Je ziet het vaker, voetballers vernoemd naar grote spelers. Neem Diego Armando van Zutphen, back bij VVV. In niets lijkt hij op de Argentijnse ster Maradona, de held van zijn vader. Is zo’n voornaam een lust of een last?
In de zomer van 1986 stond de 12-jarige Brabander Frank van Zutphen een maand lang voor het krieken van de dag op om wedstrijden van Argentinië op het WK te bekijken. ‘Die wedstrijden waren pas laat, mijn ouders hadden ze opgenomen. Ik was helemaal gek van Diego Armando Maradona, ik móést dat zien voordat mijn klasgenoten het hadden gezien.’
Hij zei toen al: als ik later een zoon krijg, heet hij zeker Diego Armando. ‘Ze moesten lachen.’
Over de auteur
Bart Vlietstra schrijft voor de Volkskrant over voetbal.
Maar op 28 maart 2005 werd inderdaad Diego Armando van Zutphen geboren. ‘En het mooie: hij kan ook nog goed voetballen.’
Sterker: op 2 mei 2024 tekende Diego Armando van Zutphen zijn eerste profcontract bij VVV uit Venlo. ‘Kwam wel wat reactie op’, zegt Diego Armando van Zutphen zelf. Allerlei grote voetbalwebsites maakten er berichten van, zag hij.
Een virtuoos passende en dribbelende middenvelder zoals die andere Diego Armando is hij niet. ‘Ik ben gewoon een verdediger in de eerste divisie. Ik denk dat die sites mijn voornamen interessant vonden, dat hoor ik vaker.’
Je kind naar een beroemde profvoetballer vernoemen, komt vaker voor. Over jeugd- en amateurvelden lopen Baggio Wallenburg, Maradona Philips, Messi Muriel en Lavezzi Rutjes rond. In de eredivisie heb je Ajacied Branco van den Boomen en FC Utrecht-middenvelder Zidane Iqbal. Ze vielen afgelopen seizoen behoorlijk tegen.
Zaterdagavond kan ADO Den Haag in de nacompetitiewedstrijd bij Excelsior beschikken over Silvinho Esajas, Dhoraso Kas en Jari Vlak, vernoemd naar respectievelijk de Braziliaanse Arsenal-speler Silvinho, de Franse international Vikash Dhorasoo en de Finse Ajacied Jari Litmanen.
En kijk naar AZ. Dat contracteerde recentelijk Saviola Mourinho Simons, vernoemd naar de Argentijnse spits Javier Saviola en de Portugese coach José Mourinho. Het blijkt een familiedingetje, want Saviola Mourinho Simons is het neefje van Oranje-international Xavi Simons, die weer vernoemd is naar Barcelona-middenvelder Xavi Hernandez.
Bij AZ liepen de laatste jaren ook nog Dani de Wit (wiens ouders fan waren van de Portugese Ajacied Dani), Zinho Vanheusden (naar de Braziliaan Zinho), Zico Buurmeester (naar de Braziliaan Zico) en Tijjani Reijnders (naar de Nigeriaan Tijjani Babangida) rond.
Namen van beroemde Nederlandse spelers duiken vooral op in het buitenland. De Peruaan Kluiverth Aguilar speelt bij Lommel, de Braziliaan Wandeckerkof da Silva Santos (geïnspireerd door Willy en René van de Kerkhof) was een talent bij Corinthians.
Zijn landgenoot Rudigullithi da Silva Henrique bereikte het semiprofniveau. Marko van Basten Cema was jeugdinternational voor Albanië, Neeskens Kebano maakte zes goals voor Congo en dan is er nog de matige Maltezer voetballer Cruyff Grixti.
Hoge verwachtingen
Zo’n voornaam kan grote verwachtingen scheppen. Frank van Zutphen, wiens andere zoon Ernesto Che heet, een eerbetoon aan Ernesto ‘Che’ Guevara: ‘Verwachtingen zijn op zich niet erg, toch?’
Dat Diego Armando van Zutphen verdediger werd, daar had zijn vader vrede mee. ‘Maar ik wilde wel dat hij dan achterin zijn tegenstander passeerde.’
Diego Armando van Zutphen: ‘Die voornaam gaf me geen druk, ik heb mezelf niet die naam gegeven, toch? Mijn vader wilde maar een ding: dat ik naar een profclub ging. Hij liet me beelden zien van Maradona, heeft veel tijd aan me besteed, me altijd gesteund. Hij schreeuwde soms wel veel langs de lijn naar me. Op een gegeven moment heb ik gezegd: dat gaat me niet meer helpen.’
Frank van Zutphen: ‘Hij moet tegen kritiek kunnen, vind ik. Eruit halen wat erin zit. Maar toen ik daarmee stopte, ging het nog beter.’
Is het zo dat ouders, vaak vaders, die hun kind vernoemen naar een beroemde voetballer misschien wel te vurig wensen dat hun kind ook een wereldberoemde voetballer wordt?
De in Parijs geboren Congolese spits Neeskens Kebano (32) vertelt door de telefoon over de veeleisendheid van zijn vader, die hoopte dat zijn zoon de werkethiek zou hebben van de Nederlandse middenvelder Johan Neeskens. ‘Als ik niet goed speelde werd hij kwaad. ’s Avonds praatte hij dan met mijn broers en zussen, maar niet met mij. Het was zijn manier mij te leiden.’
Zijn voornaam was lastig uit te spreken voor nieuwe vrienden, tenzij ze wat ouder waren. ‘Dan zeiden ze: ah, Johan Neeskens, goede speler! Ik heb beelden gezien... Hij was inderdaad goed. Hard schot! Strafschoppen schoot hij keihard door het midden. Heb ik een keer geprobeerd, ook voor mijn vader. Maar dat was een heel slechte imitatie. Ik leerde: blijf gewoon jezelf.’
Nadat Neeskens Kebano, die voor onder meer Genk en Fulham heeft gespeeld en nu voor Al-Jazira uitkomt, zijn debuut had gemaakt als prof, werd zijn vader rustiger. ‘Hij is mijn grootste fan. Ik denk ook dat ik het nodig had dat iemand me bij de les hield.’
Tegenpolen
De vader van Dani de Wit zei juist nooit iets langs de lijn als hij keek naar zijn zoon die bij Ajax en AZ speelde. ‘Vind ik vreselijk. Dani moest gewoon plezier hebben’, zegt zijn vader Theo de Wit.
Het was meer een spontane ingeving zijn jongste zoon Dani te noemen. ‘Mijn vrouw en ik genoten van de Portugees Dani toen die bij Ajax speelde. Technisch, heel lichtvoetig en creatief.’
Ook in dit geval is er weinig gelijkenis tussen idool en zoon. Theo de Wit lachend: ‘Het zijn zelfs tegenpolen. Onze Dani is een harde werker, een bikkel, al heeft hij meer techniek dan gezegd wordt, vind ik. Qua uiterlijk en als persoon zijn de verschillen nóg groter.’
De Portugees Dani was met zijn ravenzwarte haar, lichtblauwe ogen en trekken van een model een meisjesidool, die graag op stap ging. Hij stopte al op zijn 26ste. De rossige Dani de Wit gaat nooit uit en drinkt geen druppel alcohol, zegt zijn vader. ‘Een nuchtere jongen die tot hij op zijn 17de een profcontract kreeg bloembollen rooide in het familiebedrijf. Hij kreeg net zoveel per uur betaald als de rest.’
In de jeugd bij Feyenoord speelde lange tijd een voetballer die wel veel gelijkenissen had met de speler naar wie hij is vernoemd. Jari Schuurman was beweeglijk, intelligent en scoorde veel als aanvallende middenvelder. Net als Jari Litmanen, de voormalige Ajacied van wie zijn ouders groot fan waren.
Schuurmans lichting was zo talentvol dat er een complete editie van het voetbaltijdschrift Hard Gras aan is gewijd. Tijdens de presentatie werd Schuurman eruit gelicht door hoofdredacteuren Matthijs van Nieuwkerk en Hugo Borst, omdat hij werd gezien als het grootste talent, maar ook vanwege zijn voornaam.
‘Je valt vanzelf op met zo’n voornaam, zeker als je bij de aartsrivaal speelt van degene naar wie je bent vernoemd. Mijn trainers maakten er weleens grappen over’, zegt Schuurman, inmiddels 27. ‘Ik had geen last van die naam. Het kan ook positief zijn, dat mensen denken: daar gaan we eens even lekker voor zitten.’
Hij debuteerde bij Feyenoord, maar speelt al jaren in de eerste divisie bij FC Dordrecht als verdedigende middenvelder. ‘Ik ben nog steeds wel bij veel goals betrokken en prijs me gelukkig. Ik ken genoeg jongens die het profvoetbal niet gehaald hebben. Mijn ouders zijn ook helemaal content.’
WK-finale
Dat je echt ver kunt komen met zo’n beroemde voetballersnaam bewees Edson Braafheid. Net als het idool van zijn vader, Edson Arantes do Nascimento -de volledige naam van doelpuntenmachine Pelé, speelde Braafheid een WK-finale.
Niet als dominante scorende spits, maar als invaller op de linksbackpositie voor het Nederlands elftal in 2010. Zijn vader René Braafheid: ‘Edson was in de jeugd een makkelijk scorende spits of nummer 10. Hij wilde eerst helemaal geen linksback spelen. Ik zei: ‘Probeer nou maar.’ Het heeft hem toch een carrière opgeleverd die ik als nuchtere man betitel als ‘niet slecht’.’
Edson Braafheid worstelde bij Bayern München met de prestatiedruk. ‘Maar dat had niets met die voornaam te maken’, zegt de oud-voetballer. ‘Dat lag aan de verwachtingen die ikzelf had en voelde.’
Met die ervaringen probeert hij nu mensen te helpen als mentaal begeleider. Zelf noemde hij zijn zoon Joaquin, geïnspireerd door een Spaanse international. ‘Het hangt ervan af hoe je er als ouder mee omgaat of een kind druk ervaart. Ga jij de hele tijd roepen dat jouw kind net zo goed wordt? Dan wordt het lastig voor hem. Mijn vader heeft dat nooit gedaan en ik zal dat ook nooit doen.’
Frank van Zutphen hoopt dat zijn 19-jarige zoon Diego Armando ooit bij Napoli speelt, de club van Diego Armando Maradona. ‘Dat zou wel ultiem zijn, dat zeg ik eerlijk. Maar als hij morgen zegt dat hij wil stoppen, is dat ook goed. Dan heb ik er nog steeds geen spijt van dat hij zo heet, want het heeft me al iets prachtigs opgeleverd.’
Hij laat foto’s zien van zijn zoon die geknuffeld wordt door Diego Armando Maradona in 2017, drie jaar voordat de illustere Argentijnse voetballer zou overlijden. ‘Maradona was destijds in Brabant als coach van een Arabische club. Toen ik het hoorde zei ik tegen mijn ex-vrouw: ‘hup, breng Diego daarheen en neem zijn ID-kaart mee!’ Toen de bewaking zag dat hij echt Diego Armando heette, mocht hij hem ontmoeten. Nadat Maradona zelf nog even zijn ID checkte kreeg hij die knuffel. Geweldig, toch?’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant