Home

Hoe een kleine lobbygroep het onderzoek naar ufo’s salonfähig maakte

Van het Amerikaanse Congres tot de Nasa, het onderzoek naar ufo’s heeft de laatste jaren serieuze vormen aangenomen. Is het terecht dat er onderzoek wordt gedaan naar alles wat door het luchtruim zoeft, of verspeelt de Amerikaanse overheid tijd en geld aan sprookjes?

Wie begin 2016 in een tijdmachine stapte en nu, in 2024, weer naar buiten komt, zal met open mond het gemiste nieuws bekijken. Donald werd Trump president, het Verenigd Koninkrijk stapte uit de Europese Unie, een pandemie legde jarenlang de wereld stil en oorlogen woekeren over de planeet. En, al zou je het in die stortvloed bijnaover het hoofd zien: in de Verenigde Staten hield plots iedereen zich serieus bezig met ufo’s.

Want gedurende de afgelopen jaren onthulde The New York Times een geheim onderzoeksprogramma van het Pentagon naar ufo’s, stelde het Amerikaanse Congres officiële onderzoeken in en kwamen er openbare hoorzittingen. Zelfs de respectabele Nasa begon zich officieel met het fenomeen te bemoeien.

Over de auteur
George van Hal is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over sterrenkunde, natuurkunde en ruimtevaart. 

Hoe is dat zo gekomen? En is het terecht dat er serieus onderzoek wordt gedaan naar alles wat door het luchtruim zoeft, of verspeelt de Amerikaanse overheid tijd en geld aan sprookjes?

Geheim onderzoeksprogramma

De wortels van de recente ufo-hausse liggen volgens vriend en vijand bij een artikel dat in 2017 opdook op de voorpagina van de Amerikaanse kwaliteitskrant The New York Times. ‘Gloeiende aura’s en ‘zwart geld’: het mysterieuze ufo-programma van het Pentagon’, luidde de kop.

In het stuk onthulden de auteurs dat er een geheim onderzoeksprogramma bestond dat onder de verantwoordelijkheid van het Pentagon, het Amerikaanse ministerie van Defensie, ufo’s onderzocht. Of liever: uaps, unidentified anomalous phenomena, de minder beladen term die men tegenwoordig voor de onverklaarde verschijnselen gebruikt.

Online werd het bericht vergezeld van drie video’s: Gimbal, Flir1 en Go Fast. Daarop maken maffe vlekken onverklaarbare bewegingen, begeleid door het geluid van verbaasde en opgewonden piloten van gevechtsvliegtuigen. ‘Wow, ze zijn met een hele vloot’, zegt er eentje. ‘Wat de fuck was dat’, roept een ander.

Dat The New York Times over het onderwerp schreef, gaf ufo's een zweem van serieusheid. Gingen de gedachten bij het grote publiek bij ufo’s eerder vooral terug naar televisieseries als The X-Files, uit het artikel bleek dat ook serieuze politici en journalisten zich ermee bezighielden. ‘Het stigma, de lacherigheid waarmee het onderwerp ufo’s decennialang gepaard ging, begon daarna eindelijk te verdwijnen’, zegt filosoof Taede Smedes, auteur van twee boeken over het ufo-fenomeen.

‘Geen enkel bewijs’

Tot eerder dit jaar plots het meest recente overheidsrapport over ufo's op de mat plofte, geschreven door een onderzoekscommissie van het Pentagon. Die concludeerde dat er ‘geen enkel bewijs’ is voor ufo's of voor het idee dat de aarde bezocht wordt door aliens of andere niet-menselijke intelligenties.

Ufo-liefhebbers kwamen direct in verweer tegen het rapport, dat vanaf het begin voor hen de schijn al tegen had. De onderzoeksgroep die het schreef, Aaro (All-domain Anomaly Resolution Office), werkte immers voor het Pentagon, dezelfde instantie die al decennialang het bewijs voor buitenaardse bezoeken onder het tapijt zou vegen.

‘Het nieuwe uap-rapport van het Pentagon bevat serieuze fouten’, schreef Christopher Mellon in een lang opiniestuk op de Amerikaanse site The Debrief. Deze voormalig medewerker van de Amerikaanse inlichtingendiensten, bekend voorvechter van openheid over het ufo-fenomeen, somt daarin alles op dat volgens hem in het rapport niet klopt, van talloze (redactionele) fouten tot significante lacunes.

‘Het Nimitz-incident, waar Amerikaanse gevechtspiloten melding maakten van ufo’s rond marineschip de USS Nimitz, staat er bijvoorbeeld niet in’, zegt Smedes, verwijzend naar een beroemd incident (in 2004, red.) waaraan ook in de video's die horen bij het New York Times-artikel aandacht wordt besteed. ‘Als dat al ontbreekt, dan denk je toch: hebben jullie je werk wel gedaan?’

Aan de eindconclusies verandert dat weinig, zeggen anderen. ‘Hoewel Aaro zeker betere eindredactie en factcheckers had kunnen gebruiken voor het rapport, blijft het centrale punt overeind: er is geen sluitend bewijs voor bezoek van buitenaardse wezens’, stelt bijvoorbeeld de Amerikaanse scepticus Mick West, beheerder van metabunk.org, een website die alledaagse verklaringen vindt voor ‘raadselachtige’ video’s en verschijnselen.

West is auteur van het boek Escaping the Rabbit Hole, waarin hij beschrijft hoe je complottheorieën kunt ontkrachten met feiten, logica én wederzijds respect. West ontkrachtte in YouTube-filmpjes onder meer de drie video’s van The New York Times. Zo zou Flir1 volgens hem bijvoorbeeld geen ufo, maar een gewoon vliegtuig tonen.

Onderaannemer van de Nasa

Vraag het de sceptici en hun conclusie is: de huidige ufo-hausse is vooral gebaseerd op slimme pr. Zo schrijft Aaro op pagina 9 van haar rapport bijvoorbeeld: ‘Deze claims komen voornamelijk van een groep individuen die betrokken zijn bij verschillende ufo-gerelateerde projecten.’

De recente opleving in ufo-interesse, zegt Mick West van metabunk.org, begint dan ook bij een van hen: miljardair en ondernemer Robert Bigelow, onder meer werkzaam als onderaannemer van Nasa.

In 1996 koopt Bigelow de Skinwalker Ranch, een stuk land ten zuidoosten van Salt Lake City waarop zich volgens de overlevering allerhande bizarre zaken afspelen. Zo zouden er onder meer weerwolven zijn gezien, heksen, mysterieuze gloeiende bollen en – ja, dat ook – ufo’s.

In 2007 ontvangt Bigelow een brief van een medewerker van een van de de Amerikaanse inlichtingendiensten die onderzoek wilde doen op het terrein. Bigelow bespreekt dat met de toenmalige, inmiddels overleden democratische senator Harry Reid, die hij goed kent en met wie hij een interesse in ufo’s deelt.

De ‘ufo-lobby’: dit zijn de hoofdrolspelers

Robert Bigelow, miljardair en ruimtevaartondernemer met een fascinatie voor ufo's en het bovennatuurlijke. Koopt ‘Skinwalker Ranch’ en overtuigt senator Harry Reid om geld vrij te maken voor een geheim onderzoek naar de paranormale verschijnselen die daar plaatsvinden. Zijn bedrijf wint uiteindelijk de aanbesteding van 22 miljoen dollar.  

Harry Reid, voormalig democratisch politicus en Senaatsleider, inmiddels overleden. Reid maakte samen met collega’s het ‘geheime geld’ vrij voor het onderzoek naar ufo's en paranormale verschijnselen van het Pentagon. 

Lue Elizondo, voormalig hoofd van Aatip, het vervolg op het door Reid en Bigelow ingestelde Pentagon-onderzoek naar ufo’s. Verschijnt tegenwoordig geregeld in de media en in ufo-documentaires op het Amerikaanse History Channel. 

Christopher Mellon, voormalig medewerker van de Amerikaanse inlichtingendiensten en bekend voorvechter van openheid over het ufo-fenomeen. Stelt onder meer Elizondo voor aan journalist Leslie Kean. 

Leslie Kean, journalist en bestsellerauteur van boeken over ufo's. Is co-auteur van het verhaal dat in 2017 in The New York Times verschijnt en het bestaan onthult van het door Harry Reid ingestelde geheime onderzoeksprogramma naar ufo’s. 

In 2008 weet Reid samen met twee collega-senatoren in totaal 22 miljoen dollar ‘geheim geld’ te reserveren voor een onderzoek door het Pentagon. ‘We hoeven er dan geen groot debat over te voeren in de Senaat’, zegt hij daarover in 2018 tegen New York Magazine.

Bij het Pentagon is niet iedereen blij met die opdracht, schreef The New Yorker in een reconstructie uit 2021. ‘Sommige medewerkers zeiden: dit is belachelijk, geldverspilling. Reid riep hen dan bij zich en zei: je moet dit toch doen’, aldus een anonieme medewerker van de Amerikaanse inlichtingendiensten in die reconstructie.

Portalen en poltergeists

Bigelow, die de aanbesteding van het contract van 22 miljoen dollar wint, stelt een team samen dat een onderzoek opent naar Skinwalker Ranch. Hij stelde een eclectisch menu samen van poltergeists, monsterlijke uilen, weerwolven, portalen naar andere dimensies en – nee, echt – een waarneming van een bizarre mengelmoes tussen een dinosaurus en een grote bever. ‘Het verhaal in The New York Times ging alleen over de ufo’s, maar in werkelijkheid was het onderzoek veel breder’, zegt West.

Het programma, met de bewust misleidende naam Advanced Aerospace Weapons System Application Program (Aawsap), stopt uiteindelijk in 2012. Hoewel de geldkraan dan sluit, gaat het onderzoek door in de vorm van het Advanced Aerospace Threat Identification Program (Aatip). ‘Dat was geen erkend, officieel onderzoeksprogramma en het had bovendien geen personeel’, schrijft Aaro in zijn rapport.

Lue Elizondo, voormalig hoofd van Aatip, spreekt die conclusie van het rapport tegen. In een reconstructie van het populairwetenschappelijke tijdschrift Popular Mechanics uit 2020 zegt hij bijvoorbeeld: ‘Heel, heel weinig mensen wisten wat we deden, maar het kantoor van de minister van Defensie was op de hoogte.’

Elizondo neemt in 2017 ontslag omdat hij meent dat zijn werk onvoldoende serieus wordt genomen. Later dat jaar, op 4 oktober, ontmoet hij journalist Leslie Kean, bestsellerauteur van ufo-boeken. Ze worden aan elkaar voorgesteld door Christopher Mellon, een grootheid in ufo-kringen.

Kean staat in het ufo-wereldje bekend als iemand die al te bizarre verhalen mijdt. ‘Je moet strategischer zijn om serieus genomen te worden. Je kunt niet aankomen met iemand die begint over lichamen van aliens die zijn gevonden, zelfs als het misschien waar is’, zegt ze in 2021 bijvoorbeeld tegen The New Yorker.

Mellon en Elizondo vertellen Kean over Aatip en het bestaan van de drie video’s. Ze beloven haar dat ze die video’s krijgt, inclusief documenten die echtheid bewijzen, als ze het voor elkaar krijgt om een verhaal over Aatip te slijten aan The New York Times. Dat lukt.

‘Het stuk in The New York Times was de culminatie van jarenlang werk door zegt Mick West van metabunk.org. Eerst lobbyen ze om geld voor een onderzoeksprogramma dat het Pentagon onder politieke druk met tegenzin instelt. En later gebruiken ze het bestaan van datzelfde programma om te zeggen: kijk, iedereen neemt dit heel serieus.

Politici, onder wie democratisch senator Kirsten Gillibrand en haar republikeinse collega Marco Rubio, beginnen nadat het stigma op het onderwerp was verdwenen meer openheid te eisen. En wanneer de eerste officiële uap-taskforce die daaruit voortvloeit achter gesloten deuren verslag uitbrengt aan het Congres, verschijnen opnieuw de usual suspects uit het eerder door Reid en Bigelow ingestelde Aawsap-onderzoek. Onderzoeker Eric Davis bijvoorbeeld, die naast zijn interesse in ufo’s eerder onder meer een artikel schreef voor de luchtmacht over teleportatie en mensen die met paranormale gaven lepels kunnen buigen.

Ook de Nederlandse ufo-publicist Smedes ziet keer op keer dezelfde namen opduiken. ‘De vraag is alleen: is dat erg? De suggestie van iemand als Mick West dat dit een groepje samenzweerders is dat de overheid heeft verleid om onnodig onderzoek te doen naar ufo’s, klopt niet’, zegt hij. ‘Hij doet net of het Congres uit gekkies bestaat die graag in sprookjes geloven, maar ik denk dat die politici zelf voldoende onderzoek hebben verricht om te kunnen concluderen dat er echt iets aan de hand is.’

Meegezogen

De samenstelling van het groepje verandert overigens met de jaren, zegt West. ‘Ouderen gaan met pensioen, overlijden, of ontdekken dat het toch allemaal onzin was. En dan komen er weer jongere mensen bij.’ Maar uiteindelijk, oordeelt hij, hebben al die mensen te weinig bewijs laten zien. ‘Ze hebben alleen maar getuigen met verhalen. Ze hebben geen tastbaar bewijs en geen overtuigende documenten.’

Ook Smedes geeft dat toe. ‘Uiteindelijk zijn het allemaal geruchten’, zegt hij. ‘Maar als ik zie hoe hardnekkig die geruchten zijn en hoeveel geruchten het zijn, als ik de overtuigende verhalen hoor van ooggetuigen, dan begint het voldoende gewicht te krijgen om het te geloven.’

Over één ding zijn sceptici als West en ufo-volgers als Smedes het overigens eens: onderzoek doen naar meldingen van ufo’s is belangrijk. Althans: wanneer je het serieus aanpakt. ‘Het is fijn dat het stigma op ufo’s is verdwenen’, zegt ook West. ‘Zeker in de huidige tijd waarin er bijvoorbeeld meer en meer drones zijn door de lucht vliegen. Het zal niet voor het eerst zijn dat drones of ballonnen van buitenlandse machten als China of Rusland het Amerikaanse luchtruim invliegen. Als je de meldingen daarvan afdoet met praatjes over ufo’s en buitenaardse wezens, schiet je jezelf als defensiegemeenschap echt behoorlijk in de voet.’

Ufo-geschiedenis

Natuurlijk begon de interesse in ufo’s niet plotsklaps in 2017 met een publicatie in The New York Times. Integendeel: het ufo-fenomeen kent een rijke geschiedenis van ooggetuigenverklaringen en hardnekkige geruchten over ruimteschepen die langs de hemel trekken en ontmoetingen met buitenaardse intelligenties. 

Al in de Middeleeuwen en zelfs tijdens de Romense tijd duiken al verhalen op over waarnemingen van vliegende kruisen en schilden die volgens moderne ufo-volgers mogelijk van buitenaardse oorsprong zouden kunnen zijn.

In de 19de eeuw zijn boven Amerika luchtschepen waargenomen, nog voordat mensen over zulke technologie beschikten, en tijdens de Tweede Wereldoorlog beweren gevechtspiloten van zowel de geallieerden als de Duitsers dat ze ufo’s zien. 

24 juni 1947 wordt door de meeste kenners gezien als het startpunt van het moderne ufo-fenomeen. Piloot Kenneth Arnold ziet op die dag vanuit zijn CallAir A-2 een formatie van negen onverklaarde vliegende objecten. Enkele weken later melden verschillende media dat er een ruimteschip zou zijn neergestort nabij Roswell, New Mexico. 

Stigma
Kort na de Tweede Wereldoorlog neemt bijna de helft van de Amerikanen het ufo-fenomeen serieus, inclusief veel politici en mensen in het overheidsapparaat. De Amerikanen stellen daarom meerdere officiële overheidsonderzoeken in, maar aan die reeks komt in 1968 een einde met het zogeheten Condon Report (voluit: de Scientific Study of Unidentified Flying Objects). Het boekwerk van duizend pagina’s besluit met een samenvatting en conclusie die volgens ufo-volgers op gespannen voet staat met al het monnikenwerk dat eraan vooraf ging. In die conclusie schrijft natuurkundige Edward Condon, hoofd van de commissie, dat verder onderzoek naar ufo’s ‘niet te rechtvaardigen’ was. Het zou het begin inluiden van het decennialange stigma op het onderwerp, dat pas de afgelopen paar jaar opnieuw werd doorbroken.  

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next