En toen stond ik opeens oog in oog met kudde gruffalo’s. Een paar minuten geleden was ik begonnen aan mijn rondje hardlopen door de duinen. Het was een prachtige dag, een warme lentezon lichtte het groen van de bomen op en een blauwe hemel beloofde veel, zo niet al het goeds. Ik had er zin in, maar dezelfde zin zakte door de dikke zolen van mijn hardloopschoenen toen het pad na een paar honderd meter geblokkeerd werd door een handvol werkelijk gigantische beesten. Hun enorme lijven waren bedekt met een dikke bruinrode vacht, van hun poten helemaal tot aan hun kop, waar hun ogen verstopt waren achter een dik, slierterig gordijn in diezelfde roestige kleur. Aan weerszijden van hun kop staken vervaarlijk scherpe horens de lucht in.
Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Schotse hooglanders. Lieve grazers. Heel gewoon in deze omgeving, volstrekt onschuldig, niets aan de hand. Maar kijk nou toch. Die enorme lijven vol kracht. Die puntige horens, gemaakt om te spietsen. Toen ze me aan zagen komen, draaiden ze hun zware, grote koppen in mijn richting. Pas later las ik dat ze enorm bijziend zijn, maar op dat moment wist ik zeker dat ze me zagen en dat ze dachten: zeg dildo, met je blauwe hardloopschoenen, wat kom je doen? Ik verliet het stenen pad en rende met een grote boog om ze heen, over een paar zanderige heuvels, tot ik ze ver genoeg achter me had gelaten en het pad weer veilig op kon. Zonder om te kijken ging ik verder, opgelucht en veilig, ver buiten het bereik van de gruffalo’s.
Tot ze een paar minuten later weer voor me stonden, nu een ander groepje. En dit keer was het pad aan weerszijden afgesloten door bos, waardoor ik niet om ze heen kon. Ik haalde diep adem en vertraagde mijn pas iets, zodat ze niet van me zouden schrikken. In een behoedzaam (schijterig) drafje liep ik langs ze. Als ik mijn arm had uitgestrekt, had ik hun dikke vacht kunnen voelen. Ik zette me schrap, rekenend op een hoef in mijn middenrif of op zijn minst een hoorn die mijn perineum zou spietsen; op het nieuws bericht dat een groep Schotse hooglanders een jogger had opgejaagd en daarna opgegeten. Deskundigen zouden zeggen dat dit nog nooit gebeurd was, maar dat ik het er waarschijnlijk zelf naar gemaakt had. Er gebeurde niets.
Later las ik op de website van Natuurmonumenten dat Schotse hooglanders geen confrontatie zoeken met mensen, maar je ze nooit mag aanraken (‘Dit is een soort #MeToo voor de grazer en kan zorgen voor verstoting’). Ook stond er dat je minstens 25 meter afstand van ze moet houden. ‘Want hoe vriendelijk ze ook ogen, ze kunnen onvoorspelbaar reageren.’ Een bijziend wezen met een rossige vacht op de kop dat vooral met rust gelaten wil worden. Deed me ergens aan denken.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant