Het hoogste hof van de Verenigde Naties deed vrijdag een tussenuitspraak in een zaak die was aangespannen door Zuid-Afrika. Het beschuldigt Israël daarin van genocide in Gaza. Eerder oordeelde het hof dat Israël moet garanderen dat humanitaire hulp wordt toegelaten in Gaza.
Dat was tot nu toe de verregaandste maatregel die het hof oplegde, zegt Van den Herik. Maar het ICJ oordeelde vrijdag dat het niet langer voldoende is om de kwetsbare bevolking in Gaza (en met name in Rafah) te beschermen.
Volgens het hof moet Israël daarom per direct stoppen met de militaire operatie in Rafah. Ook moet de grensovergang bij Rafah heropend worden, zodat humanitaire hulp kan worden toegelaten. Over een maand moet Israël verslag uitbrengen aan het ICJ over de maatregelen die worden getroffen.
De uitspraak was vrijwel unaniem. Van de vijftien rechters stemden alleen de Israëlische en Oegandese rechter tegen de uitspraak. Het hof heeft ook grote zorgen geuit over het lot van de Israëlische gijzelaars in Gaza en heeft Hamas opgeroepen tot onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating.
Het was niet de eerste keer dat Zuid-Afrika het ICJ vroeg om Israël op te dragen een einde aan het offensief in Rafah te maken. Maar tot nu toe werd daar geen gehoor aan gegeven, zegt Van den Herik. Volgens haar is deze uitspraak daarom opvallend en een keerpunt.
Israëlische ministers hadden de uitspraak van het hof, die bindend is, op voorhand al naast zich neergelegd. In een officiële reactie heeft Israël de beschuldigingen van genocide door Zuid-Afrika "vals, walgelijk en schandalig" genoemd.
Het kantoor van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu benadrukte dat de militaire campagne in Rafah niet heeft geleid en niet zal leiden tot de "hele of gedeeltelijke vernietiging" van de Palestijnse burgerbevolking en dat de humanitaire hulp aan Gaza blijft toegestaan "in overeenstemming met de wet".
Het ICJ heeft geen middelen om naleving van de uitspraak af te dwingen. Het is daarom van belang hoe andere staten op de uitspraak gaan reageren, zegt Van den Herik. "Vooral bondgenoten, waaronder Nederland, die hechten aan naleving van het internationaal recht."
Vorige week hebben meerdere landen, waaronder Nederland en de G7, met uitzondering van de Verenigde Staten, een brief geschreven aan de Israëlische regering met de oproep zich aan het internationaal recht te houden. "Deze uitspraak valt daaronder, want het heeft ook juridisch bindende werking", benadrukt Van den Herik.
Vanuit de VN-Veiligheidsraad verwacht Van den Herik geen vervolgactie vanwege het veto van de VS. Landen zullen daarom vooral individueel moeten beslissen wat voor gevolgen ze geven aan de uitspraak van het ICJ, zegt ze.
Demissionair premier Mark Rutte had eerder gezegd dat een Israëlisch offensief in Rafah een "gamechanger" zou zijn. "Tot nu toe hebben we niet echt gezien wat dat concreet betekent. Deze vraagt dient zich nu nogmaals aan", zegt Van den Herik.
In Europees verband en bij de Algemene Vergadering van de VN kan ook een reactie komen op de uitspraak, stelt Van den Herik. Bijvoorbeeld door een VN-onderzoekscommissie in te stellen, die dan op de grond in Gaza gaat rapporteren wat er gebeurt. Het ICJ stelde vrijdag dat Israël toegang moet verlenen aan zo'n commissie en dat het land er alles aan moet doen om bewijs veilig te stellen.
Over het algemeen wordt de druk op Israël steeds meer opgevoerd, ziet Van den Herik. Bijvoorbeeld door de aankondiging van Spanje, Ierland en Noorwegen dat zij de staat Palestina gaan erkennen. "Het betekent dat Israël steeds geïsoleerder raakt."
Maak binnen 1 minuut een gratis account aan en krijg toegang tot extra artikelen.
Gelieve een geldig e-mailadres in te geven.
Source: Nu.nl algemeen