Over de VOC-mentaliteit van Nederlanders valt niets meer te klagen, afgezien van het feit dat de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) inmiddels een slechte naam heeft gekregen. Maar Nederlanders worden steeds ondernemender. In 2008 toen VOC-adept Balkenende nog premier was, waren er voor het eerst meer dan een miljoen bedrijven ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. In 2022 was dat verdubbeld tot twee miljoen en twee jaar later zijn dat er al 2,3 miljoen.
Daar zit een groot aantal zzp’ers bij. ‘Maar er is ook sterke startup-cultuur, met name op het gebied van agritech, biotech, deeptech zoals AI, duurzaamheid, quantum computing en andere hightech en logistieke sectoren’, concludeert consultant KPMG in een onderzoeksrapport dat deze week door de Stichting Capital Amsterdam werd gepresenteerd.
Met name in de omgeving van de TU’s in Eindhoven – Brainport – en Delft krioelt het van de startups. Maar de Nederlandse economie spint er nauwelijks garen bij, aldus het rapport. Jonge bedrijven die kapitaal nodig hebben voor verdere groei, wijken vaak uit naar het buitenland. Ze zoeken daar hun investeerders zoals private equity of kiezen zelfs voor een notering op een buitenlandse beurs zoals de Nasdaq in New York. Daardoor gaan deze bedrijven verloren voor Nederland.
Nederland zou juist de uitgelezen plek moeten zijn voor bedrijven om door te kunnen groeien. Want er is een ijzersterke kapitaalmarkt. Nederlanders hebben meer dan 500 miljard euro aan spaargeld bij banken gestald. Veel bedrijven en fondsen zitten goed in hun slappe was. En verder is er ook nog eens 1.500 miljard euro aan vermogen bij pensioenfondsen.
De conclusies zijn nogal onthutsend. ‘De markt voor risicokapitaal (‘venture capital’) is groot, maar niet vanwege de Nederlandse institutionele beleggers zoals pensioenfondsen. Het aantal beursnoteringen groeit maar niet op de Nederlandse markt. Er wordt meer geld geleend aan Nederlandse startups en middelgrote bedrijven, maar niet dankzij Nederlandse banken’, aldus het rapport.
De Stichting Capital Amsterdam zou willen dat Euronext in Amsterdam weer de ‘vanzelfsprekende plek wordt voor Nederlandse kleine en middelgrote bedrijven om kapitaal op te halen’. Maar de laatste jaren wagen nog zelden jonge bedrijven de stap naar de beurs in eigen land. Het Damrak is steeds meer een pleisterplaats geworden voor allerlei exotische fondsen die niets met Nederland hebben te maken. Het lijkt meer op de VN dan op Nederland.
Een van de oorzaken is te veel regelgeving, waardoor er voor startups te grote barrières zijn om naar de beurs te gaan. Vooral bedrijven met een kapitaalbehoefte tussen de 10- en 200 miljoen euro lopen hier tegenaan. In bijvoorbeeld Zweden steken pensioenfondsen veel meer geld in startups. Als voorbeeld noemt KPMG de ‘wereldwijde speler’ Spotify. Een groot deel van zijn vermogen komt van de Zweedse pensioenfondsen Alecta en AMF.
Er is volgens de Stichting Capital Amsterdam vooral een cultuuromslag nodig bij beleggers. ‘Pensioenfondsen en verzekeraars moeten de rol van hoeksteenbelegger bij beursgangen op zich nemen’. Maar op dit moment denken ze nog dat het gras groener is in het buitenland.
Misschien moeten ze in de leer bij de Heren XVII van de VOC.
Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.