Home

‘Queer kunstenaars als Tsjaikovski, Proust en Wilde konden in hun werk hun gevoel laten dansen op tafel’

In zijn boek Classical Queers schrijft acteur Johannes Wirix-Speetjens over het leven van ‘queer kunstenaars’ in voorgaande eeuwen. Zijn historische zoektocht naar lotgenoten was voor de Vlaming een louterende ervaring.

Als een van de hoofdrolspelers van de openingsfilm van een filmfestival ben je een ster, een die de rode loper mag betreden. Maar toen Johannes Wirix-Speetjens vorig jaar bij de première van Comandante op het filmfestival van Venetië aan zijn persagent vroeg of hij, net als zijn getrouwde heteroseksuele collega, hand in hand kon lopen met zijn vriend, was het antwoord: ‘Doe maar niet, dat gaat je werk kosten in Italië.’

Het is een voorval dat de 26-jarige acteur beschrijft in Classical Queers, een boek dat losjes de levens behandelt van een aantal ‘queer kunstenaars’ van voorgaande eeuwen: Tsjaikovski, Oscar Wilde, Marcel Proust, Ethel Smyth, Benjamin Britten.

De Belg Wirix-Speetjens is er een van nu. Een queer acteur die als grote belofte geldt, een theaterprijs won in Rome, in Nederland woont en hier heeft gespeeld bij onder meer Het Nationale Theater.

Maar wie denkt dat homoseksualiteit hier volledige is geaccepteerd, moet bedenken dat Nederland gezakt is naar plaats 14 op de zogeheten Rainbow Index, een Europese maat voor de lhbti-rechten. Volgens het kennisinstituut Movisie vond in 2022 een kwart van de Nederlandse bevolking het aanstootgevend als mannen elkaar in het openbaar zoenen; 11 procent van de lhbti-gemeenschap heeft te maken gehad met geweld.

Pablo Cabenda schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en human interest. 

Wirix-Speetjens voelde tot een paar jaar geleden nog ongemak als zijn geaardheid in een sociale situatie iets te veel aan de oppervlakte dreigde te komen. Net als die giganten van de kunstgeschiedenis die in vroeger tijden met de grootst mogelijke omzichtigheid met hun seksuele oriëntatie moesten omgaan.

Op ons nachtkastje

Hij voelde de behoefte om zich te spiegelen aan die voorbeelden. Het was de reden om Classical Queers te schrijven, zoals beschreven in het voorwoord: ‘Ik wilde weten hoe het zit met al die mensen voor mij, met wie ik geen bloed deel, maar wel een geschiedenis. Daaruit blijkt dat queer personen geen ver-van-mijn-bedshow zijn, voor niemand. Ze komen overal voor. Ze liggen op ons nachtkastje en bij ons in bed.’

Want ook de componist Tsjaikovski worstelde met zijn geaardheid. Schrijver Marcel Proust was uitermate prudent met zijn privéleven. En Freddie Mercury en dirigent Leonard Bernstein kozen ervoor om de schijn op te houden.

Allemaal zaten ze in een gevangenis waar eenieder zonder traditionele genderidentiteit of seksuele oriëntatie in vast kan komen te zitten. Een gevangenis die je als queer persoon hebt geïnternaliseerd. In het boek beschrijft Wirix-Speetjens het zo: ‘Buiten is een gevarenzone, alsof ik plots niet meer in mijn eigen lichaam zit maar als een politiehelikopter boven mezelf hang om me in de gaten te houden en te veroordelen, zodat anderen dat niet zouden doen.’

Vreemde eend

In een Amsterdams restaurant licht hij toe. ‘Het is een voortdurend afvragen. Kan ik hier wel zoenen? Kan ik hier wel mijn partner omhelzen? Er hoeft zich maar iets negatiefs voor te doen en je krijgt bevestigd dat je buitengesloten wordt. Je wordt bang of zelfs verlamd door angst.’ Hij noemt eenzaamheid het gevoel dat alle queers bindt. ‘We zijn de vreemde eend in de bijt, de minderheid in haast elke situatie of sociale context.’

Dat gevoel buitengesloten te zijn verminderde toen de Vlaamse klassieke muziekzender Klara hem de kans bood een radioprogramma te presenteren.

‘Ik ontdekte dat er juist in de conservatieve witte heteroseksuele mannenwereld van de klassieke muziek lotgenoten waren. Ik ben met klassieke muziek opgegroeid, maar kende de verhalen eromheen niet. Die waren een eyeopener, een geruststelling en een aanmoediging om er iets mee te doen.’

Er volgde een podcast, Classical Queers, waarin in elke aflevering een grote naam uit de kunst werd behandeld. En vorige maand verscheen het boek met dezelfde titel. Een boek waarin elk hoofdstuk begint met een persoonlijk verhaal van de auteur als opmaat voor het historische relaas. Wirix-Speetjens als ervaringsdeskundige die optreedt in het hier en nu, en zo de parallel met de geschiedenis zichtbaar maakt.

‘Mijn vriendje’

Zo beschrijft hij zijn obsessie voor een jongen die hij als kind op vakantie in Italië op een balkon ziet zitten, tegenover de plek waar hij met zijn familie verblijft. Elke avond zien en bekijken ze elkaar, maar oogcontact is de enige vorm van communicatie. De 10-jarige Johannes is te jong om zijn gevoelens te duiden, maar hij noemt zijn object van verlangen onomwonden ‘mijn vriendje’.

Dan is het een troost als blijkt dat Tsjaikovski eenzelfde hunkering kende. Dat werd duidelijk toen vijfduizend brieven van de Russische componist, die tot 2009 angstvallig geheim werden gehouden, werden vrijgegeven. In een brief aan zijn broer Modest, eveneens homoseksueel, schrijft hij over een begeerde man: ‘Wat een engelachtig schepsel, wat verlang ik ernaar zijn slaaf te zijn, zijn speeltje, zijn eigendom.’

Oscar Wildes onbeschroomde lust om de liefde te vieren vindt weerklank in de beschrijving van Wirix-Speetjens’ eerste echte liefde. Maar in zijn angst om uit de kast te komen herkent hij ook Prousts behoedzaamheid om niet te veel van zichzelf prijs te geven. Als hij te horen krijgt dat een van zijn ooms tegen zijn kinderen had gezegd: ‘Als hier ene zo is, dan vliegt hij buiten’, krijgt hij een gevoel als van een allergische reactie. ‘Alsof mijn luchtpijp zich vult met lijm.’

Uitweg in de kunst

Uit zelfbehoud moet wat gevaarlijk is geheim blijven. Maar de queerness vindt een uitweg in de kunst, net als bij zijn voorbeelden.

Wirix-Speetjens: ‘Mensen die met geheimen moesten leven in hun privéleven, konden in hun werk hun gevoel laten dansen op tafel. Je kunt zeggen dat ze hun geheim toevertrouwden aan hun kunst.’

Verboden liefde gesublimeerd tot kunst, het is een verleidelijke gedachte. Maar betekent dat dan ook dat er zoiets als ‘queer kunst’ bestaat? En wat zijn daarvan dan de kenmerken?

‘In zijn algemeenheid kun je zeggen dat al die kunstenaars in hun kunst zichzelf konden zijn, omdat ze daar geen rekening hoefden te houden met vooroordelen, normen en waarden en regels die voorschrijven hoe mensen moeten zijn.’

Stoer mannenleer

Zodanig zelfs dat je als artiest je queervlag uitbundig in je kunst kunt laten wapperen, zonder dat de meeste mensen een vermoeden koesteren over je privéleven. Freddie Mercury, ook behandeld in het boek, hulde zich op het podium in turnpakjes en stoer mannenleer, terwijl een groot deel van de Queenfans geen sjoege had van zijn geaardheid. De man zong aan het eind van zijn carrière The Great Pretender en overleed een dag nadat hij bekend had gemaakt dat hij aids had opgelopen.

En in Tsjaikovski’s zesde symfonie, Pathétique, is hoorbaar de ‘queerfactor’ aanwezig, zegt Wirix-Speetjens. Dit laatste werk is opgedragen aan zijn neef Vladimir Davydov.

‘Het stuk gaat tegen de regels in van wat een symfonie musicologisch zou moeten zijn. Het laatste deel breekt met het idee van de grootse finale en eindigt juist heel klein, nederig en met intense pijn. Zonder queerbril kun je concluderen dat het louter prachtige muziek is die rechtstreeks tot je hart spreekt.

‘Maar als je weet dat Tsjaikovski het in de laatste maanden van zijn leven heeft geschreven waarin hij, zoals blijkt uit zijn brieven, gekweld werd door een verliefdheid op zijn neef en de onmogelijkheid om in het reine te komen met zijn homoseksualiteit, dan kun je niet anders dan dat alles horen in zijn muziek.’

Clandestien verlangen

Het vormt het complete klassieke queerplaatje: het anders zijn, het clandestiene verlangen en de daarmee gepaarde gaande levensangst. ‘Dat vind ik fantastisch, want het geeft het een urgente laag en daarmee een geheel nieuwe dimensie aan de muziek en de kunstenaar.’

Net zoals de liefdesbriefjes van componist Benjamin Britten en zijn partner Peter Pears dat doen. En zo geeft ook enige kennis van het turbulente liefdesleven van componist Henriëtte Bosmans haar muziek een diepere laag.

Het was een louterende ervaring, die historische zoektocht naar lotgenoten. Niet alleen voor Wirix-Speetjens, ook voor die lezer van 47 jaar met drie kinderen die pas drie jaar geleden uit de kast was gekomen en hem schreef dat het boek hem een gevoel van vrijheid en kracht had gegeven.

Out en proud

Out was de auteur al voordat hij aan het boek begon. Proud inmiddels ook. Ook al had Wirix-Speetjens een paar jaar geleden nog te veel schroom om aan Pride deel te nemen.

‘Bij mij thuis hangt er wel een regenboogvlag, binnen, aan de muur. Niet aan het balkon, zoals bij mijn buurman. Soms wilde ik wel dat ik wat meer activisme in me had. En soms denk ik dat ik als acteur, schrijver en podcastmaker mijn ei kwijt kan, en dat daarin mijn queeridentiteit altijd een rol speelt. Maar misschien is dat meer een artistieke dan een activistische houding.’

Maar als die twee ooit tegelijk een beroep op hem zullen doen, weet hij nu dat ze een harmonieus geheel zullen vormen. Mocht er ooit weer een rode loper voor hem worden uitgerold, zal hij die onbeschaamd en onbevreesd betreden. Hand in hand met zijn partner.

Johannes Wirix-Speetjens: Classical Queers.
Uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts; 224 pagina’s; € 22,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next