Home

Polarisatie in Nederland? Niet als het gaat om Europese defensie

Moet de Europese Unie meer doen om de defensie van Europa te versterken? En moet er een Europees leger komen? Nederlanders zijn, van links tot rechts, opvallend eensgezind over internationale veiligheid, blijkt uit onderzoek in opdracht van de Volkskrant.

‘Voor Europa = voor veiligheid’, staat op een campagneposter van GroenLinks-PvdA voor de Europese verkiezingen. De slogan illustreert een kantelend wereldbeeld. De Europese Unie werd altijd gezien als een vredesproject, een lichtend voorbeeld voor de rest van de wereld: oude vijanden kunnen elkaar vinden door handel en samenwerking, door om de tafel te gaan zitten en te praten.

Maar door twee oorlogen en toenemende geopolitieke spanningen wordt de EU steeds meer beschouwd als een defensief project, dat een rijk continent moet verdedigen tegen de vele bedreigingen van de buitenwereld. Een grote meerderheid van de Nederlanders (62 procent) vindt dat de EU meer moet doen om de Europese defensie te versterken. Ook de steun voor een Europees leger is aanzienlijk: 42 procent van de burgers is daar voorstander van.

Over de auteur
Peter Giesen is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over de Europese Unie en internationale samenwerking. Eerder was hij correspondent in Frankrijk. 

Dat blijkt uit een onderzoek van bureau Ipsos I&O in opdracht van de Volkskrant, in het kader van de Europese verkiezingen van juni. Het enthousiasme over de EU is niet erg groot: 30 procent van de Nederlanders is tevreden over het functioneren van de Unie, hoewel slechts 20 procent een Nexit wil. Niettemin geloven veel Nederlanders dat de EU een belangrijke rol kan spelen bij grensoverschrijdende vraagstukken.

Van die vraagstukken steekt internationale veiligheid er met kop en schouders bovenuit, aldus Ipsos I&O. ‘Nederlanders zijn helemaal niet zo blij met de EU, maar tegelijkertijd wordt het belang ervan wel gezien’, zegt onderzoeker Maartje van de Koppel. ‘Bij internationale thema’s als defensie voelen kiezers dat je als EU-blok sterker staat.’

‘Oorlog verenigt’

De steun voor Europese defensie is sterker bij kiezers van D66 en GroenLinks-PvdA dan bij de achterban van de PVV. Toch is ook een meerderheid van de PVV-kiezers voor een sterkere Europese defensie. ‘Het is interessant dat er zo weinig polarisatie optreedt op het gebied van defensie’, zegt onderzoeker Peter Kanne. ‘Bij onderwerpen als klimaat en immigratie zie je veel meer polarisatie. Over defensie is men het van links tot rechts redelijk eens. Dat heeft met de oorlog in Oekraïne te maken. Zo’n oorlog verenigt.’

De bevindingen van Ipsos I&O sluiten aan bij de laatste, nog niet gepubliceerde Eurobarometer-peiling, waarover de nieuwssite Politico donderdag berichtte. Volgens Eurobarometer wil 77 procent van de Europeanen een gezamenlijke defensie- en veiligheidspolitiek van de EU. Daarnaast vindt 71 procent dat de EU haar defensie-industrie moet versterken. Meer dan tweederde van de EU-burgers ziet Europa als een oord van stabiliteit in een onrustige wereld en dat willen ze graag zo houden. ‘Europeanen zijn al langer voor een sterker Europees beleid op het gebied van defensie en buitenlands beleid’, zegt Hylke Dijkstra, hoogleraar internationale veiligheid en samenwerking aan de Universiteit Maastricht en niet betrokken bij het onderzoek van Ipsos I&O.

Europa kiest

Op 6 juni kunnen Nederlanders hun stem uitbrengen voor het Europees Parlement. In de aanloop naar deze verkiezingen vroeg de Volkskrant onderzoeksbureau Ipsos I&O hoe kiezers denken over de rol van de Europese Unie bij een aantal belangrijke thema’s waarmee Europa nu en de komende jaren te maken krijgt, zoals klimaat, natuur en landbouw, en migratie en asiel.

Deel 1: defensie en Europese integratie

Internationale veiligheid wordt als een van de urgentste problemen van deze tijd gezien, na de woningmarkt en immigratie. In 2019 noemde 38 procent van de Nederlanders ‘internationale veiligheid en oorlogen’ een groot probleem, nu is dat 54 procent. ‘Sterker staan, meer investeren in defensie, genoeg bezuinigd! Of anders gratis cursus Russisch’, zegt een VVD-aanhanger. ‘Tot voor kort vond ik dat het wel een tandje minder kon. Maar ik ben van gedachten veranderd nu Rusland wel erg gevaarlijk dichtbij komt’, vindt een respondent die van plan is om GroenLinks-PvdA te stemmen.

Driekwart van de Nederlanders vindt dat er meer geïnvesteerd moet worden in defensie. De animo neemt af als respondenten wordt voorgehouden dat zulke investeringen ten koste gaan van geld voor klimaat, landbouw of immigratiebeleid. Maar ook in dat geval blijft 50 procent voor en 20 procent tegen, terwijl de rest neutraal is of geen mening heeft.

Een taak voor de EU

Een meerderheid van de Nederlanders ziet veiligheid als een kwestie die bij uitstek door de EU moet worden aangepakt, anders dan bijvoorbeeld de woningmarkt, die primair als een nationale verantwoordelijkheid wordt gezien. ‘Dat is ook wel logisch. Staatsvorming is vaak ontstaan vanuit een oorlogssituatie’, zegt hoogleraar Hylke Dijkstra. Oorlog maakte belastingheffing en de opbouw van een staatsapparaat noodzakelijk. De landsverdediging is daarmee een van de oudste taken van de natiestaat. Maar de oorlog in Oekraïne laat dagelijks zien dat afzonderlijke Europese natiestaten te klein zijn om het tegen Rusland te kunnen opnemen, terwijl de steun van de Verenigde Staten niet meer vanzelfsprekend is.

‘Gezamenlijk optrekken is een must. Eén beleid gaan vormen om daarmee krachtiger te worden en minder afhankelijk te zijn van Amerika’, zegt een respondent die VVD wil gaan stemmen. Maar omdat defensie van oudsher tot de kern van de nationale soevereiniteit wordt gerekend, zijn de bevoegdheden van de EU op dit gebied zeer beperkt. De Europese Commissie wil dat het veiligheidsbeleid een sprong voorwaarts maakt, naar Europees niveau. In maart lanceerde zij een ambitieus voorstel om de Europese defensie-industrie te versterken.

Fragmentatie is het zwakke punt van deze sector. Alle 27 lidstaten bestellen op eigen houtje hun tanks, vliegtuigen, kanonnen en munitie. Vaak kiezen zij voor spullen die geheel of gedeeltelijk in hun eigen land worden geproduceerd. De Verenigde Staten hebben 30 hoofdwapensystemen (types tanks, vliegtuigen en ander materieel), de lidstaten van de Europese Unie hebben er 178, zo becijferde Instituut Clingendael.

Die versnippering maakt de Europese defensie-industrie inefficiënt vergeleken met Amerikaanse wapenfabrikanten, die op veel grotere schaal kunnen produceren. Bovendien blijkt in Oekraïne dat het lastig vechten is met een variëteit aan wapens, geleverd door de lidstaten van de EU, die allemaal hun eigen vorm van training, onderhoud en bevoorrading vereisen.

Om die versnippering tegen te gaan, wil de Europese Commissie de productie en aanschaf van wapens coördineren. In eerste instantie reageerden veel lidstaten negatief op dit voorstel. Zij vrezen dat Europese coördinatie ten koste gaat van hun eigen industrie en houden vast aan hun soevereiniteit. De meeste Nederlanders (79 procent) vinden echter dat de EU meer moet samenwerken bij de productie en aankoop van materieel. Zelfs als dat ten koste zou gaan van de Nederlandse industrie, blijft een meerderheid voor.

Een schrikbeeld voor radicaal-rechts

Maar welke militaire rol kan de EU spelen? De EU voert een aantal militaire missies uit, vooral op het gebied van training en patrouille. Zo beschermt de Europese operatie Aspides schepen in de Rode Zee tegen aanvallen van Houthi’s. Maar het grote werk, de collectieve verdediging van Europa, is een taak voor de Navo. Sommige respondenten geloven dan ook dat de EU zich verre van het slagveld moet houden. ‘De Navo heeft bewezen een goed bondgenootschap te zijn. Een Europees leger is derhalve onnodig’, zegt een sympathisant van de PVV.

Voor radicaal-rechts is een Europees leger een schrikbeeld. ‘Er mag nooit een Europees leger komen, zeker niet met die oorlogszuchtige Von der Leyen’, zegt een PVV-aanhanger. Nederland zou door ‘Brussel’ meegesleept kunnen worden in een oorlog, zo is de vrees, tegen de zin van de bevolking. Toch is een behoorlijk deel van de PVV-kiezers (38 procent) voorstander van een Europees leger. Van de GroenLinks-PvdA-stemmers is 51 procent voor, van de VVD-stemmers 37 procent.

Op dit moment is een Europees leger absoluut geen optie in Brussel. ‘Het is een illusie om te denken dat je ooit eenheden zult hebben met militairen uit 27 lidstaten. Dat zou onzin zijn, logistiek, maar ook qua cultuur en taal’, zei de hoogste militair van de EU, luitenant-generaal Michiel van der Laan, onlangs in de Volkskrant. Hij zag wel mogelijkheden tot samenwerking van landen die geografisch en cultureel dicht bij elkaar liggen, zoals Nederland en Duitsland een gezamenlijk legerkorps hebben gevormd. Maar volgens Van der Laan zal de soevereiniteit altijd bij de lidstaten blijven liggen: ‘De inzet van militairen is een nationale verantwoordelijkheid, waarin het parlement een ontzettend belangrijke rol heeft.’

De militaire ambities van de EU zijn dan ook beperkt. In 2025 moet er een expeditiekorps van vijfduizend militairen staan, bedoeld voor speciale operaties. Als voorbeeld wordt vaak de evacuatie van het vliegveld van Kabul in 2021 genoemd. Destijds bleken de Europeanen totaal afhankelijk van het Amerikaanse leger voor het repatriëren van hun burgers. In de toekomst wil de EU zulke operaties zelf kunnen uitvoeren.

Op eigen benen

De opmerkelijk grote steun voor een Europees leger laat vooral zien dat veel Nederlanders doordrongen zijn van de strategische kwetsbaarheid van Europa, een rijk, maar grondstoffenarm continent in de directe nabijheid van brandhaarden in Oekraïne, Afrika en het Midden-Oosten. ‘Europa kan sterven’, zei de Franse president Emmanuel Macron onlangs in een redevoering in de Sorbonne. Om te overleven moet het op eigen benen kunnen staan, aldus Macron: militair, technologisch, economisch en op het gebied van energie.

Dit streven naar Europese ‘strategische autonomie’ wordt gedeeld door de Nederlandse kiezers. Meer dan driekwart vindt dat Europa niet afhankelijk van anderen mag zijn voor de toegang tot essentiële grondstoffen voor technologie en industrie. Als het terugbrengen van deze afhankelijkheid ten koste gaat van het klimaat, bijvoorbeeld doordat grondstoffen voor de groene transitie niet meer beschikbaar zijn, daalt het percentage voorstanders overigens tot 48 procent. Daarnaast vinden burgers het belangrijk dat Europa in zijn eigen voedsel kan voorzien, zelfs als de maaltijd daardoor duurder wordt.

De steun voor een geopolitieke EU stuit echter op grenzen als de uitbreiding van de Unie ter sprake komt. Een lidmaatschap van Oekraïne kan nog op een zekere welwillendheid rekenen: 36 procent is voor, 36 procent tegen, de rest heeft geen mening. Slechts een minderheid is voor toetreding van landen als Bosnië (24 procent), Georgië (17 procent) en Turkije (13 procent). ‘Veel burgers hebben niet zo’n hoge pet op van het democratische gehalte van de EU. Dat komt mede doordat sommige lidstaten, zoals Hongarije, niet zo democratisch bestuurd worden. Burgers willen niet nog meer van zulke landen tot de Unie toelaten. Zonder de oorlog zou ook de steun voor het lidmaatschap van Oekraïne lager zijn’, zegt Ipsos I&O-onderzoeker Peter Kanne.

De EU heeft de onderhandelingen over de toetreding van Oekraïne en andere landen dan ook over de verkiezingen heen getild, in de wetenschap dat het geen populair onderwerp is onder kiezers. Wel zijn Nederlanders nog altijd in grote meerderheid voorstander van steun aan Oekraïne, blijkt uit het onderzoek van Ipsos I&O.

De geringe animo voor uitbreiding past in de defensieve houding van veel Europese burgers. Zij zien Europa als een veilige haven in een onrustige wereld, en zijn huiverig om die buitenwereld binnen te halen, in de vorm van landen die armer zijn en niet op een lange democratische traditie kunnen bogen.

Aan het begin van deze eeuw geloofden de Europeanen nog dat zij de wereld konden veranderen door het lichtende voorbeeld van de Europese samenwerking. Door de integratie van Rusland en China in de wereldeconomie zouden zij zich langzaam maar zeker ontwikkelen tot vreedzame democratieën. De ontmaskering van die illusie is het karakter van de EU aan het veranderen. Pro-Europeanen verdedigen de EU steeds vaker als een bastion tegen een rauwe buitenwereld. Het is een boodschap die aankomt bij burgers, blijkt uit het onderzoek van Ipsos I&O.

‘De Franse president Macron sprak over l’Europe qui protège, het Europa dat beschermt. Dat is ook het verwachtingspatroon van de burgers richting Europa’, zegt hoogleraar Hylke Dijkstra. ‘Het past bij de realiteit, bij de wereld die burgers via de media zien.’

Verantwoording

Het onderzoek van Ipsos I&O vond plaats van maandag 22 april tot zondag 28 april 2024, er werkten 2.205 Nederlanders van 18 jaar of ouder aan mee. De onderzoeksresultaten zijn gewogen op geslacht, leeftijd, regio, opleidingsniveau en stemgedrag bij de Tweede Kamerverkiezingen in november 2023. Hiermee is de steekproef representatief voor de kiesgerechtigde Nederlandse bevolking wat betreft deze achtergrondkenmerken.

Maartje van de Koppel, Peter Kanne en Sander Nieuwkerk voerden namens Ipsos I&O dit onderzoek uit in opdracht van de Volkskrant.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Weekendverhalen

Het vóélde soms als moord, zei verpleegkundige Theodoor, en toen ging het mis

Amerika-duider Michiel Vos: ‘Ik kom als schoonzoon overal binnen, waarom zou ik dat niet gebruiken?’

Na week van meevallers heeft het kabinet zonder naam de wind in de zeilen

Source: Volkskrant

Previous

Next