Home

Liederlijk brallen en pissen tegen de voordeur: Amsterdam worstelde in 1750 ook al met overlast

Oké, in de 18de eeuw gingen dronken bezoekers niet als banaan verkleed door Amsterdam. Maar het is echt niet sinds Airbnb dat de binnenstad zo’n last heeft van feesttoerisme.

Twee stomdronken mannen piesen in het holst van de nacht tegen een voordeur in de Amsterdamse Pieter Jacobszstraat, een steegje tussen de Oudezijds Voorburgwal en het Rokin, midden in het centrum. Bewoonster Aeltje Gerritz wordt wakker van het gedoe op straat en reageert furieus – terecht natuurlijk.

Tierend stormt ze naar buiten. ‘Jou onbeschofte beesten stae je daer zoo te waeteren’, schreeuwt ze tegen de dronken kerels. Daarna gooit ze een kan water over een van de mannen, die haar op zijn beurt een schop geeft, waardoor ze achterover haar kelder invalt en met een klap op de grond terechtkomt. Het loopt goed af. De buurvrouw, ook wakker geworden, helpt Aeltje op de been met een glas brandewijn.

Over de auteur
Ernst Arbouw schrijft voor de Volkskrant over historische onderwerpen.

Aldus opgetekend door notaris Cornelis Staal, op 13 juli 1750. De Amsterdamse notaris registreerde de verklaringen van getuigen van het incident. Honderden jaren was dat het gebruik. Hoofdstedelijke notarissen regelden niet alleen de administratie voor gebouwen, rouwen en trouwen, maar ze deden bijvoorbeeld ook getuigenverhoren ten behoeve van rechtszaken.

Liederlijke ruzies

De Amsterdamse notarisakten zijn een aantal jaar geleden gedigitaliseerd, en dankzij een heleboel inspanning van vrijwilligers én het gebruik van AI-transcriptiesoftware is een groot gedeelte van het archief tegenwoordig woord voor woord doorzoekbaar. Bij elkaar vormen de dossiers een kleurrijke verzameling lotgevallen van Amsterdammers tussen 1578 en 1915. Erfenis hier, meningsverschil daar, en dan de getuigenissen van knokpartijen, liederlijke ruzies, openbare dronkenschap en wat al niet meer.

De hoofdrolspelers zijn tegenwoordig wat internationaler, en rond 1750 gingen dronken bezoekers niet als banaan verkleed over straat, maar de verslaggeving moet huidige binnenstadbewoners min of meer bekend voorkomen. In het Amsterdamse centrum is overlast van alle tijden.

In deze serie duikt de Volkskrant in de archieven op zoek naar verhalen met een parallel met het heden.

Tegenwoordig wordt toerisme, of preciezer: feesttoerisme, of nog preciezer: feesttoerisme door Britse mannen tussen 18 en 35 jaar oud, gezien als belangrijkste oorzaak van overlast. Amsterdam heeft een imago van vrijheid, blijheid, wiet en Wallen, en dat lijkt bij de specifieke demografische groep zo populair dat de gemeente vorig jaar een zogeheten ‘Stay Away-campagne’ begon, specifiek gericht op jonge Britse mannen.

Horst Wessellied

De afgelopen jaren is geregeld gewezen op de opkomst van boekingsplatforms als Airbnb als factor in het ontstaan van toeristenoverlast. Niet per se onwaar, maar ook vóór Airbnb waren er al rolkoffers en Britse vrijgezellenfeesten. En andere overlast. Parool-columnist Henri Knap schreef in mei 1952 over een groepje dronken jongens in de buurt van het Leidseplein. ‘Drie Duitsers. Dronken. Luid schreeuwende: ‘Wir haben in 1940 über Holland gesiegt. Wir haben Holland bombardiert!’’ Een jaar later schreef een lezer van Het Parool dat een groep Duitsers in het Vondelpark het Horst Wessellied had gezongen – marcherend in de maat.

Toen in 1954 de visumplicht voor Duitsers werd opgeheven, verdubbelde in één klap het aantal toeristen. In de eerste zes maanden van dat jaar kwamen meer dan twee miljoen Duitsers naar Nederland. Dat leidde in korte tijd tot een handvol incidenten, hoofdzakelijk van het kaliber ‘dronken soldatenliederen’.

Voor de duidelijkheid: het waren echt niet alleen Duitse jongeren die voor overlast zorgden. Rond dezelfde tijd ontdekten Canadese en Amerikaanse militairen dat Amsterdam met de trein bereikbaar was vanuit legerplaatsen in Duitsland. Soldaten vierden hun verlof in bars en cafés rond de Zeedijk, waar het geregeld tot vechtpartijen kwam – Canadezen onder elkaar, Amerikanen onder elkaar, maar liever nog Canadezen tegen Amerikanen.

Nieuwsberichten uit die tijd klinken herkenbaar: groep dronken jongens probeert auto om te duwen, groep dronken jongens springt in gracht, dronken jongen valt uit hotelraam. Agenten van het toenmalige politiebureau Warmoesstraat hadden er hun handen vol aan.

Verloedering

De gemeentelijke strijd tegen toeristenoverlast en verloedering van de binnenstad – niet hetzelfde, maar wel nauw verwant – is óók niet nieuw. In 1991 schreef de Volkskrant bijvoorbeeld al over de ambitie om van het Damrak weer de statige entree van de stad te maken. Het stuk vatte het beeldend samen: ‘Het Damrak is een aaneenschakeling van souvenirwinkels, gokhallen, goedkope restaurants of geldloketten […] De verloedering is het gevolg van een wildgroei aan terrassen, sandwichborden en neonreclames.’

(Voor de goede orde: in die tijd zat aan het Damrak nog een goed aangeschreven boekhandel. Op de locatie van die zaak zit tegenwoordig een toeristenwinkel die uitsluitend oude kaas verkoopt.)

Is er een oplossing? Ja, nee, misschien. Venetië, dat al jaren worstelt met massatoerisme, maar dan nog een graadje erger dan in Amsterdam, experimenteert sinds dit voorjaar met een toegangskaartje van 5 euro. Bewoners verwachten daar weinig van, schreef Italië-correspondent Rosa van Gool eerder in de Volkskrant.

Entreekaartje

Toch is een toegangskaartje of een toegangsprijs niet een heel gek of revolutionair idee. Voor de Hoge Veluwe, Yellowstone Park en Mount Everest betaal je ook entree. Of het ook helpt om de toeristenstroom in te dammen en overlast tegen te gaan valt te bezien.

Bezoekers van Amsterdam betalen op dit moment al fors. De toeristenbelasting in de hoofdstad bedraagt sinds dit jaar 12,5 procent van de kale overnachtingsprijs. Dat betekent dat je voor een stedentripje met twee personen al snel 100 euro extra heffing kwijt bent. Het lijkt bezoekers weinig uit te maken. Naar verwachting zijn er dit jaar in Amsterdam tussen de 19 en 24 miljoen toeristenovernachtingen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next