Home

Geleidelijk trekt het internationaal recht het kleedje onder Israël vandaan

Opnieuw een juridische tegenslag voor Israël. Van het Internationaal Gerechtshof moet het de militaire operatie in Rafah ogenblikkelijk staken. Zo stapelen de voor Israël ongunstige ontwikkelingen op het diplomatieke en volkenrechtelijke vlak zich op.

De Israëlische regering kwam vrijdag met een slimme reactie op de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof, dat kort daarvoor had verordonneerd dat Israël ogenblikkelijk zijn militaire offensief in Rafah moet staken. De uitspraak van het hof werd niet expliciet van de hand gewezen. Integendeel, Israël suggereerde dat het niets doet dat met die uitspraak in strijd is.

De rechters zeggen immers dat er een eind moet komen aan de militaire operatie ‘en elke andere actie in Rafah die de Palestijnen levensomstandigheden kan opleggen die geheel of gedeeltelijk tot fysieke vernietiging zouden kunnen leiden’.

Nou, zegt Israël, wat wij in Gaza doen leidt niet tot de vernietiging van de Palestijnse bevolking, ook niet gedeeltelijk, dus er is niets aan de hand. Israël gaat daarom, zo werd duidelijk gemaakt, gewoon door met wat het in Rafah van plan was.

Het probleem is dat de buitenwereld, afgezien van wellicht de VS, in die redenering niet meegaat. Uit de context en toelichting, en ook al uit de tekst zelf, blijkt duidelijk dat er geen sprake is van een voorbehoud, maar van een toelichting waarom het nodig is de maatregel te treffen: de militaire operatie in Rafah brengt hoe dan ook de Palestijnse bevolking in gevaar. Het offensief moet stoppen.

Dat de regering van premier Benjamin Netanyahu dat niet van plan is, zal leiden tot verder isolement van Israël op het wereldtoneel en tot nog grotere verontwaardiging over wat het land in Gaza aanricht. Israël legt een bindende opdracht van ‘s werelds hoogste gerechtelijke autoriteit naast zich neer. Dat is niet iets om gemakkelijk mee weg te komen.

Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent in Istanbul voor de Volkskrant. Hij schrijft over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden. Voorheen specialiseerde hij zich op de buitenlandredactie in mensenrechten en het Midden-Oosten.

De uitspraak van het VN-hof komt in een week die wat betreft Israëls imago en internationale standing toch al rampzalig was. De hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof, Karim Khan, maakte bekend arrestatiebevelen te willen uitvaardigen tegen Netanyahu en zijn minister van Defensie Yoav Gallant, alsmede tegen drie leiders van Hamas. Zij worden verdacht van oorlogsmisdaden en misdrijven tegen de menselijkheid.

Verder lieten Spanje, Ierland en Noorwegen weten Palestina als staat te zullen erkennen. Enkele andere Europese landen volgen later. Tegelijkertijd kende de Algemene Vergadering van de VN de delegatie van Palestina in de VN extra bevoegdheden toe. Het is onderdeel van een groeiende internationale erkenning van Palestina (dat overigens sinds 2012 als ‘waarnemerstaat’ al onderdeel is van het VN-systeem).

Zo stapelen de voor Israël ongunstige ontwikkelingen op het diplomatieke en volkenrechtelijke vlak zich op. Geleidelijk trekt het internationaal recht het kleedje onder Israël vandaan.

Eerder al was er het feit dat het Internationaal Gerechtshof de door Zuid-Afrika aangespannen genocidezaak tegen Israël opende, omdat een ‘aannemelijk’ risico bestaat dat inderdaad van genocide sprake is. Totdat er een uitspraak komt (dat kan jaren duren), staat Israël te boek als verdachte in een genocidezaak.

Dan loopt er - minder aandacht trekkend - bij hetzelfde Haagse hof sinds drie maanden nóg een zaak tegen Israël, althans een zaak die voor Israël ongunstig kan uitpakken. De rechters bereiden op verzoek van de VN-assemblee een ‘adviserende opinie’ voor over de volkenrechtelijke gevolgen van Israëls bezetting van de Palestijnse gebieden.

Hierin staat Israël bij voorbaat met 1-0 achter. Er kan immers geen twijfel over bestaan dat de aanwezigheid van nederzettingen op de Westoever ‘flagrant’ in strijd is met het internationaal humanitair recht, zoals zelfs de VN-Veiligheidsraad heeft bevestigd, zonder Amerikaans veto. Het is zeer wel mogelijk dat het hof, misschien dit jaar al, tot de conclusie komt dat de bezetting onderhand is verworden tot een feitelijke annexatie, en zelfs dat Israël zich op de Westoever schuldig maakt aan apartheid. De bewijzen daarvoor stapelen zich op, al helemaal sinds 7 oktober.

Aan dit voor Israël onvoordelige rijtje kan nog worden toegevoegd de algehele diplomatieke en politieke schade die het land de afgelopen zeven maanden heeft opgelopen. Zo oprecht Israël na de slachtpartij van 7 oktober wereldwijd sympathie verwierf, zo onbesuisd heeft het die sympathie sindsdien weer verspeeld. Tekenend is wat EU-buitenlandchef Josep Borrell vrijdag zei na de uitspraak van het VN-hof: ‘We zullen moeten kiezen tussen onze steun aan internationale instellingen voor de rechtsstaat of onze steun aan Israël.’

De keerzijde daarvan is dat in Israël ook zo wordt gevoeld. Sinds het arrestatieverzoek van Karim Khan sluiten de rijen zich rond de zo impopulaire premier Netanyahu, althans op korte termijn. Het breed gedeelde idee dat de hele wereld tegen Israël is, dreigt zo een self fulfilling prophecy te worden. Netanyahu’s uitspraak dat Khan ‘met zijn opruiende beslissing zijn plaats inneemt onder de grote antisemieten van de moderne tijd’, maakt het er allemaal niet beter op.

Zeker niet nu hij op het punt staat een bindende opdracht van het Internationaal Gerechtshof naast zich neer te leggen. Israël loopt daarmee het risico alsnog de Veiligheidsraad over zich heen te krijgen. Tot nu diende het Amerikaans veto daar als diplomatiek schild. Maar wat als Israël in een resolutie simpelweg wordt opgeroepen een uitspraak van het VN-hof te respecteren? Daar kunnen de VS moeilijk op tegen zijn - zeker niet met de uitleg die Israël vrijdag zelf aan de uitspraak heeft gegeven.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next