Met de opkomst van extreem-rechts in Nederland staat de vrijheid van meningsuiting onder druk, betoogt Frans Timmermans. Laat Italië, waar de premier procedeert tegen kritische journalisten, een afschrikwekkend voorbeeld zijn.
De zelfverklaarde kampioenen van het vrije woord van extreem-rechts doen altijd hun uiterste best mensen die kritiek hebben de mond te snoeren. Het hele arsenaal aan wapens wordt daarbij aangesproken: persoonlijke aanvallen, ridiculisering, demonisering, intimidatie, verdachtmakingen, criminalisering door aangiften of processen wegens smaad.
In Italië is de extreem-rechtse regering van premier Giorgia Meloni (Fratelli d’Italia) weinig terughoudend. Meloni voerde een proces wegens smaad tegen journalist en schrijver Roberto Saviano (wereldberoemd om zijn boeken over de Italiaanse maffia). Aanleiding waren uitspraken van Saviano over Meloni en Salvini. Hij noemde ze ‘klootzakken’ (bastardi) om de manier waarop Meloni en Salvini spraken over ngo’s (‘watertaxi’s voor vluchtelingen’, ‘cruiseschepen voor vluchtelingen’).
Vorig jaar kwam de zaak voor de rechter en in oktober werd Saviano schuldig bevonden en veroordeeld tot een boete van 1.000 euro. Saviano zei toen toepasselijk: ‘Dit is een strategie die wordt uitgevoerd in Hongarije, waar Viktor Orbán beslist welke stemmen hij moet isoleren.’
Over de auteur
Frans Timmermans is fractievoorzitter van GroenLinks-PvdA.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Meloni voert ook een rechtszaak tegen journalist Emiliano Fittipaldi van dagblad Domani vanwege ‘laster’. Fittipaldi uitte twijfels over de transparantie van de procedure voor de aanschaf van maskers tijdens de eerste golf van de covid-pandemie. Met name over de rol die Meloni zou spelen bij het beïnvloeden van Domenico Arcuri, destijds buitengewoon commissaris voor de covid-noodtoestand, bij het kiezen van leveranciers van medische hulpmiddelen. Zij zou zich hebben bemoeid met het proces door partijgenoot Fabio Pietrella (inmiddels parlementariër) aan te bevelen als leverancier.
In april begon Meloni een rechtszaak tegen de 81-jarige historicus Luciano Canfora, emeritus hoogleraar aan de universiteit van Bari. Hij noemde Meloni een ‘neonazi in de ziel’. De zaak wordt op 10 juli behandeld. Canfora staat bekend om zijn controversiële opvattingen, maar een poging hem de mond te snoeren kan niet anders worden gezien dan als een aanval op de vrijheid van meningsuiting.
Vorig jaar diende minister van Landbouw Francesco Lollobrigida een aanklacht wegens smaad in tegen Donatella Di Cesare, filosoof en universitair docent in Rome. De minister zei dat ‘Italianen minder kinderen krijgen, omdat we ze vervangen door iemand anders. Het gaat om de formule van etnische vervanging’. Di Cesare zei daarop dat de minister praatte ‘als een Gauleiter’, waarmee zij verwees naar de nazi’s die als eersten een omvolkingstheorie verspreidden.
Extreem-rechtse politici reageren als door een wesp gestoken als ze worden aangesproken op hun ideologische wortels. In eigen kring zijn Meloni, haar zwager Lollobrigida en andere prominente post-fascisten mild, zo niet bewonderend voor Mussolini en zijn erfenis, maar voor de buitenwereld moet beleden worden dat ze daarmee gebroken hebben. Al valt ze dat soms zwaar, met name op dagen als de Italiaanse Bevrijdingsdag van 25 april.
In Nederland worden nog geen processen tegen journalisten, opponenten en critici gevoerd, maar de rest van bovengenoemd arsenaal wordt al regelmatig in stelling gebracht. Vorige week nog door Kamervoorzitter Martin Bosma (PVV), die probeerde om Kamerleden de mond te snoeren die zijn partij ‘extreem-rechts’ noemden. Journalisten ‘tuig van de richel’ noemen, past in hetzelfde straatje, het duurder maken van kranten wellicht ook.
Wilders heeft geprobeerd mij te criminaliseren door aangifte te doen van opruiing, wat een goede grap zou zijn voor wie zijn Twitterincontinentie volgt. Minder grappig is dat het nog serieus genomen werd ook, want ja, hij heeft nu eenmaal de grootste fractie in de Kamer. Uiteraard maakte het Openbaar Ministerie er gehakt van.
Toen Ronald Plasterk meldde niet langer kandidaat te zijn voor het premierschap, kwam vanuit extreem-rechts meteen de aanval op de pers. Heel voorspelbaar. Een enkele journalist voelde zich geroepen zich te verdedigen. Het bekende patroon, overal waar extreem-rechts een politieke factor van belang is. De pers wordt aangevallen, gaat in de verdediging, en wordt terughoudender. En zo begint de uitholling van de persvrijheid. Extreem-rechts speelt dit spel overal zeer gewiekst. Blijven klagen over een vermeend linkse pers, zodat de pers er alles aan doet te bewijzen niet links te zijn. En ondertussen wordt de rechtse pers steeds militanter.
Nog even terug naar minister Lollobrigida. Hij beschuldigt mij ervan dat ik in mijn periode als Eurocommissaris een duister complot heb bedacht om een einde te maken aan de Europese landbouwproductie, zodat Europa alles via Nederlandse havens zou moeten importeren uit de rest van de wereld, zo bericht Politico. Dus ik was een Nederlandse mol in het Europese bestuur. Het is absurd en lachwekkend. En het is laster.
Lollobrigida een proces aandoen? Kan niet, hij is als minister onschendbaar. Zou het een idee zijn – om het speelveld wat gelijker te maken – journalisten, academici en andere burgers die premiers, ministers en Kamerleden bekritiseren, ook de mantel der onschendbaarheid om te hangen? Het zou niet nodig moeten zijn, de vrijheid van meningsuiting zou niet zo onder druk moeten staan. Maar laat Italië, waar ook de publieke omroep wordt ‘gelijkgeschakeld’ door Meloni, een afschrikwekkend voorbeeld zijn van hoe snel het mis kan gaan.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant