Drie Europese landen willen de staat Palestina erkennen. Een land dat feitelijk niet bestaat, want vredesplannen liepen in het honderd. Een land dat voorlopig ook niet zál bestaan. Is erkenning toch zinvol?
In de praktijk is er nog niet veel: een versnipperd stuk grond zonder hoofdstad, dat de Palestijnen zelf maar beperkt kunnen besturen. Een eigen staat is iets dat vooral in de dromen van de Palestijnen bestaat, maar deze week kondigden drie Europese landen aan dat zij deze wel formeel gaan erkennen.
De reacties waren voorspelbaar. De Palestijnse Autoriteit reageerde opgetogen, terwijl Israël woedend stelde dat Hamas hiermee in de kaart wordt gespeeld. De Verenigde Staten herhaalden nog maar eens hoe zij er in staan: deze stap is volgens Washington prematuur, omdat een Palestijnse staat het resultaat moet zijn van onderhandelingen tussen Israël en de Palestijnen.
Over de auteur
Sacha Kester is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over België, Israël en de Palestijnse gebieden, en het Midden-Oosten.
De leiders van Noorwegen, Ierland en Spanje hopen deze onderhandelingen met hun erkenning echter een zetje te geven. ‘Midden in een oorlog, met tienduizenden doden en gewonden, moeten we het enige alternatief dat een politieke oplossing betekent voor zowel Israëliërs als Palestijnen in leven houden’, zei de Noorse premier Jonas Gahr Store.
De tweestatenoplossing dus. Een oud idee dat tot grote tevredenheid van Israël al jaren stof ligt te verzamelen op de bodem van een diepe lade, maar waar de internationale gemeenschap sinds de oorlog in Gaza de mond weer vol van heeft.
Het plan vindt zijn oorsprong in Noorwegen, het land waar Israël en de Palestijnen begin jaren negentig in het geheim met elkaar onderhandelden. In 1993 zetten zij hun handtekening onder de Oslo-akkoorden, waarin ze beloofden dat er een vredesproces op gang zou komen, dat uiteindelijk moest leiden tot een onafhankelijke Palestijnse staat. Maar toen extremisten aan beide zijden zich begonnen te roeren, liep het proces muurvast.
Voor Israël was er daarna vooral sprake van ‘een veiligheidsprobleem’ dat kon worden opgelost met hoge muren en geweld. De internationale gemeenschap ging daar stilzwijgend in mee. De Palestijnse kwestie werd onder het tapijt geschoven. In plaats daarvan verheugde de wereld zich over de vrede die Israël sloot met verschillende Arabische landen, zoals de Verenigde Arabische Emiraten.
Ondertussen is de situatie op de grond een stuk ingewikkelder geworden. De kaart van de Westelijke Jordaanoever bijvoorbeeld ziet eruit als gatenkaas: de vele gaten zijn Israëlische nederzettingen. De Joodse kolonisten die hier wonen zullen nooit willen vertrekken en Israël zal deze plaatsen niet willen opgeven. Zelfs als er geen nieuwe nederzettingen meer worden bijgebouwd, is het onmogelijk om daaromheen een functionerende staat op te tuigen.
Er zijn nog meer heikele onderwerpen. Zo is er de stad Jeruzalem, die beide partijen als hun hoofdstad zien, de terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen en hun nazaten, en de precieze grenzen van een Palestijnse staat. Allemaal kwesties waar onderhandelaars hun handen vol aan zouden hebben – als zij ooit nog aan een onderhandelingstafel komen te zitten, want op dit moment wil Israël daar niet eens aan denken.
De staat die er nooit is gekomen, wordt ondertussen door meer dan 140 landen erkend, waaronder de grootmachten Rusland en China. De meeste westerse landen weigeren echter vooralsnog. Ook Nederland liet deze week weten zich nog steeds aan te sluiten bij het standpunt van de Verenigde Staten. ‘Eenzijdige erkenning van een Palestijnse staat brengt een oplossing op dit moment niet dichterbij’, aldus een woordvoerder van demissionair minister van Buitenlandse Zaken Hanke Bruins Slot. ‘Dat vraagt om zorgvuldige afweging.’
Drie andere Europese landen denken daar dus anders over, en de verwachting is dat de komende weken meer EU-landen zullen volgen. Slovenië en Malta hebben al aangegeven dat zij Palestina willen erkennen. Ook Groot-Brittannië heeft eerder dit jaar gezegd erkenning te overwegen.
Afgezien van het feit dat deze landen op Palestijns gebied een ambassade zullen openen, in plaats van het huidige consulaat, zal de situatie op korte termijn niet veranderen. De Europese Unie bijvoorbeeld, zal haar standpunt niet snel herzien. Nu hebben slechts 9 van de 27 lidstaten Palestina erkend – voornamelijk Oost-Europese landen, die dat eind jaren tachtig al deden, voor de val van de Muur. Zonder volledige consensus komt er geen ommekeer in het Europese buitenlandbeleid.
Toch is de erkenning van Palestina een belangrijke symbolische daad. Het kan de Palestijnse bevolking de hoop geven dat de wereld hen niet volledig in de steek laat. En het is een stap op weg naar meer. De diplomatieke druk op Israël wordt opgevoerd, bondgenoten geven aan dat zij vredesonderhandelingen willen. Bovendien: hoe meer landen Palestina erkennen, hoe moeilijker het is om te zeggen dat het land niet bestaat.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant