Het hart van de Brusselse macht ligt bij de Europese Commissie. De Commissie is vergelijkbaar met wat regeringen zijn voor lidstaten: het dagelijks bestuur van de unie die de Europese wetten maakt, de begroting beheert en de Europese Unie vertegenwoordigt op het internationale toneel.
De Commissie bestaat uit 1 president en 26 Eurocommissarissen. De Commissiepresident is vergelijkbaar met een premier of minister-president en is hét gezicht van de Europese Unie. Momenteel is dat de Duitse Ursula von der Leyen, die na de verkiezingen van 2019 namens de Europese christendemocraten naar voren werd geschoven.
De rest van de Eurocommissarissen wordt geleverd door de overige 26 lidstaten, met ieder een eigen portefeuille. Ze zijn vergelijkbaar met ministers: er is een Eurocommissaris voor Energie, Transport, Landbouw, en de Nederlandse Eurocommissaris - Wopke Hoekstra - is verantwoordelijk voor Klimaat.
Iedere Eurocommissaris heeft een leger aan ambtenaren dat de Commissie draaiende houdt. In totaal werken er zo'n 32.000 ambtenaren bij de Commissie die wetten schrijven, onderzoek doen en - in een organisatie met 24 officiële talen niet onbelangrijk - vertaalwerk verrichten.
Wetsvoorstellen van de Commissie komen als eerst terecht bij het Europees Parlement. Dat bestaat na de komende verkiezingen uit 720 Europarlementariërs die worden verkozen bij de verkiezingen in juni. Het hangt af van het aantal inwoners van het land hoeveel parlementariërs per lidstaat worden verkozen. Nederland levert 31 Europarlementariërs.
In het Parlement zijn zeven grote Eurofracties. Dat zijn een soort Europese partijen die bestaan uit nationale partijen die ongeveer dezelfde ideologische achtergrond hebben. De functie van het Parlement, dat pas in 1979 werd opgericht, is om democratisch tegenwicht te bieden aan de overige 'ondemocratische' instituties in Brussel.
Maar de EU worstelt al jaren met een democratisch tekort. Europese verkiezingen haalden na 1979 nooit een opkomstpercentage van hoger dan 60 procent. Een hoge opkomst is nodig om wetten en besluiten democratisch te onderbouwen.
Het Parlement deelt de controlerende macht met de Raad van de Europese Unie. Dat is een merkwaardig orgaan dat afhankelijk van het wetsvoorstel bestaat uit nationale ministers met dezelfde portefeuille. Als een wetsvoorstel bijvoorbeeld over landbouwsubsidies gaat, komen alle nationale ministers van Landbouw samen om hun zegje over het voorstel te doen.
De Raad heeft als functie om Brusselse wetgeving altijd van nationale goedkeuring te voorzien. Naast de Commissie en het Parlement, beide volledig Brusselse organen, is er dus altijd nationale invloed op het besluitvormingsproces.
Die nationale invloed is ook verankerd in de Europese Raad, die niet betrokken is bij wetsvoorstellen maar wel een belangrijke rol in de EU speelt. Deze raad bestaat uit de regeringsleiders van alle 27 lidstaten: van Mark Rutte tot Emmanuel Macron en Viktor Orbán. Zij vergaderen in principe vier keer per jaar op Europese toppen, waarbij de hoofdlijnen voor de Europese Commissie worden uitgezet.
In het geval van een crisis kunnen er ook spoedbijeenkomsten worden georganiseerd. De Europese Raad kan dan met unanieme goedkeuring grote beslissingen nemen. In de afgelopen termijn, onder leiding van de huidige Raadsvoorzitter Charles Michel, stelde de Europese Raad bijvoorbeeld de Europese steunpakketten voor Oekraïne samen.
Maak binnen 1 minuut een gratis account aan en krijg toegang tot extra artikelen.
Gelieve een geldig e-mailadres in te geven.
Source: Nu.nl algemeen