Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Jan Jacobs (64) ontfermde zich als wijkagent zorgmijders over verwarde personen. ‘Mensen mogen anders zijn.’
‘Voor een zieke straathond komt de dierenambulance, maar als een schizofrene zwerver buiten slaapt, laten we hem gewoon naar de kloten gaan. Dat kan er bij mij niet in. Ik vind dat we in Nederland niet goed omgaan met psychiatrische patiënten. Als iemand buiten slaapt, uit prullenbakken eet en waanideeën heeft, is ingrijpen noodzakelijk.
‘Maar dat moet wel op maat, want deze mensen zijn vaak zorgmijders, die zich onttrekken aan zorg door verslaving of psychiatrische problemen. Ze willen geen hulp, willen niet opgenomen worden, zijn altijd op de vlucht. De vlucht in waanzin, noem ik dat. In hun ogen is het een vlucht in vrijheid.
Over de auteur
Wil Thijssen is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
‘Toen ik wijkagent was in het centrum van Nijmegen, zag ik op straat vaak zulke psychiatrische patiënten. Sommigen geven overlast, het was een groeiend probleem. Ik schreef een rapport waarin ik onderbouwde hoe we veel politiecapaciteit konden besparen met een wijkagent die zich in die problematiek ging specialiseren. Want als je samenwerkt met partners die ook in psychiatrische patiënten zijn gespecialiseerd, kun je een probleem vaak heel snel oplossen. Zo bespaar je de politie veel incidenten met verwarde personen.
‘Daardoor werd ik in 2015 de eerste – en enige – ‘wijkagent zorgmijders’. Ik vertel hier het verhaal van Joop. Een mevrouw in de benedenstad meldde dat een man ’s nachts hinderlijk lag te hoesten bij de stadsmuur. Ik ging erheen, en daar lag Joop, naast een oude herenfiets, bepakt met plastic tassen vol oude spullen en een lekke band.
‘In onze systemen zag ik dat hij de dag daarvoor in Arnhem was geweest, en de dag daarvoor in Apeldoorn. Dat is veel te ver lopen met een lekke band, dus dan weet ik: collega’s hebben hem ingeladen en in een andere stad weer uitgezet. Dat kan ik niet begrijpen. Als je met z’n allen hard werkt, kun je zulke mensen weer een leefbaar leven geven. Een leefbaar leven is dat je ze met rust laat, dat wij niet onze normen en waarden aan hen opleggen. Zij bepalen zelf hoe ze willen leven. Mensen mogen anders zijn.
‘Joop lag verschrikkelijk te hoesten, rochelde slijm op met bloed. Ik stelde me voor en zei: ‘Hallo, ik ben Jan, ik ga me met jouw leven bemoeien. Ik bel een straatdokter die even naar jou komt kijken.’ Dat wilde hij niet, maar ik zei vriendelijk: ‘Sorry vriend, maar het gebeurt toch.’ Hij legde zich erbij neer. We hielden een oogje op hem, maar hij wilde niet naar de daklozenopvang.
‘Samen met GGD-verpleegkundige Wendy Broeren ben ik naar wethouder Bert Frings van Sociale Zaken gegaan. We zeiden: ‘We hebben in Nijmegen een probleem met de opvang van psychiatrisch patiënten. Ze willen geen huisvesting, maar geef ze een simpele plek, een oude caravan in een prikkelarme omgeving waar ze met rust worden gelaten en droog kunnen slapen.’ Want vrieskou is erg voor een zwerver, maar regen is nog veel erger, dan word je kletsnat en niet meer warm.
‘Bert antwoordde: ‘Als jullie geholpen zijn met oude caravans in de winter, dan regel ik dat.’ We kregen drie sloopcaravans, in een afgelegen boomgaard op gemeentegrond. Wendy en ik beoordeelden steeds wie die het hardst nodig hadden.
‘‘Joop, ik heb een caravan voor jou’, zei ik. Hij ging met fiets en al in mijn politiebus mee naar die boomgaard. De caravans waren 200 euro per stuk, dan heb je een idee hoe die eruitzagen: een vieze, oude bank, een keukentje waarin niks werkt en een deur die met veel moeite dicht kon en tochtte. Maar Joop was er ontzettend blij mee. Hij straalde.
‘Wendy en haar collega’s waakten over zijn gezondheid en schreven hem in bij de gemeente zodat hij een daklozenuitkering kreeg, waarmee hij shag en een biertje kon kopen en niemand tot last was.
‘Ik kreeg voor elkaar dat Joops celstraf voor openstaande boetes vanwege buiten slapen – dat mag namelijk niet – werd omgezet in een voorwaardelijke straf, en ging af en toe kijken hoe het met hem ging. Ook belde ik zijn moeder in Groningen en zei: ‘Ik ben wijkagent in Nijmegen en heb contact met uw zoon. Hij zit nu in een caravan en wordt begeleid door de GGD. ‘God’, zei ze, ‘wat ben ik blij dat u mij belt’.
‘Na de winter moesten de caravans weer weg. Ik had Joops vertrouwen gewonnen en kreeg hem mee naar opvang De Hulzen, waar hij met liefde werd verzorgd. Drie jaar lang woonde Joop daar, in een eigen kamertje. Het contact met zijn moeder werd hersteld, ze kwam geregeld langs. Dat vond hij fijn.
‘Op een dag kreeg ik een appje: ‘Het gaat niet goed met Joop.’ Ik ging naar hem toe met een grote tros bananen, want Joop had geen tanden meer, en had een fijn afscheidsgesprek. Kort daarna overleed hij. Maar wel in een warm bed. En niet buiten in de goot.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant