De Amerikaanse bestsellerauteur Lionel Shriver geldt als een literaire provocateur: ze is anti-woke, pro-Brexit, kritisch op de transgenderbeweging en het ‘klimaatalarmisme’. Haar satirische roman Waanzin speelt in een Amerika waar intelligentie taboe is geworden. Wat wil ze daarmee laten zien?
Stel je voor: een wereld waarin intelligentie iets is om je voor te schamen, beroepskwalificaties er niet toe doen, en je in plaats van ‘dom’ het ‘d-woord’ moet zeggen. Ziehier het decor van de nieuwe satirische roman Mania, in het Nederlands vertaald als Waanzin, door de tegendraadse Amerikaanse auteur Lionel Shriver (1957), onder meer bekend van de internationale bestseller We moeten het even over Kevin hebben.
Het hoofdpersonage in Waanzin, de anti-dogmatische Pearson Converse – die overigens verdacht veel weg heeft van de auteur (maar daarover later meer) – is docent Engels aan een universiteit en komt in de problemen als ze haar studenten De idioot van Fjodor Dostojevski laat lezen. Het woord ‘idioot’ mag namelijk onder geen beding meer worden gebruikt in dit alternatieve Amerika, waar Obama zich niet kandidaat heeft gesteld voor een tweede termijn omdat hij te welbespraakt is en Biden expres weer gaat stotteren om dommer over te komen.
Over de auteur
Laura de Jong is boekenredacteur bij de Volkskrant. Zij interviewt Nederlandse en internationale schrijvers over hun nieuwste werk, zowel fictie als non-fictie.
‘Dit is de achtergrond van de roman’, benadrukt Shriver van achter haar beeldscherm. ‘Maar het verhaal zelf gaat over de vriendschap tussen Pearson en haar jeugdvriendin Emory, die wordt verbroken vanwege politieke meningsverschillen. Het is duidelijk dat ik het hele ‘woke’-gedoe op satirische wijze aan de kaak stel, wat sommige van mijn tegenstanders woedend heeft gemaakt, maar het deel over vriendschap is serieus. Dat is niet hilarisch bedoeld. Dat deel van het plot raakt me emotioneel.’
Heeft u ook vrienden verloren vanwege uw politieke standpunten?
‘Jazeker, en dat is extreem pijnlijk. In tegenstelling tot veel romanschrijvers geef ik publiekelijk mijn mening. Ik had gewoon boeken kunnen schrijven en mijn mond kunnen houden, maar dat ligt niet in mijn aard.’
Ging het net als in uw roman over een levenslange vriendschap die al ontstond op de middelbare school?
‘Nee, in mijn geval ging het om een vriendin die ik dertien jaar kende. Ze was ook een collega. Ik denk dat ze mijn politieke standpunten gewoon niet langer kon uitstaan. In de roman blijkt meer dan eens dat Emory denkt dat de omgang met Pearson niet in haar professionele belang is. Terecht. Dus het is deels uit ambitie dat Emory met Pearson breekt. Ik denk dat dit ook de reden was dat mijn vriendschap klapte.’
Later in het gesprek: ‘Weet je, in de afgelopen jaren zijn veel mensen opgehouden met elkaar te praten vanwege politieke meningsverschillen. Dat heeft veel emotionele schade veroorzaakt, en het is het allemaal niet waard. Ik hoop dat dit mensen bijblijft na het lezen van mijn roman: blijf trouw aan je vrienden, ook al ben je het niet met ze eens.’
Shriver, die 36 jaar in Londen heeft gewoond en kort geleden met haar man naar Portugal is verhuisd, is geliefd en gehaat. Ze is anti-woke, pro-Brexit, kritisch op de transgenderbeweging, het coronabeleid en klimaatalarmisme. Ze is vilein, geestig en schopt graag tegen heilige huisjes. Door haar tegenstanders wordt ze geregeld uitgemaakt voor racist.
In 2016 kwam ze in een Twitterstorm terecht vanwege haar openingstoespraak op het Writers Festival in Brisbane, waar ze zich uitsprak tegen identiteitspolitiek in fictie. Shriver stelde in haar toespraak dat fictieschrijvers alle personages mogen opvoeren die ze willen en dat schrijvers het recht moeten behouden ‘om vele hoeden op te zetten’. Om dat te illustreren, zette ze een sombrero op. Dit leidde tot verontwaardiging op sociale media. Shriver werd beschuldigd van ‘culturele toe-eigening’ en het festival nam afstand van haar toespraak. Sindsdien wordt ze gezien als ‘literaire provocateur’.
U schetst in Waanzin een wereld waarin de domheid regeert en je wordt gecanceld als je over verschil in intelligentieniveau praat. IQ-testen zijn verboden, de kruistocht tegen deze zogenoemde ‘cognitieve discriminatie’ wordt geleid door de linkse intelligentsia. Wat wilde u laten zien?
‘Binnen een tijdsbestek van ongeveer tien jaar hebben we te maken gehad met een aantal sociale gekten. We gingen van de ene sociale obsessie over op de andere. Het transgenderisme, de #MeToo-beweging, de covidlockdowns die zich verspreidden als een eigen virus. De Black Lives Matter-beweging die door het lint ging na het overlijden van George Floyd. En – ik veronderstel dat het wederom geen populair standpunt is – ik ben er steeds meer van overtuigd dat onze obsessie met het klimaat de volgende vorm van sociale hysterie is.
‘Ik wilde in deze roman niet per se commentaar geven op deze bewegingen, maar het fenomeen laten zien. De menselijke vatbaarheid voor dit soort rages. Dat we schijnbaar van de ene op de andere dag plotseling iets geloven dat we de dag ervoor niet geloofden.’
Is dat dan erg?
‘Ik zie het als de zwakte van de mensheid, want het kan catastrofaal uitpakken. Denk aan het nationaal-socialisme in Duitsland. Dat was ook een sociale manie waarbij iedereen in Hitlers groteske ideologie ging geloven of anders z’n mond hield. Het is dus geen goedaardig fenomeen. En ook niet nieuw. Om dat te laten zien, verzon ik een hype, zodat je het proces kunt volgen.’
Maar hoe kwam u op het idee van een beweging waarbij je wordt gecanceld als je het over verschil in intelligentie hebt?
‘Het idee van ‘iedereen is even slim’ sluit aan bij de obsessie van links met gelijkheid. Links heeft altijd moeite gehad met de impliciete onrechtvaardigheid van de natuur. Talenten zijn immers niet gelijkmatig verdeeld, sommige mensen zijn goed in dansen, andere mensen kunnen mooi zingen. Ik niet, by the way. En sommige mensen zijn veel slimmer dan andere. Dat is niet eerlijk. Maar de natuur is niet eerlijk.
‘In mijn roman draait de hype om de zogenoemde ‘Geestelijke Gelijkwaardigheid’-beweging. Ik vond die geloofwaardig, zeker als je bedenkt dat we tegenwoordig het idee hebben omarmd dat mannen in vrouwen kunnen veranderen en vrouwen in mannen. Dat is nog vreemder, dus ik dacht: dit ligt gewoon binnen het bereik van de geloofwaardigheid.’
U schopt graag tegen heilige huisjes. Is een wereld waarin intelligentie er niet toe doet echt denkbaar?
‘Ja, ik denk dat we ergens nog steeds geloven dat het zinvol is om iemand voor een baan aan te nemen die slimmer en beter opgeleid is dan de ander. Maar in de VS is de laatste tijd een oorlog tegen de meritocratie gaande. Sommigen zeggen dat de meritocratie in feite blanke suprematie is; een manier om witte mensen aan de top te houden. Maar dat is een afwijzing van de verdiensten van mensen en van de systemen waarmee we mensen selecteren. Door hiertegen te ageren kunnen we afbreuk doen aan allerlei kwalificaties.
‘Daarom is ‘de beweging voor Geestelijke Gelijkwaardigheid’ die ik beschrijf in mijn roman slechts een millimeter verwijderd van waar we nu zijn. Want als je bepaalde kwalificaties negeert, hoe beslis je dan wie de luchtverkeersleiding gaat doen? Of wie je dokter of advocaat wordt?
‘Op dit moment, vooral na George Floyd, zijn de Verenigde Staten zo verteerd door zogenaamde diversiteit dat dit de enige kwaliteit is die telt. Of je chirurg weet wat hij doet als hij in je snijdt, dat is een tweede. En daarom beschouw ik die obsessie met raciale en seksuele kenmerken als kwaadaardig. Want als je kwalificaties waardeloos maakt, leg je ook een stigma op minderheden. Dat is een van mijn grootste bezwaren tegen positieve discriminatie: het betekent dat je vanzelf een beetje nerveus wordt als je in de VS een zwarte dokter krijgt. En steeds vaker met goede redenen, en dat vind ik slecht.
‘Ik wil dat zelf niet voelen. Ik wil niet dat iemand anders dat voelt. Ik wil niet dat zwarte dokters het gevoel hebben dat andere mensen, hun patiënten, geen vertrouwen in hen hebben. Misschien zijn ze briljant. Maar hoe weet je dat tegenwoordig nog? Dat maakt positieve discriminatie en de focus op diversiteit zo giftig.
‘Links heeft oogkleppen op en ziet niet in dat er andere belangrijke kwaliteiten zijn die zouden moeten concurreren met gelijkwaardigheid. Zoals bekwaamheid en uitmuntendheid. Artistieke, wetenschappelijke, medische uitmuntendheid. Iemand die uitmuntend is in het bouwen van bruggen, loodgieters. Dit zijn kwaliteiten die we nodig hebben om onze samenlevingen te laten functioneren. En misschien is het niet eerlijk dat alleen heel slimme mensen hersenchirurg worden, maar ik vind dat prima.’
Aan de andere kant: zonder quota en positieve discriminatie breken minderheden nooit door het glazen plafond.
‘Ik geef om rechtvaardigheid. Maar ik denk niet dat rechtvaardigheid eenvoudig is. Het is geen simpele rekensom. Raciale rechtvaardigheid bereik je niet door quota. Dat is simplistisch en het brengt zijn eigen onrechtvaardigheid met zich mee. Wanneer je raciale voorkeuren hebt, betekent dat ook dat je niet de voorkeur geeft aan bepaalde kandidaten die het wel verdienen. En dat is ook niet eerlijk. Dus ik geef de voorkeur aan nuance. En niet aan simpele oplossingen die stellen: we hebben in het verleden deze groep gediscrimineerd, dus nu gaan we die verheffen. Dat creëert alleen maar een reeks nieuwe problemen.’
Uw tegenstanders noemen u regelmatig racist.
‘Ja, in het huidige klimaat word ik als extreem-rechts beschouwd. Ik word keer op keer racist of white supremacist genoemd, het is bijna saai geworden.’
Vindt u dat dan niet pijnlijk?
‘Ja, toen het voor het eerst gebeurde, was ik erg gekwetst. Mijn vader zat in de Amerikaanse burgerrechtenbeweging. Hij liep mee met Martin Luther King. Dat is mijn achtergrond, dus ik was zeker gechoqueerd toen ik voor het eerst zo werd weggezet. Maar nu wordt haast iedereen zo genoemd en betekent het woord niet veel meer. Als je wit bent, ben je tegenwoordig al snel een white supremacist.
‘En het woord fascist, het spijt me, heeft ook geen effect meer. Je hond is bij wijze van spreken een fascist, dus het raakt me niet meer. Eigenlijk gebeurt het omgekeerde: deze woorden worden tekenen van moed. Toen ik eindelijk fascist werd genoemd, dacht ik: ik heb het gemaakt, haha!’
U herhaalt dikwijls in interviews dat u op Biden heeft gestemd.
‘Zeker, ik heb op hem gestemd, en ik ben geen voorstander van Trump. Maar komende verkiezingen wil ik het liefst, net als tweederde van het land, op geen van beiden stemmen. Biden is een teleurstelling omdat hij zich kandidaat stelde als centrumkandidaat, maar hij zich heeft laten kapen door de uiterst linkse vleugel van zijn partij.’
Uw hoofdpersoon Pearson heeft een hekel aan dogmatiek. Lijkt ze op u?
‘Ja. Dat is het punt waarop Pearson en ik precies hetzelfde zijn. Ik houd niet van orthodoxie. Ik houd er niet van als mij wordt verteld wat ik moet denken. Ik houd er niet van om een pakket standpunten te krijgen waar ik het voor honderd procent mee eens moet zijn. Ik ben een groot voorstander van onafhankelijk denken, een fenomeen dat zeldzamer is dan ik voor de coronaperiode dacht.
‘Ik ben opgegroeid in een religieus milieu, maar lang niet zo onderdrukkend als dat van Pearson, die uit een gezin van Jehova’s getuigen komt. Ik kom uit een liberaal-democratisch, presbyteriaans gezin, mijn vader was predikant. Seculier denken is nu de standaard, maar toen ik opgroeide, was dat niet het geval. Al vanaf jonge leeftijd heb ik me afgezet tegen orthodoxie. In Waanzin heb dat allemaal uitvergroot.’
Pearson betaalt een hoge prijs omdat zij uit de pas loopt. Geldt dat ook voor u?
‘Ik weet zeker dat ik op professioneel gebied een prijs heb betaald, maar het is moeilijk te meten. Ik krijg aanzienlijk minder uitnodigingen voor internationale literaire festivals dan voorheen. Hoe moet ik dat interpreteren? Ik zou gewoon kunnen denken dat ik literair niet interessant meer ben, dat iedereen mijn boeken haat en ik daarom geen uitnodigingen krijg. Maar ik kan niet anders dan vermoeden dat politiek een grote rol speelt.
‘In de literaire wereld is iedereen woke, iedereen is links. En dus ben ik een vreemde eend in de bijt. Maar in sommige opzichten heb ik geprofiteerd van het zwemmen tegen de stroom in, omdat met de stroom mee zwemmen zo saai is. Het zorgt er ook voor dat ik opval. Er zijn niet veel fictieschrijvers die anti-woke zijn – ik gebruik bewust dat woord, want ik wil het absoluut niet ‘rechts’ noemen. En dus geeft het mij een zekere bekendheid waarvan ik profiteer, maar dat is niet waarom ik het doe.
‘En wat het lezerspubliek betreft: lezers zijn ongelooflijk dankbaar, omdat de standpunten die ik verdedig worden omarmd door de overgrote meerderheid van de gewone mensen. Er zijn weinig mensen die namens deze groep spreken. Ik merk aan mijn lezers dat ze zo opgelucht zijn dat iemand zegt: je bent niet gek als je niet in dit alles meegaat.
‘Dus ook al is geprobeerd om mijn carrière te vernietigen, het heeft niet gewerkt. En ondanks al het gescheld en de Twitterstorm die ik over me heen kreeg, zijn mijn uitgevers mij blijven steunen. Daarmee heb ik geluk gehad. En natuurlijk maken al die festivals die mij niet meer uitnodigen een grote fout, want er is een enorm publiek dat de dingen die ik zeg juist graag hoort, haha!’
De Amerikaanse Lionel Shriver (1957) heeft twintig titels op haar naam staan, van romans tot essaybundels. Haar bestseller We Need to Talk About Kevin (2003) is ook verfilmd. Ze was journalist bij The Wall Street Journal, de Financial Times, The New York Times en The Economist. Nu schrijft ze columns voor het conservatieve Britse blad The Spectator. Ze is getrouwd met de Amerikaanse jazzdrummer Jeff Williams.
Lionel Shriver: Waanzin. Uit het Engels vertaald door Karina Santen en Marian van der Ster. Atlas Contact; 384 pagina’s; € 24,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant