Home

NU+ Is er straks nog plaats voor de grootste energieslurpers van Nederland?

De nieuwe coalitie van PVV, NSC, VVD en BBB zegt fabrieken hier te willen houden. "Onze Nederlandse industrie is van groot belang voor ons verdienvermogen", staat te lezen in het hoofdlijnenakkoord van de rechtse partijen.

Maar het is een fout om de industrie als één geheel te zien, denkt onderzoeker Boris Schellekens van SOMO, een stichting die onderzoek doet naar multinationals. Een klein deel van de industriële bedrijven is verantwoordelijk voor meer dan een kwart van de totale Nederlandse uitstoot en een derde van het energieverbruik.

Bij dit kleine groepje bedrijven werken 'slechts' 124.000 mensen, berekende hij. In de maakindustrie, die veel minder energie verbruikt en CO2 uitstoot, zijn dat er ruim 800.000.

Volgens hem is er in Nederland geen toekomst voor de meest energie-intensieve bedrijven. Waar goedkoop Gronings aardgas ooit ons visitekaartje was, zal groene stroom in de toekomst niet tegen stuntprijzen beschikbaar zijn.

Daarvoor kunnen de grote energieslurpers beter verhuizen naar landen met overvloedige stroom op basis van waterkracht of zonlicht. "Als je een energie-intensief proces hebt, dan ga je het in Noordwest-Europa verliezen ten opzichte van Scandinavië, IJsland of Spanje", zegt Schellekens tegen NU.nl. Hij pleit voor een "geplande weglek" van de zware industrie naar andere landen.

Zowel het huidige demissionaire kabinet-Rutte IV als de nieuwe coalitie wil juist voorkomen dat bedrijven vertrekken. Daarom gaan ze verder met de subsidies die de grootste vervuilers kunnen krijgen als zij verduurzamen. Het gaat dan om bedrijven als staalfabrikant Tata Steel, kunstmestfabrikant Yara en oliebedrijven Shell en BP.

Zij zijn ook belangrijke ontvangers van de zogeheten fossiele subsidies. Dat zijn meestal belastingvoordelen op het gebruik van energie. De grootste gasverbruikers betalen bijvoorbeeld twaalf keer minder belasting per kubieke meter dan een huishouden of winkel.

De zware industrie mag daardoor ook veel goedkoper CO2 uitstoten dan andere sectoren. Dat geldt nog sterker voor de internationale lucht- en scheepvaart, waar vrijwel alle brandstoffen belastingvrij zijn.

Zulke grote verschillen in de prijs van CO2-uitstoot bestaan door de hele economie, berekende het Planbureau voor de Leefomgeving. Maar afschaffing van de fossiele subsidies stuit steeds op hetzelfde verzet: volgens vertegenwoordigers van de industrie pakken bedrijven dan hun boeltje en gaan ze over de grens produceren. Met dezelfde CO2-uitstoot en dus zonder verbetering voor het klimaat.

Wetenschappers zijn het oneens over de hoeveelheid weglek die we kunnen verwachten als de fossiele subsidies daadwerkelijk verdwijnen. "Bedrijven verplaatsen zich niet zomaar", zei milieu-econoom Reyer Gerlagh van Tilburg University onlangs tijdens een deskundigengesprek in de Tweede Kamer.

Het kost tijd en geld om nieuwe fabrieken te bouwen. Bovendien zitten bedrijven hier ook vanwege de ligging en de beschikbare arbeidskrachten, denkt hij. Nieuwe Europese regels gaan er daarnaast voor zorgen dat ook uitstoot buiten de EU wordt doorberekend in de prijzen van producten als staal en cement. "Het idee dat bedrijven allemaal gaan vertrekken is zwaar overtrokken", concludeert Gerlach.

Anderen verwachten wél een groot effect van een hogere CO2-belasting voor de Nederlandse industrie. "Die lekkage is serieus", denkt Johannes Bollen van onderzoeksinstituut TNO. Het zorgt er volgens hem voor dat afschaffen van fossiele subsidies niet effectief is, tenzij veel landen het tegelijk doen. Er moet volgens hem een "gelijk speelveld" zijn. Maar op Europees niveau blijkt het lastig om de fossiele subsidies aan te pakken.

Ondertussen zorgt dat gelijke speelveld tussen de EU-landen voor ongelijkheid tussen fossiele en duurzame bedrijven, vindt Marije Perdon van MVO Nederland, een brancheorganisatie van duurzame ondernemers. Zij komen niet van de grond omdat ze niet kunnen profiteren van dezelfde fossiele voordelen.

"Het is nu tijd om politieke keuzes te maken en duidelijkheid te bieden aan ondernemers", zegt Perdon. "Wat voor economie wil Nederland zijn? Kiezen we voor een grondstofintensieve industrie of een circulaire economie? Voor energie-intensieve sectoren of voor innovatie- en kennisindustrie?"

Daar moeten inderdaad keuzes over worden gemaakt, zegt econoom Bas Heerma van Voss van De Nederlandsche Bank. We kunnen niet oneindig CO2 blijven uitstoten, de ruimte op het stroomnet is beperkt en we moeten zuinig omgaan met schaarse grondstoffen. "Dat betekent dat we goed tegen het licht moeten houden welke vormen van productie we in Nederland wel en niet willen."

Nederland hoeft geen planeconomie te worden, waarin de overheid bepaalt wie zich hier wel en niet mag vestigen. Maar we moeten wel nadenken over welke activiteiten worden gestimuleerd, zegt Heerma van Voss.

Ook de afhankelijkheid van het buitenland is zo'n keuze. Volgens de industrie ligt daar voor Nederland een gevaar. Willen we al ons staal uit het buitenland halen, of hebben we liever een producent binnen de eigen grenzen? "Europa importeert op dit moment volop kunstmest uit Rusland", zei Gijsbrecht Gunter van Yara in de Tweede Kamer. "Daarmee financieren wij gewoon rechtstreeks de oorlog in Oekraïne."

Aan het nieuwe kabinet de taak om over al deze zaken moeilijke keuzes te maken. Waar moeten de miljarden aan subsidies en belastingvoordelen heen, en tegen welke voorwaarden? "We kunnen niet doen alsof we geen keuze maken", zegt Heerma van Voss. "Het beleid impliceert bepaalde keuzes."

Jeroen schrijft over (inter)nationaal klimaatbeleid en volgt de ontwikkelingen in de energietransitie, van de zonnepanelen op het dak tot de grootste fabrieken. Eind vorig jaar maakte hij de podcastserie Tata's ijzeren greep, over de milieugeschiedenis van Tata Steel. Hij is bereikbaar via jeroen@nu.nl.

Maak binnen 1 minuut een gratis account aan en krijg toegang tot extra artikelen.

Gelieve een geldig e-mailadres in te geven.

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next