In haar nieuwe boek vertelt Lale Gül wat er gebeurde na het enorme succes van Ik ga leven. In lange, essayistische dialogen gaat ze in op de onderwerpen die ze ook al aankaartte in haar debuutroman. De brief aan haar jongere zusje is ontroerend.
‘Beste heer Spijkers, mijn naam is Lale Gül. Ik ben 23 jaar en studeer Nederlands aan de Vrije Universiteit. Ik heb een boek geschreven over mijn leven als ex-moslima in een streng religieus islamitisch gezin en ik weet eigenlijk zeker dat dit een goed boek is en gewaardeerd wordt, want ik heb het idee dat er nog maar weinig boeken zijn in de Nederlandse literatuur over de problematiek en onderdrukking van moslimvrouwen. Of de spagaat die ze voelen tussen twee tegenstrijdige culturen. Ik zou eigenlijk bijna willen zeggen dat ik de enige ben vanuit een vrouwelijk perspectief. Bijgevoegd vindt u mijn manuscript. PS. Ik weet zeker dat dit uw volgende bestseller wordt. Als ik geen reactie krijg binnen twee weken, mail ik De Bezige Bij. Met vriendelijke groeten, Lale Gül.’
Met deze mail aan Mai Spijkers van uitgeverij Prometheus begon de schrijfcarrière van Lale Gül (1997), die in 2021 debuteerde met de autobiografische roman Ik ga leven. En ze kreeg gelijk, het werd inderdaad Spijkers’ volgende bestseller. Inmiddels zijn er meer dan 325 duizend exemplaren van het boek verkocht, is het onder andere in het Engels, Frans, Duits en Italiaans vertaald en zijn de filmrechten verkocht. Gül won de NS Publieksprijs en werd benoemd tot Nederlander van het Jaar. Ze kreeg een column bij Het Parool en werd een veelgevraagd spreker.
Over de auteur
Bo van Houwelingen is literair recensent voor de Volkskrant. Ze schrijft met name over nieuwe Nederlandse fictie.
Maar al direct na haar eerste televisieoptreden bij Op1, waarin ze vertelt over haar boek en over haar leven, begint ook de ellende. Als de schrijfster ’s avonds thuiskomt, wacht daar een woedende familie; hoe kan ze de gemeenschap zó te schande maken. Als de situatie escaleert, vlucht Gül naar buiten. Daar staat ze, midden in de nacht, ergens op straat in Amsterdam-West, met nog 2 procent batterij op haar telefoon. In een opwelling belt ze de burgemeester, die haar eerder al op het hart gedrukt heeft te bellen in geval van problemen. Wonder boven wonder neemt Femke Halsema op en regelt diezelfde nacht nog een onderduikadres.
Over wat er nog meer gebeurde in de drie jaar na de publicatie van Ik ga leven gaat Güls tweede boek, Ik ben vrij (waar het predicaat ‘roman’ inmiddels niet meer op staat). Het is een ingewikkelde periode. Gül heeft eindelijk de vrijheid waarnaar ze zo verlangde; ze kan zich kleden zoals ze wil, omgaan met wie ze wil, genieten van wijn, topless zonnen – niets is te gek. Maar het valt haar zwaar echt te genieten van die vrijheid; ze wordt bedreigd en door haar familie verstoten. Ook moet ze leven met de wetenschap dat ze het leven van haar 10-jarige zusje in één klap veel zwaarder heeft gemaakt: haar toch al strenge ouders zullen nóg strenger worden (‘om een tweede Lale te voorkomen’) en het meisje wordt op haar islamitische school, ‘als zusje van’, veracht.
Depressief zit Gül thuis, ze drinkt en laat ongezond eten bezorgen. Ze ziet bijna niemand meer, durft zich amper in het openbaar te vertonen en heeft al helemaal geen energie voor publieke optredens. Tot ze bij een psycholoog aanklopt. Daar gaat het over haar jeugd, de liefdeloosheid – nooit een knuffel, nooit een blijk van trots, geen troost – maar ook over de handvol fijne momenten: een kaartspelletje met vader, moeder die een bord gepelde mandarijntjes voor haar neerzet, de gezellige familiebarbecues. De echte problemen ontstaan als Lale in de puberteit komt en ze ineens allerlei regels krijgt opgelegd. Ze wordt gedwongen zich anders voor te doen dan ze is – een vrome moslima in plaats van een intelligente, levenslustige studente – en dat is op den duur niet langer vol te houden.
De sessies bij de psycholoog worden afgewisseld met de beschrijving van een aantal gebeurtenissen: de eerste keer Kerst vieren met een échte kerstboom, een avontuur in een seksclub, een lezing in het buitenland. Maar vooral met allerlei gesprekken, onder andere met haar scharrel, geliefde en gay best friend.
Het zijn vaak lange dialogen, enigszins essayistisch uitgewerkt. Over de islam en religie in het algemeen, vrouwenemancipatie, vrijheid van meningsuiting, de moslimgemeenschap, de Koran, verlichting, individualisme – kortom, alle onderwerpen die Gül ook al aankaartte in Ik ga leven. Dát boek leek geschreven te zijn door een overijverige ambtenaar met een abonnement op synoniemen.net. Vrijwel elk gangbaar woord was vervangen door een moeilijker alternatief. Consequent koos Gül voor woorden als ‘eveneens’, ‘terstond’ en ‘derhalve’, waar ze ook het vlottere ‘ook’, ‘meteen’ en ‘daarom’ had kunnen gebruiken. Het leidde af van de in principe sterke inhoud.
In Ik ben vrij is het gelukkig klaar met die malligheid. Nog steeds is Gül geen meesterstilist, nog steeds struikel je over de clichés (‘er kwam veel op me af’, ‘het viel rauw op mijn dak’, ‘de druk was enorm’), maar dit boek is op z’n minst leesbaar, ik zou bijna zeggen: vlot geschreven. Haar argumenten tegen een letterlijke interpretatie van de islam en de hypocrisie van de moslimgemeenschap zijn helder uitgewerkt, zéker in de ontroerende en toegankelijke brief die ze aan haar zusje Defne schrijft.
Daarin beschrijft ze punt voor punt haar bezwaren tegen onder andere het dragen van een hoofddoek, onvrije partnerkeuze en maagd moeten blijven tot het huwelijk. ‘Wij vrouwen hebben ook gevoelens, verlangens, willen verliefd worden en seksueel experimenteren. Wij hebben ook gierende hormonen en een geslachtsdeel dat hunkert om af en toe een hoogtepuntje mee te maken. Het grappige is dat men doet alsof vrouwen die verlangens niet hebben: ik weet zeker dat een moslima die besluit maagd te blijven tot aan het huwelijk, maar wel een vibrator in haar nachtkastje heeft om af en toe klaar te komen, haar ouders ook een hartaanval bezorgt.’ Integraal uitgeven en op elke middelbare school uitdelen, die brief.
Al valt Gül op den duur wel in herhaling. Wéér een tirade tegen het simplistische denken van de mensen die haar aan- en afvallen. Maar ja, zolang ze nog steeds bedreigd wordt, is het kennelijk nog niet tot iedereen doorgedrongen dat Lale Gül toch echt mag schrijven wat ze wil. Dus zit er voor haar niets anders op dan precies dát te doen en die boodschap te blijven herhalen.
Lale Gül: Ik ben vrij. Prometheus; 368 pagina’s; € 22,95.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant