Home

Is een premier nog wel nodig?

De lezersbrieven, over een premier die nog steeds niet in zicht is, de btw-verhoging op cultuur en het commentaar van Maarten van Rossem op het eindexamen geschiedenis, dubbelgangers, en meer.

Voor het eerst in de geschiedenis van Nederland is er vóór de vorming van een nieuwe regering nog geen premier in zicht. Een man of vrouw als representant van een politiek idee. Wat is dan nog de betekenis van een premier, in de zin van de vertegenwoordiging van en het vertrouwen in een politiek idee?

De premier heeft traditioneel gezien een belangrijke rol binnen de ­Nederlandse politiek. De premier is het gezicht van de regering en wordt ­gezien als de leider van het land. Hij of zij vertegenwoordigt het beleid en de standpunten van de regeringspartij(en) en heeft een grote invloed op het beleid dat wordt gevoerd.

Echter, nu er geen duidelijke ­premierskandidaat is, rijst de vraag of de rol van premier eigenlijk wel zo ­cruciaal is.
Govert van Bergen, De Bilt

Boeken

Het zou de komende jaren wel eens druk kunnen worden in Nederlandse boekwinkels. Niet met kopers, wel met lezers. Die oplossing koos een voormalige huisgenote van me, toen ze een voor haar belangrijk boek niet kon betalen. Ze kocht het boek niet maar las het toch in een paar weken tijd uit: in een achterafhoekje van de boekwinkel waar ze tijdelijk vaste ‘klant’ was.
Esther Postema, Amersfoort

Gedichten

Geachte heer Bosma, ik geniet altijd enorm van uw openingsgedichten. Zou u daarom alstublieft uw partij ­willen vragen de btw niet te verhogen naar 21 procent? Ik kan dan geen gedichtenbundels meer betalen.

Met vriendelijke groet.
Arjan de Roon, Elst

Geschiedenis

Maarten van Rossem liep vast op het eindexamen geschiedenis omdat daar ook vragen gesteld werden over de Oudheid, de Middeleeuwen en de vroegmoderne tijd. ‘Stomverbaasd’ was hij daarover. Want er zijn toch ook ‘actuele toponderwerpen, zoals het ontstaan van de verzorgingsstaat of de Europese Unie’? Tot overmaat van ramp was het examen ook nog eens gebaseerd op bronnen. Een schandaal, vond Van Rossem. Bronnen zijn echt een plaag voor het geschiedenisonderwijs. Wie wil er zo nog geschiedenis studeren?

Nu moet ik toegeven dat ik niet goed op de hoogte ben van de onderwijsmethoden van het geschiedenisonderwijs op Nederlandse middelbare scholen. Ik ken het betreffende examen niet. Op de keuze van de ­examenvragen zal zeker het een en ander aan te merken zijn. Het chronologisch rangschikken van koningen lijkt mij ook niet zo interessant of leerzaam. Maar Van Rossems vuilspuiterij over wat zich niet in zijn eigen achtertuin bevindt, over alles wat niet direct relevant is voor de actualiteit en zijn afkeer van bronnen laten vooral zien dat hij eigenlijk niet zo erg van het vak geschiedenis houdt.

Volgend jaar moet de Volkskrant maar eens iemand vragen met een waarachtige interesse voor de geschiedenis in al haar veelzijdigheid, diepte en gelaagdheid; iemand die de liefde voor het vak graag aan de volgende generatie wil doorgeven. Daar zijn er in Nederland vast genoeg van.
Maaike van der Lugt, historica, Paris-Saclay

Onrealistisch

Héél kort samengevat verwijt wetenschapsjournaliste Lucy Jones de maatschappij (‘het sociale construct’) dat zij een idealistisch beeld had van haar ­bevalling en het ouderschap. De maatschappij, dat zijn wij.

Ook ik heb ervoor gezorgd dat Lucy Jones in deze mindfuck terecht kon komen. Publieke excuses zijn daarom op zijn plaats. Sorry Jones, voor mijn euforische propaganda over mijn ­eerste bevalling. Sorry ook, voor mijn positieve feedback op het handelen van de verloskundige en het complete medische team. Mijn bevalling duurde meer dan een etmaal, ik ving ­weeën op in de auto en in de lift van het ziekenhuis en werd tijdens de persweeën naar de operatiekamer gereden voor een spoedkeizersnee. Met mijn ik-zie-wel-hoe-het-gaathouding heb ik de lat veel te laag gelegd. Sorry dat ik daarmee heb bijgedragen aan jouw onrealistische ideaalbeeld.

Sorry ten slotte, dat ik zelfs grappen maakte over het enige, echte bevallingstrauma: dat ik mijn frisgewassen zoon kreeg aangereikt in een pakje uit de Ajax-fanshop (zeker met de kennis van nu) omdat mijn man het koffertje had ingepakt op weg naar het ziekenhuis.
Suzanne Hemmer, Amsterdam

Verpleegkundige

Heeft iemand al gezegd hoe geweldig de columns van Thomas van der Meer zijn en dat iedereen, ook de bangboze burgers, die zou moeten lezen?

Alle gepolariseer, gekonkel en schulddenken ten spijt, uiteindelijk eindigen we bijna allemaal zoals de cliënten van Van der Meer.

En dan maar hopen dat je ook zo’n verpleegkundige aan je bed hebt, of een zorgrobot met een ‘Thomas van der Meer’-programma.
Janneke Schotveld, Driebergen

Dubbelgangers

In zijn vermakelijke ­column van 22 mei over het verschijnsel dubbelgangers, legt Max Pam een origineel verband tussen de roman De donkere kamer van Damokles van W.F. Hermans en het verhaal ­ Dr. Tesdals dubbelganger van F. Bordewijk. Hij merkt daarbij op: ‘Hermans moet dat verhaal zeker hebben ­gekend, want hij heeft Bordewijk eens opgezocht.’

De causale relatie die ­Hermans-kenner Pam suggereert, is mij niet duidelijk, maar er valt wel iets meer te vermelden over de ­verstandhouding tussen deze twee schrijvers. Niet alleen schreven ze lovende recensies over elkaars ­romans en verhalen, over een periode van twintig jaar voerden zij een correspondentie waaruit die waardering bleek. Deze is in 2011 gepubliceerd onder de titel Een onmiskenbare ­verwantschap. In zijn brief van 14 september 1960 aan Hermans schrijft Bordewijk: ‘Gisteren had ik De ­Donkere kamer van Damocles uit, – een grandioos boek vanaf de titel tot en met het laatste tekstwoord.’

Bordewijk en Hermans hebben ­elkaar meer dan eens in huiselijke kring ontmoet; Hermans heeft ­daarover geschreven in zijn Bordewijk’s Jeugdportret, opgenomen in de bundel Ik draag geen helm met ­vederbos. Bij één gelegenheid voelde Hermans zich zo weinig bij ­Bordewijk op zijn gemak, dat hij een verschrikkelijke hoofdpijn veinsde, en liever onmiddellijk naar Groningen terugkeerde.

Het is duidelijk: Bordewijk en ­Hermans waren volstrekt geen ­dubbelgangers, maar wel twee schrijvers die romans en verhalen hebben geschreven die nog steeds intrigeren.
Hans Koenen, Amsterdam

Wilt u reageren op een brief of een artikel? Stuur dan een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Het belangrijkst is dat een brief helder en duidelijk is. Wie een origineel en nog niet eerder verwoord standpunt naar voren brengt, maakt grotere kans te worden gepubliceerd. Een brief die mooi en prikkelend is geschreven, heeft ook een streepje voor. Kritiek op de Volkskrant wordt vaak gepubliceerd, op-de-man-gespeelde kritiek op personen plaatsen we liever niet.

Iedere brief wordt gelezen door een team van ervaren opinieredacteuren en krijgt een kans. En wekelijks worden ongeveer vijftig brieven geselecteerd. Over de uitslag kan helaas niet worden gecorrespondeerd. Wij zijn er trots op dat onze lezers mooie en goede brieven schrijven, waarvan we elke dag een levendige rubriek kunnen samenstellen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next