Op die datum in 1995 veroverden Bosnische Serviërs het dorp Srebrenica. Bosnië en Herzegovina had zich drie jaar daarvoor onafhankelijk verklaard van het toenmalige Joegoslavië. Maar dat leidde tot een burgeroorlog in het nieuwe land tussen verschillende bevolkingsgroepen. De Verengde Naties grepen daarbij in en verklaarden een aantal dorpen, waaronder Srebrenica, tot veilige gebieden.
In de zomer van 1995 waren de Nederlandse blauwhelmen van Dutchbat verantwoordelijk voor de bescherming van Srebrenica. Maar de militairen werden overlopen door de Servische troepen en konden een groot deel van de enclave niet meer redden. In de dagen daarna werden 8.000 moslimmannen- en jongens vermoord.
Duitsland en Rwanda hadden bij de VN het voorstel ingediend om 11 juli uit te roepen als officiële herdenkingsdag. Maar daar waren niet alle landen het mee eens. Uit protest tegen het voorstel werden in Servië deze donderdag de kerkklokken geluid. Doel was om de Serviërs te verenigen tegen de "onware en onrechtvaardige beschuldigingen" bij de VN, zei de Servisch-Orthodoxe Kerk.
De Bosnisch-Servische leider Milorad Dodik ontkent dat van genocide sprake was. De Servische president Aleksandar Vucic zei dat het instellen van een herdenkingsdag tot een "complete politieke ravage" zou leiden. Ook Rusland waarschuwde dat dit besluit een "bedreiging voor vrede en veiligheid" is.
Het Internationaal Gerechtshof en het Joegoslaviëtribunaal hebben geoordeeld dat in Srebrenica genocide is gepleegd.
Source: Nu.nl algemeen