De benadering van de media door de nieuwe coalitiepartijen past in een wereldwijde trend. Met rechts-populisten aan de macht komen waarheidsvindende instituties vaak onder druk te staan.
Toen Ronald Plasterk op Tweede Pinksterdag bekendmaakte dat hij zich terugtrok als kandidaat voor het premierschap, kort nadat er in de media verschillende publicaties met belastende feiten en zware beschuldigingen over hem waren verschenen, wist hij zich onmiddellijk gesteund door BBB-leider Caroline van der Plas. Zij schreef op X dat Plasterk ‘zonder bewijs of veroordeling’ aan de ‘schandpaal’ was genageld. Daardoor zou de beoogde minister-president ‘voor het leven’ zijn ‘beschadigd’.
Ook andere vertegenwoordigers van de nieuwe coalitie ventileerden hun verontwaardiging. PVV-Kamerlid Edgar Mulder verspreidde op X een bericht waarin ‘het linkse journaille’ werd uitgemaakt voor ‘tuig van de richel’ dat de reputatie van Plasterk moedwillig ‘kapot’ zou hebben gemaakt.
Met hun weinig omfloerste kritiek doelden de politici vooral op een artikel in NRC, waarin onder meer werd onthuld dat de premier in spe schadeclaims uit de Verenigde Staten kon verwachten, omdat hij als biomedisch wetenschapper ten onrechte het alleenrecht zou hebben geclaimd op patenten voor een kankertherapie.
Over de auteur
Robert van de Griend is algemeen verslaggever van de Volkskrant en schrijft onder meer over polarisatie en radicalisering.
Diverse rechtse opiniemakers bleken de scepsis over dat nieuws te delen. ‘Nou, ze hebben hun eerste scalp’, concludeerde Telegraaf-medewerker Wierd Duk nadat Plasterk zijn terugtrekking had aangekondigd. ‘Antidemocratisch deuglinks pleegt karaktermoord op een afvallige uit hun eigen kring’, noteerde voormalig GeenStijl-hoofdredacteur Bart Nijman.
Dat NRC eenvoudigweg aan haar journalistieke plicht had voldaan door met grondig onderzoekswerk de macht te controleren, dat Plasterk door Geert Wilders als premierskandidaat naar voren was geschoven ná een eerdere NRC-publicatie over de patentenaffaire, en dat ook het Amsterdam UMC inmiddels een onderzoek naar de kwestie was begonnen, leek aan de critici niet besteed.
Zeker niet aan de honderden anonieme accounts op X die hun gram haalden bij een van de auteurs van het NRC-artikel, door hem te bestoken met termen als landverrader en NSB’er, en hem te waarschuwen dat hij ‘zijn portie nog wel zou krijgen’. Een bekend haataccount opperde: ‘Het wordt tijd dat we met gelijke munt gaan terugbetalen. Het leven van journalisten volledig uitpluizen to dig up all the dirt.’
De prominente rol van Van der Plas en Mulder in de stortvloed aan vinnige verwijten, grove scheldpartijen en verkapte dreigementen na de aftocht van Plasterk staat allerminst op zichzelf. Sinds de verkiezingsuitslag in november klinken er vanuit de hoek van de partijen die inmiddels een hoofdlijnenakkoord hebben gesloten vaker veroordelende geluiden over de journalistiek, die niet zelden een storm van felle medestand op sociale media aanwakkeren. Met name de PVV kan daarbij bogen op een lange traditie van onversneden mediahaat.
Opgeteld bij de buitengewoon ongunstige financiële maatregelen die de journalistiek in het hoofdlijnenakkoord in het vooruitzicht worden gesteld, lijken de coalitiepartijen met hun benadering van de media een weg in te slaan die raakt aan een wereldwijde ontwikkeling die al jaren gaande is: de verdrukking van de vrije pers onder invloed van rechts-populistische machthebbers.
Volgens populisme-experts en juristen maakt deze ontwikkeling onderdeel uit van een bredere tendens. ‘Alle waarheidsvindende instituties, zoals de journalistiek, de rechtspraak en de wetenschap, worden door rechts-populistische regeringen verdacht gemaakt’, stelt bijzonder hoogleraar recht en politiek John Morijn (Rijksuniversiteit Groningen). Pogingen daartoe, zo constateren ook andere deskundigen, gaan geregeld gepaard met rigoureuze bezuinigingen en ingrijpende politieke bemoeienis.
De vraag is: hoever kan het in Nederland gaan?
Het hoofdlijnenakkoord van PVV, VVD, NSC en BBB kan op zijn minst ambigu worden genoemd, waar het de positie van de journalistiek betreft. De coalitiepartijen zeggen het belang van ‘betrouwbare informatievoorziening’ te onderschrijven. In bredere zin vermeldt het akkoord: ‘De instituties die de rechtsstaat mede dragen, in het bijzonder rechtspraak, media en wetenschap, worden versterkt.’
Tegelijkertijd kondigt de coalitie een bezuiniging op de publieke omroep aan van 100 miljoen euro. Daarnaast zal het btw-tarief voor kranten en tijdschriften worden verhoogd van 9 naar 21 procent – een percentage dat in Europa alleen door Bulgarije wordt gehanteerd en onvermijdelijk zal leiden tot teruglopende lezersaantallen en krimpende redacties.
‘Het akkoord spreekt mooie woorden over de journalistiek, maar in werkelijkheid wordt onze beroepsgroep hard geraakt’, stelt Thomas Bruning, secretaris van journalistenvakbond NVJ. ‘Uitgerekend in een tijd waarin de noodzaak voor toegankelijke journalistiek groter is dan ooit.’
Ook de wijze waarop sommige vooraanstaande coalitieleden zich de afgelopen maanden opstelden tegen journalisten, lijkt zich lastig te verhouden met de waarde die ze op papier zeggen toe te kennen aan de media.
Waar Dilan Yesilgöz zich als demissionair justitieminister bijvoorbeeld herhaaldelijk uitsprak tegen intimidatie van de pers, en op X ook het ‘moddergooien’ van Van der Plas en Mulder impliciet veroordeelde, deinsde ze er onlangs zelf niet voor terug om de confrontatie te zoeken met Tim Hofman.
Dat de Boos-presentator had opgeroepen om beelden van politiegeweld bij de universiteitsprotesten tegen de Gaza-oorlog met hem te delen, was voor Yesilgöz reden om hem op X uitgebreid de oren te wassen over zijn journalistieke aanpak, die in haar ogen te eenzijdig was.
Mede door die reprimande werd Hofman, die eind vorig jaar nog te maken kreeg met een man die met een vuurwapen het pand van BNNVara binnenliep om hem om het leven te brengen, vervolgens op X overstelpt met haatdragende reacties.
Eerder tijdens het formatieproces nam Geert Wilders Op1-presentator Tijs van den Brink op de korrel, omdat hij een gast had gevraagd of ze de PVV-leider fascistisch vond, die daarop bevestigend had geantwoord. ‘Bij de publieke omroep. Een miljoen mensen luisteren’, schreef Wilders op X. ‘Als er één gek tussen zit, is het al genoeg. Bedankt hè Tijs van den Brink.’
In de daaropvolgende weken betichtte Wilders de media van ‘de grootste bagger en stemmingmakerij’, noemde hij RTL Nieuws-verslaggever Floor Bremer ‘zuur’ (sommigen verstonden ‘zuur wijf’), en kenschetste hij ‘veel journalisten’ als ‘vreselijke bevooroordeelde linksige activisten’.
Toen hem tijdens een Kamerdebat werd gevraagd zijn beruchte (en ook door Edgar Mulder aangehaalde) uitspraak uit 2021 dat journalisten ‘tuig van de richel’ zijn terug te nemen, weigerde de PVV-voorman. Kwalijk, vindt NVJ-secretaris Thomas Bruning. ‘Zo houdt hij een beeld in stand dat intimidatie en bedreiging van journalisten legitimeert.’
En dan was er nog de toespraak die Wilders in februari hield op het radicaal-rechtse congres CPAC in Hongarije. Dat Nederlandse journalisten daar werden geweerd, nam de PVV-voorman voor lief. In zijn speech noemde hij de media in één adem met academici en de ‘linkse elite’, die hij bestempelde als ‘een bedreiging van binnenuit’.
Een dergelijke vijandige houding naar de pers is in de Haagse politiek niet uniek voor de PVV. Memorabel is het filmpje van Denk uit 2016, waarin de media van een schimmig spel werden beschuldigd: ‘Trap er niet in!’ Ook de Partij voor de Dieren en voorheen Bij1 staan onder Haagse verslaggevers bekend om hun wantrouwende benadering van de journalistiek. Voormalig D66-Kamerlid Tjeerd de Groot schold twee jaar geleden een verslaggever van Ongehoord Nieuws uit voor fascist.
Toch zien deskundigen dat de openlijke afkeer van de media zich in Den Haag van oudsher het sterkst manifesteert bij partijen met een (rechts-)populistisch karakter.
Al zeker sinds 2010, toen journalisten allerlei onthullingen naar buiten brachten over PVV-Kamerleden met een omstreden verleden, refereert Geert Wilders overwegend aan de pers met bewoordingen als ‘ordinaire heksenjacht’, ‘schorriemorrie’, ‘corrupte elite’ en ‘politiek-correcte-tegen-de-macht-aan-kruipende-links-liberale-woke bagger’. Ook pleit hij al vanaf de oprichting van zijn partij voor de afschaffing van de NPO.
Met die bejegening vindt de PVV radicaal-rechtse partijen als Forum voor Democratie en JA21 aan haar zijde. Maar ook de BBB, die eveneens populistische trekken vertoont, liet zich niet onbetuigd. Zo schreef de partij in 2019 in haar programma: ‘Het is schrikbarend hoeveel onzin er via de media dagelijks over de agrarische sector en over voedsel tot ons komt. NPO en NOS doen hier volop aan mee.’
Volgens politicoloog Sarah de Lange (UvA) is het geen toeval dat juist populistische partijen het vaak gemunt hebben op de media. Populisten schetsen immers een scherpe tegenstelling tussen het gewone volk en ‘de elite’, en rekenen de media tot die tweede groep. ‘Daarbij richt de kritiek zich vaak op de NPO, omdat die wordt gezien als een verlengstuk van de regering’, zegt De Lange. ‘Maar ook op de zogenoemde kwaliteitskranten, omdat die gemiddeld genomen een hoogopgeleid, progressief en kosmopolitisch lezerspubliek hebben.’
Hoe dat kan uitpakken, viel de afgelopen jaren in alle hevigheid waar te nemen in de Verenigde Staten, waar Donald Trump de term ‘fake news’ introduceerde, journalisten tot ‘vijand van het volk’ uitriep en mediabedrijven met restrictieve wetgeving bedreigde.
Dichter bij huis, in Centraal-Europa, leidde populistische weerzin tegen de vrije pers tot een hoge mate van staatsinmenging. In Hongarije heeft de radicaal-rechtse partij Fidesz van Viktor Orbán, een bondgenoot van Geert Wilders, zeggenschap over ruim 80 procent van de kranten, tijdschriften en tv-zenders. In Slowakije probeert de illiberale premier Robert Fico een wet door te voeren die hem verregaande invloed op de publieke omroep verschaft. En in Polen is premier Donald Tusk druk bezig met het herstellen van de schade die in de voorgaande jaren door de nationalistische PiS-regering in het medialandschap werd aangericht. Onder het PiS-bewind maakten omroepbestuurders plaats voor partijgetrouwen, legden onwelgevallige nieuwsfeiten het af tegen propaganda en verdwenen corruptiezaken van PiS-politici onder het tapijt.
Maar ook in Italië en Griekenland, landen die zich qua politieke structuur en democratische volwassenheid beter met Nederland laten vergelijken, neemt de overheidsbemoeienis bij de media toe. Recentelijk nog gingen journalisten van de Italiaanse publieke omroep in staking, omdat de radicaal-rechtse regering van premier Giorgia Meloni ervoor zou hebben gezorgd dat schrijver Antonio Scurati verstek liet gaan bij een talkshow, waarin hij een monoloog zou voordragen over de fascistische wortels van Meloni’s partij Fratelli d’Italia.
Geert Wilders lijkt ervan doordrongen hoe er elders in Europa met de journalistiek wordt omgesprongen, zo kan worden opgemaakt uit een bericht dat hij in 2020 op X plaatste over het nieuws dat de hoofdredacteur van een Hongaarse nieuwssite door president Orbán was ontslagen. Met een verwijzing naar de toenmalige hoofdredacteur van het NOS Journaal schreef de PVV-leider: ‘Kunnen wij dat ook snel met Marcel Gelauff van de NOS en de rest van de leugenachtige media doen?’
NVJ-secretaris Thomas Bruning is niet bang dat Nederland onder de nieuwe coalitie ‘van de ene op de andere dag in Polen of Hongarije zal veranderen’. Bijzonder hoogleraar Morijn, die onderzoek deed naar de afkalving van de democratie in Hongarije en Polen, toont zich bezorgder. Al is het maar omdat hij vooralsnog geen hoge verwachtingen heeft van de matigende werking van coalitiepartij NSC. ‘Het is opvallend dat ook Omtzigt geen afstand heeft genomen van dubieuze uitspraken van Wilders over de media. Daardoor draagt hij bij aan de normalisering van die uitspraken.’
Morijn wil bovendien benadrukken dat aanvallen op de media onder rechts-populistische regimes doorgaans hand in hand gaan met aanhoudende kritiek op andere waarheidsvindende instituties die het regeringsbeleid in de weg zouden staan, zoals de rechtspraak en de wetenschap.
Dat kan volgens hem ook in Nederland gebeuren. Geert Wilders sprak zich al talloze malen laatdunkend uit over ‘incompetente D66-rechters’. Caroline van der Plas en haar nummer twee, Mona Keijzer, zaaiden meermaals twijfel over de expertise van wetenschappers die aan de basis stonden van respectievelijk het stikstofbeleid en het coronabeleid.
‘Het hoofdlijnenakkoord zit vol met maatregelen die ongetwijfeld gaan sneuvelen bij de rechter’, stelt Morijn. ‘Je kunt er dus op wachten dat de rechtspraak straks weer wordt zwartgemaakt.’
Als hij Nederlandse journalisten, rechters en wetenschappers één advies zou moeten meegeven, dan is het: wees waakzaam. ‘Ik heb in Polen gezien dat het heel snel kan gaan. Als ik daar aan journalisten vroeg wanneer ze in de gaten kregen dat het misging, zeiden ze: ‘Pas toen het te laat was.’’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant