.’
‘Ik heb communicatie gestudeerd in Archangelsk, een havenstad in het noorden van Rusland. In 2022 werd ik aangeklaagd vanwege berichten op sociale media. Een bericht over de aanslag op de Krimbrug werd gezien als het aanzetten tot terrorisme, en met een ander bericht dat ik had doorgestuurd zou ik het leger in diskrediet hebben gebracht. Ik kon er tien jaar gevangenisstraf voor krijgen.
‘De FSB pakte eerst mijn vriend op en nam zijn sleutels in beslag. Zo kwamen ze mijn appartement binnen. Ze schreeuwden dat ik moest gaan liggen. Een van hen bedreigde me met een hamer en zei: ‘De groeten van de Wagnergroep.’
‘In afwachting van mijn zaak kwam ik op vrije voeten, maar diezelfde dag werd ik op het busstation aangehouden. Ze zeiden dat ik treinkaartjes had gekocht om te vluchten, maar dat was niet zo. Ik moest opnieuw voorkomen en ditmaal kreeg ik huisarrest, met een enkelband. Het was een zware tijd. Misschien heb je wel gehoord van de activist Sasja Skotsjilenko? Zij is veroordeeld tot zeven jaar strafkamp omdat ze in een supermarkt prijslabels had vervangen door anti-oorlogstickers. Ik besloot te vluchten.
‘Ik ben naar de grens met Belarus gegaan en vlak voor de oversteek heb ik de enkelband afgedaan. Toen ben ik doorgereisd naar Litouwen. Na een tijdje kreeg ik bericht van Atle van The Barents Observer, of ik bij hen wilde komen werken.
‘Mijn moeder en mijn zus zijn hier nu ook; ze hebben asiel aangevraagd in Noorwegen. The Barents Observer is voor mij meer dan een krant, het is een schuilplek. Ze hebben ons niet alleen geholpen met een baan, maar ook met huisvesting en allerlei papierwerk. Een artikel waar ik trots op ben, is een verhaal over omstandigheden van politieke gevangenen in Rusland. Dat is belangrijk voor me, omdat ik zelf weet hoe het is om gevangen te zitten.’
‘Ik was de voorzitter van de journalistenunie van de deelrepubliek Karelië, aan de grens met Finland. De unie maakt deel uit van de nationale journalistenvereniging die pro-Kremlin is, alleen stelden wij ons altijd onafhankelijk op. Toen de oorlog begon, waren wij de enigen die een statement maakten tegen censuurmaatregelen, bijvoorbeeld dat je het woord ‘oorlog’ niet mocht gebruiken en geen bronnen mocht aanhalen die niet door het Kremlin waren goedgekeurd. Ons protest haalde niets uit, maar we vonden we het toch belangrijk.
‘Ik werkte voor lokale media, maar daar kon je niet schrijven over gevoelige zaken zoals gesneuvelde soldaten of de negatieve gevolgen van de oorlog voor Rusland. Ik schreef dat soort berichten wel voor Radio Liberty Moskou, dat inmiddels is verboden.
‘Toen ik zag dat The Barents Observer op zoek was naar Russische journalisten, ging ik met hen in gesprek. Terwijl dat nog gaande was kondigde Poetin de mobilisatie aan. Niemand wist wat dat zou betekenen. Mijn vrouw is arts en we dachten dat er ook een kans zou zijn dat zij naar het front zou worden gestuurd. We besloten meteen te vertrekken. Met hulp van de Finse autoriteiten, die erkenden dat ik vervolgd kon worden, kregen we een visum voor ons en onze twee kinderen. Daarna gingen we door naar Noorwegen.
‘Na mijn vertrek ben ik tot ‘buitenlandse agent’ verklaard. Een buitenlandse agent moet elke drie maanden verantwoording afleggen bij het ministerie van Justitie over inkomsten en uitgaven en bij iedere post op sociale media die status van buitenlandse agent vermelden. Als je dat niet doet, krijg je eerst een boete en daarna gevangenisstraf. Als ik terug zou gaan naar Rusland, zou ik voor honderd procent zeker worden opgepakt, al was het alleen al vanwege de tientallen stukken zie ik inmiddels voor The Barents Observer heb geschreven.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant