De zoektocht naar een premier en naamgever van het toekomstig kabinet duurt voort, maar de beoogde coalitie van PVV, VVD, NSC en BBB won de afgelopen week aan zelfbewustzijn. Met dank aan gunstige CPB-doorrekeningen, positieve peilingen en een worstelende oppositie.
D66-leider Rob Jetten doopte de aanstaande regering afgelopen woensdag om tot ‘het kabinet-Wilders I met Geert Wilders in de Kamer’, maar de naamgever zelf wilde daar niets van weten. ‘U doet dit natuurlijk om mijn collega-coalitiegenoten een loer te draaien’, aldus de PVV-leider. ‘Het is geen Wilders I, het krijgt de naam van degene die minister-president zal worden’.
Het voorval tijdens het debat over het hoofdlijnenakkoord is illustratief voor de nieuwe wind die nu lijkt op te steken in Den Haag. Na een half jaar van ruzies en onderling wantrouwen, proberen PVV, VVD, NSC en BBB inmiddels meer rekening te houden met elkaars gevoeligheden.
Over de auteur
Frank Hendrickx is politiek verslaggever en onderzoeksjournalist van de Volkskrant.
Volg alles over de kabinetsformatie hier.
Een soepele formatie is er daarmee nog altijd niet. Een dag na het debat maakte formateur Richard van Zwol bekend dat het voorlopig onduidelijk zal blijven wie er straks in het Torentje en Catshuis plaatsneemt.
Dat strookt niet met eerdere verklaringen dat de beoogde premier zo snel mogelijk bekend moet worden, maar PVV, VVD, NSC en BBB zullen desondanks hun zegeningen tellen. Na een week van meevallers is de kans aanzienlijk gegroeid dat het nieuwe extraparlementaire programkabinet er ook echt gaat komen, al blijft het voorlopig dan een kabinet zonder naam.
De eerste meevaller voor de beoogde coalitie kwam dinsdag, toen de door de oppositie aangevraagde CPB-doorberekening van hun hoofdlijnenakkoord overwegend positief uitviel. Plusjes in de koopkracht, minder werkloosheid, op termijn een lager tekort.
De onderhandelende partijen hadden zelf geen doorrekening aangevraagd, maar ze gingen er waarschijnlijk van uit dat de oppositie de deksel op de neus zou krijgen door alsnog het CPB in te schakelen. NSC-leider Omtzigt, VVD-onderhandelaar Eelco Heinen en informateur Elbert Dijkgraaf weten als geen ander in Den Haag hoe de CPB-modellen werken.
Ook een tweede meevaller kwam niet helemaal onverwacht: de relatief gunstige opiniepeilingen. Onderzoeken van RTL Nieuws en Ipsos I&O lieten zien dat de achterbannen van de vier coalitiepartijen enthousiast zijn over het hoofdlijnenakkoord. Dat was al de politieke realiteit van het afgelopen half jaar: kiezers hadden lange tijd meer vertrouwen in de combinatie van PVV, VVD, NSC en BBB dan PVV, VVD, NSC en BBB zelf.
Pas in het Kamerdebat van woensdag toonden Wilders, Omtzigt, Yesilgöz en Van der Plas zelf ook iets van enthousiasme over de onderlinge samenwerking. Dat resulteerde weer in de derde, misschien wel belangrijkste meevaller: de coalitie kwam nagenoeg ongeschonden uit de strijd in de Tweede Kamer.
Voor de beoogde bewindspersonen die de komende weken benaderd gaan worden, kan het debat van de afgelopen week zelfs als een geruststelling dienen. Onmiskenbaar zijn de verhoudingen in het parlement veranderd. De meest gevreesde Kamerleden van de afgelopen jaren– Wilders en Omtzigt – worden straks onderdeel van de coalitie.
Een garantie voor een rustige rit is dat niet, maar een enkele kandidaat-bewindspersoon zal wellicht aan de wijsheid van afzwaaiend CDA-minister Hugo de Jonge terugdenken: ‘Better inside the tent pissing out, than outside the tent pissing in.’
De nieuwe oppositie oogt zonder Wilders en Omtzigt nog zoekende. In voorgaande formatiedebatten hamerden partijen vaak op de consequenties voor de democratische rechtsstaat en instituten als de rechts-radicale PVV aan de macht komt, maar die discussies over het ‘democratisch ethos’ lijken bij een groot deel van de kiezers minder te leven. CDA-leider Henri Bontenbal, die de term ‘democratisch ethos’ muntte, moet nu constateren dat eenderde van zijn eigen achterban juist content is met de plannen van de komende coalitie.
Ook het strenge asielbeleid is een lastig doelwit, omdat veel kiezers dat juist omarmen. Het debat ging woensdag daardoor vooral over individuele maatregelen op sociaal-economisch terrein, maar daar denken de oppositiepartijen weer heel verschillend over.
Eensgezindheid was er alleen over de vele onzekerheden in het akkoord en de twijfelachtige uitvoerbaarheid van alle plannen, maar die kritiek werd door de coalitiepartijen nog nog makkelijk afgedaan als defaitistisch en ‘zuur’. ‘Wat niet kan, zullen we zien’, zei BBB-leider Van der Plas laconiek. ‘Ik ga ervan uit dat het wél lukt.’
De coalitie moet de komende week op zoek naar bestuurders die dat optimisme delen. Een ideale wervingscampagne was de soms chaotische en al zes maanden voortslepende formatie allerminst, maar na de afgelopen week hebben PVV, VVD, NSC en BBB ook argumenten in handen om kandidaten alsnog over de streep trekken.
Anders dan bij de laatste kabinetten-Rutte III en IV, lijkt een groot deel van de kiezers bereid om de nieuwe ploeg het voordeel van de twijfel te geven. Het klimaat in de Tweede Kamer zou daarbij ook nog wel eens minder intimiderend en onverbiddelijk kunnen worden dan voorheen. Hoe dan ook zullen er heel wat minder moties van wantrouwen ingediend worden als de onbetwiste recordhouder PVV geen onderdeel meer is van de oppositie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant