Vijf foto’s, tien onderzoeksartikelen en een database met 16 duizend kosmische objecten. Dat is de eerste wetenschappelijke vangst van de Europese ruimtetelescoop Euclid.
Hoe doe je onderzoek naar het ‘donkere heelal’, zoals astronomen het noemen, de onzichtbare 95 procent van alle massa en energie in de kosmos waarvan wetenschappers nog geen flauw idee hebben waaruit het precies bestaat? Nou, door het deel heel goed in kaart te brengen wat je wél kunt zien.
De vijf foto’s die de Europese ruimtevaartorganisatie ESA donderdag publiceerde, zijn de eerste wetenschappelijke beelden van ruimtetelescoop Euclid. Dat wil zeggen: beelden die niet alleen zijn geschoten om esthetische redenen of bij wijze van techniektest – zoals de foto’s die de telescoop eind vorig jaar publiceerde – maar om er daadwerkelijk wetenschappelijke analyses op los te laten.
Over de auteur
George van Hal is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over sterrenkunde, natuurkunde en ruimtevaart.
Die beelden zien er voor het geoefend astronomisch vooralsnog oog vertrouwd uit. Het zijn betoverende kosmische vergezichten, met de roodpaarse vegen en krullen die stervormingsgebied Messier 78 over de sterrenhemel trekt als voorlopig visueel hoogtepunt. Ook op de foto: de vertrouwde spiraalvorm van een sterrenstelsel, een exemplaar met in dit geval de officiële naam NGC 6744, en een op het oog heldere sterrenhemel, in werkelijkheid een cluster van sterrenstelsels.
Maar wat je op de foto’s níét ziet, is het belangrijkste: de invloed van de zogeheten donkere materie en donkere energie.
Die eerste, donkere materie, is een mysterieus goedje dat overal in het heelal voorkomt. Omdat het met zijn zwaartekracht andere objecten aantrekt, wéten astronomen dat het moet bestaan. Die ‘extra’ zwaartekracht van deze veronderstelde onzichtbare materie, zorgt er onder meer voor dat sterrenstelsels bij elkaar worden gehouden, die net iets harder ronddraaien dan verwacht. Zou die zwaartekracht er niet zijn, dan zouden vele sterren onherroepelijk uit het sterrenstelsel worden gezwiept, als water uit een slacentrifuge.
Zo mogelijk nog ongrijpbaarder is wat donkere energie genoemd wordt, de energie waarvan kosmologen veronderstellen dat deze het versnelde uitdijen van het heelal aanzwengelt, een mysterieuze kracht die de kosmische fietspomp aandrijft waarmee de gehele ruimte steeds sneller wordt opgepompt.
De vijf beelden die de Europese ruimtevaartorganisatie ESA donderdag vrijgaf, geven een ongekend gedetailleerd beeld van het heelal, zodat wetenschappers onder meer de computermodellen kunnen controleren die het gedrag van het donkere heelal voorspellen. Ze zijn ongeveer viermaal scherper dan de beste beelden die gemaakt kunnen worden met telescopen op de grond, zo meldt de ruimtevaartorganisatie.
In de eerste dataset, waaruit ook deze vijf foto’s komen, zitten in totaal 16 miljoen astronomische objecten. Tegelijk zijn tien wetenschappelijke artikelen vrijgegeven waarin de eerste, nog relatief eenvoudige analyses van al die gegevens zijn opgetekend. Daaruit blijkt onder meer dat Euclid op de foto’s reuzenplaneten heeft kunnen zien die, losgerukt van hun moederster, eenzaam door het kosmische dobberen.
Deze eerste meetgegevens zijn binnen een tijdspanne van een etmaal door de telescoop verzameld, en vormen slechts een voorproefje op de stortvloed aan data die het instrument de komende jaren moet produceren. Zo moet de telescoop uiteindelijk bijvoorbeeld miljarden sterrenstelsels fotograferen die zich schuilhouden in een gebied grofweg zo groot als eenderde van de nachtelijke hemel.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant