Er is de regen. Elke dag regen, onophoudelijk aangevoerd, of vanaf zee of vanuit het achterland, in grauwe wolkenluchten. En er is Ajax. Bijna elke wedstrijd kreeg het dit seizoen (te-)veel doelpunten tegen. Van het eerste loopt mijn kelder onder, door het tweede borrel ik over van frustratie. Klein leed in het licht van het wereldgebeuren, maar pijnlijk genoeg, vooral als het gaat om de club die ik een leven lang koester.
Door het verval van Ajax begrijp ik weer goed wat de Amerikaanse schrijver Jay McInerney bedoelde toen hij schreef: ‘Liefde heeft soms meer met opgeven te maken dan met bezit’. Liefde is ook angst voor of verdriet over het verliezen van iets wat je dierbaar is. Het verlies in het geval van Ajax: de macht van rood-witte aanvalsgolven, de technische verfijning, de schoonheid van wervelende combinaties. De betovering maakte plaats voor vernedering.
Die werd het diepst gevoeld op zondag 7 april. Ik had afgesproken Feyenoord-Ajax te kijken bij een vriend, Cor Groeneweg, oud-verslaggever van de Volkskrant en NOS. Van huis uit Rotterdammer en ras-Feyenoorder. Het was puur masochisme. Alras moest ik mijn verwachtingen steeds meer naar beneden bijstellen. Geen verrassende overwinning, geen gelijkspel, geen acceptabele kleine nederlaag, geen wonderbaarlijke wederopstanding na rust. Pat, pats, pats. Een voor een werden die mogelijkheden weggeslagen.
In de slotfase betrok ik mijn laatste verdedigingslinie: als het maar geen 10-0 wordt. Na afloop zei Cor: knap dat je de wedstrijd helemaal hebt uitgezeten. Ja, dat kwam doordat ik er stiekem een andere wedstrijd van had gemaakt. Daarin hield Ajax de stand op 6-0 ondanks een fel op de horrorscore jagende tegenstander. Na het bevrijdende eindsignaal stak ik nog net niet een gebalde vuist in de lucht.
Onthullend en onthutsend hoe mensen in parallelle werkelijkheden kunnen vluchten als datgene wat ze lief hebben bedreigd wordt. Het bontst maakte ik het met het verweer tegenover mijn Feyenoord-vrienden dat het na de wedstrijd meer over de wanprestatie van Ajax ging dan over de show van de Rotterdammers. Ajax blijft, ook in zijn vrije val, het grotere verhaal, dekte ik pruttelend de aftocht.
Oud-collega Marcel van Lieshout trok zich het lot van Ajax-kennissen als ik aan. Hoe moest hij hen benaderen, vroeg hij zich af in een lezersbrief aan de Volkskrant. Het epistel haalde het niet, maar ik wist er via via de hand op te leggen. Had ik dat maar niet gedaan.
Moest je, schrijft Marcel, Ajacieden de afstraffing inpeperen, zoals Ajax-haters als Gullit deden? Ordinair. Ze ‘troosten’ met de opmerking dat ze ontsnapt waren aan de 10-0? Helemaal fout. Niets zeggen dan, over het weer beginnen? Ook niet goed, dat kan worden uitgelegd als een poging tot diepe vernedering. Hij komt er niet uit. Misschien is zwijgen toch het beste, verzucht hij ten slotte, vol medeleven. Daarmee de klap van de dodelijke vernedering alsnog toedienend.
Want mededogen is het laatste wat je wil. Het was een paar keer een vraag aan Feyenoord- en PSV-prominenten: hebben jullie medelijden met Ajax? Ik raakte ervan aan de kook. Als Ajax-fan word ik liever bespot, uitgescholden, weggehoond, vervloekt en gehaat dan als zielig geval behandeld. Medelijden is voor de voetbalsupporter de moeder aller vernederingen.
Het was allemaal al erg zat. Het in de bestuurskamers veroorzaakte verval was zo peilloos dat het grotesk werd. Op het veld werd de tragedie herhaaldelijk een klucht met omkukelende en kleurenblinde verdedigers, dolende middenvelders en zich doodlopende aanvallers. Het was als een slechte grap. Maar ondertussen geschiedde er wel iets opmerkelijks.
In de maatschappij leidt de angst voor het moeten opgeven van geliefde en vertrouwde dingen niet zelden tot populistische rebellie. Maar dat viel bij de Ajax-aanhang mee, op een enkele slooppartij na. Oud-collega Jaap Stam heeft een seizoenskaart. Zijn ervaring: ‘De Arena zat ondanks alles bijna altijd vol. De sfeer was totaal niet opstandig. Er was vooral gelatenheid. Het mooie is dat nu is bewezen dat de Ajax-fans geen mooi-weersupporters zijn zoals altijd wordt gezegd.’
Behalve arrogant zijn, kunnen ze kennelijk ook lijden. Pijn verdragen, je verlies nemen en trouw blijven - het is misschien wel de hoogste vorm van liefde. Een zonnestraaltje in alle grijsheid. En een louterende les, ook voor buiten de sport.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns