Omstreden slogans verbieden, zoals de Tweede Kamer wil? Laten we eerder een debat voeren over de niet-antisemitische betekenis die deze leus óók heeft, en over de vraag of een eenstaatoplossing voor het conflict tussen Israël en Palestina wel zo’n goed idee is.
Dinsdag nam de Tweede Kamer de motie aan om de leus ‘From the river to the sea’ te verbieden. Deze zou oproepen tot geweld tegen Joden en wordt in verband gebracht met het toenemende antisemitisme. De motie is het resultaat van de groeiende populariteit die deze leus − doorgaans gevolgd door ‘Palestina will be free’ – kreeg na 7 oktober. Bij1-activisten projecteerden haar op het Mauritshuis, zij klonk tijdens de opening van documentairefestival Idfa, staat op allerlei spandoeken en wordt volop gescandeerd tijdens demonstraties en bij bezettingen van universiteiten.
Maar deze Kamermotie is niet zonder gevaar. Allereerst kan zij een beperking van de vrijheid van meningsuiting inhouden. Maar bovenal verhult de nadruk op een antisemitische betekenis van de leus dat er ook een niet-antisemitische betekenis bestaat, die kennelijk niet meer bestreden hoeft te worden. Het gaat hier om de betekenis van ‘From the river to the sea’ als een krachtige roep om een eenstaatoplossing, waarbij Joden en Palestijnen gelijk worden behandeld in één land onder één bestuur. In tegenstelling tot de antisemitische lezing, zullen weinig gebruikers van de slogan ontkennen dat ze dat ermee bedoelen.
Over dit artikel
David Wertheim is historicus en schreef het boek Waar gaat het over als het over Joden gaat. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Maar ook in deze betekenis is de leus destructief. Het probleem is namelijk dat dit een afwijzing inhoudt van het idee om het conflict tussen Israël en Palestina te beëindigen door twee onafhankelijke staten voor twee volken: een Palestijnse en een Joodse staat. Vóór alles behelst de leus een aanval op deze zogenaamde tweestatenoplossing, die jarenlang de belangrijkste boodschap is geweest van internationale inspanningen om tot vrede te komen en waarmee nog iets van vooruitgang, hoe bescheiden ook, is geboekt.
Er zijn goede redenen om kritiek te hebben op een tweestatenoplossing. Je kunt bijvoorbeeld principieel tegen op etnische leest geschoeide staten zijn. Je kunt eindeloos soebatten over de grens tussen beide staten, je kunt het onrechtvaardig vinden dat de Palestijnen een deel van hun land moeten opofferen of, terecht, redeneren dat het ideaal van een tweestatenoplossing door Netanyahu is misbruikt om het vredesproces op slot te zetten.
Maar wie daarmee wil pleiten voor een liberale democratie voor alle inwoners van het gebied, met gelijke rechten voor iedereen, doet er goed aan zich de praktische moeilijkheid daarvan te realiseren. Het is misschien de rechtvaardigste oplossing, maar niet de snelste manier om het bloedvergieten te beëindigen. Het aantal mensen dat in het oorlogsgebied woont en hierin geïnteresseerd is, is marginaal.
Toegegeven, binnen Israël zijn in de afgelopen jaren zeker stemmen opgegaan voor een eenstaatoplossing, maar die stemmen vormen nog altijd een minderheid binnen het (toch al kleine) vredeskamp. Vrijwel niemand in de bredere Israëlische samenleving is klaar om de notie van een Joodse staat op te geven. Sommigen vanuit Joodse suprematiegevoelens, sommigen omdat zij in het licht van de traumatische geschiedenis Joodse onafhankelijkheid zien als een noodzakelijke waarborg tegen antisemitisme en sommigen uit angst dat een liberaal-democratische bi-nationale staat zal afglijden naar een dictatuur, zoals de Israël omringende landen.
Aan Palestijnse zijde bestaat meer steun voor één staat, maar er is weinig reden om aan te nemen dat een dergelijke staat de rechten van de Joodse én Palestijnse inwoners zal respecteren. De staat van dienst van de Palestijnen op het vlak van liberale democratie en mensenrechten is niet best. Toen er in 2005 verkiezingen waren in de Gazastrook, werden die gewonnen door Hamas. Ik hoef hier denk ik niet uit te leggen hoe deze organisatie denkt over gelijke rechten.
Na twee jaar elimineerde Hamas de Palestijnse oppositie en daarmee de democratie. Mahmoud Abbas, de leider van de Palestijnse Autoriteit die zich committeerde aan een tweestatenoplossing, is geen islamistische fundamentalist maar ook geen democraat. Abbas heeft keer op keer verkiezingen uitgesteld. En de Arabische landen die zich ermee bemoeien, waarvan sommige partners kunnen zijn voor een tweestatenoplossing, zijn dictaturen waar de mensenrechten niet worden gerespecteerd.
De gedachte van een liberaal-democratische eenstaatoplossing, hoe mooi en rechtvaardig ook, is daarom een onwerkbaar ideaal voor wie een politiek werkbare oplossing zoekt. Dat is precies de reden dat de slogan ‘From the river to the sea’ ook in zijn beste betekenis zo destructief is. Er is niets mis mee om de juiste eenstaatoplossing te willen, maar wel om nu een tweestatenoplossing te bestrijden.
Ook de voorstanders van een eenstaatoplossing zouden die paar vredesactivisten die tegen de stroom van het extremisme in naar een tweestatenoplossing zoeken, niet moeten ondermijnen. Waarom de paar stappen die zouden kunnen leiden tot een compromis of tussenoplossing, op weg naar een duurzame vrede, saboteren? Waarom liever oorlog dan partijen de kans op een oplossing – hoe gemankeerd ook – te gunnen? Er vallen momenteel te veel slachtoffers om ons die luxe te kunnen permitteren.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant