Home

Waarom zitten de uiers van koeien ergens anders dan bij olifanten en primaten?

Durf te vragen Alle zoogdieren, van muis tot mens tot olifant, hebben twee zogeheten ‘melklijnen’. Die lopen van oksel tot lies.

Bij koeien

lopen nakomelingen meteen mee.

Een koe heeft haar uiers tussen de achterpoten. Bij olifanten, mensen en mensapen drinkt het jong juist tussen moeders voorpoten. En dan heb je nog varkens, honden, katten en muizen, met twee rijen tepels over de hele buik. Waarom? Wat bepaalt waar die tepels zitten en hoeveel het er zijn?

Om met die laatste vraag te beginnen: het aantal spenen hangt samen met het aantal jongen dat een dier doorgaans krijgt – maar ook met de leefwijze, vertelt Kas Koenraads van het Zoological Museum Netherlands. Die organisatie verzamelt en deelt informatie over de relatie tussen de lichaamsbouw, leefwijze en leefomgeving van dieren.

„Dieren die veel nakomelingen krijgen die bij geboorte vrij hulpeloos zijn, hebben doorgaans veel tepels”, zegt Koenraads. „Denk aan muizen, katten en honden. Die kunnen alle jongen tegelijkertijd laten drinken, liggend in een veilig hol of nest.”

Dat is anders voor hoefdieren als koeien, paarden, herten en antilopen, waarbij de jongen meteen na de geboorte moeten meelopen met een kudde. Relaxed liggend drinken is er niet bij. En meestal zijn er hooguit twee jongen, dus twee tot vier spenen zijn voldoende.

Maar waarom zitten die uiers dan in de liesregio, en niet tussen de voorpoten? „Planteneters hebben daar inwendig relatief veel ruimte voor de melkklieren”, vertelt Koenraads, „meer dan tussen de voorpoten. Daardoor hebben deze dieren ook relatief grote uiers. Een voordeel daarvan zou kunnen zijn dat de redelijk zelfstandige – maar kwetsbare – jongen heel snel energie kunnen opnemen via de melk en dus snel kunnen doorgroeien naar zelfstandigheid.”

Bij primaten drinken de jongen veelal in de armen van de moeder; vandaar de plaatsing van de borsten. Maar olifantenjongen dan? Die lopen toch ook meteen, net als hoefdieren? Ja, maar hier is iets anders aan de hand, weet Jeroen Kappelhof, olifantenonderzoeker van Wageningen Universiteit en Diergaarde Blijdorp in Rotterdam. „Olifanten hebben hun tepels tussen hun voorpoten, aangezien de vagina zich tussen de achterpoten bevindt.” Die zit dus niet direct onder de staart, zoals bij koeien en paarden. „Daardoor valt het jong niet van grote hoogte op de grond tijdens de bevalling.”

Maar daardoor is daar geen plek voor de uiers. Die is er wel aan de voorkant. Bijkomend voordeel: „Zo kan de moeder het jong beter in de gaten houden dan als het aan de achterkant zou drinken. Olifanten investeren 22 tot 24 maanden in een jong en zijn daar dan ook erg zuinig op.” Bij hoefdieren valt diezelfde afweging anders uit. Daarbij is het blijkbaar belangrijker dat de uiers groot zijn, om de kalfjes snel te laten groeien.

Een olifantenfan op X rekent voor dat het olifantenjong vanuit moeders onderkant een meter minder ver valt. Hij propageert overigens wel een misvatting: dat de tepels gedurende de evolutie geleidelijk naar voren zouden zijn verschoven. Dat klopt niet. Alle zoogdieren, van muis tot mens tot olifant, en van beide geslachten, hebben twee zogeheten ‘melklijnen’, lopend van oksel tot lies. Daarlangs liggen meerdere plekken waaruit zich tepels kunnen ontwikkelen. Bij muizen en honden ontwikkelen zich die allemaal. Bij koeien alleen in de liesregio, bij olifanten en primaten alleen op borsthoogte.

Hoewel... sommige mensen hebben tepels of melkklieren elders langs die melklijn. Meer dan je denkt: wereldwijd een paar procent van de bevolking. Een foutje in de embryonale ontwikkeling, maar eigenlijk dus niks bijzonders.

Wekelijks de beste verhalen van Wetenschap in je inbox?

Source: NRC

Previous

Next