Terwijl grote Noord-Italiaanse merken als Fiat en Prada hun fabrieken naar het buitenland verplaatsen, produceren kleine ambachtslieden bij Napels nog echte Italiaanse producten, met koraal en schelpen van eigen bodem.
‘Houd je duim stil’, instrueert docent Ciro Mazza (52) geduldig. ‘Alleen je wijsvinger mag bewegen. Het is moeilijk, ik weet het.’ Leerling Desiree de Luca (16) kijkt ingespannen naar de kleine schelp in haar hand, waarin ze met een ragfijn beiteltje een sierpatroon probeert te graveren. De Luca is leerling op de enige school ter wereld die de bewerking van koraal en schelpen onderwijst. Zij en haar klasgenoten brengen, naast alle reguliere vakken, zes à acht uur per week door in deze werkplaats, waar ze het ambacht leren van professionals.
Straks, als de schoolbel gaat, haast docent Mazza zich naar zijn eigen werkplaats, in het familiebedrijf waar hij met zijn broer werkt. Het is een van de tweehonderd ondernemingen in koraal- en schelpbewerking die Torre del Greco rijk is. Het kustplaatsje aan de baai van Napels is al eeuwen het wereldwijde centrum van de koraalindustrie, een traditie die er begin 19de eeuw via de vele zeevaarders aanspoelde. Van de 85 duizend inwoners werken er nog steeds zo’n tweeduizend in het koraal. Zelfs Mazza’s 85-jarige vader staat nog regelmatig in de werkplaats. ‘Uit passie’, zegt de zoon trots. ‘Hij wil niet stoppen.’
Over de auteur
Rosa van Gool is correspondent Italië, Griekenland en de Balkan voor de Volkskrant. Zij woont in Rome.
Wie bij de woorden ‘Made in Italy’ nog denkt aan Fiat Panda, Prada-tassen of Lavazza-koffie, heeft het steeds vaker mis. De globalisering is ook aan de Italiaanse multinationals niet voorbijgegaan, dus veel van die producten rollen allang niet meer van een Italiaanse fabrieksband. Ze worden gemaakt in plaatsen als Tychy (Polen: Fiat), Sibiu (Roemenië: Prada) of Sri City (India: Lavazza), tot onvrede van de rechtse regering van Giorgia Meloni.
Zij maakte tijdens haar campagne in 2022 een speerpunt van het beschermen van de maakindustrie. Na het aantreden van haar regering veranderde ze de naam van het ministerie van Economische Ontwikkeling, dat sindsdien luistert naar de titel ‘Ministero delle Imprese e del Made in Italy’ (ministerie van Ondernemingen en Made in Italy).
Ondanks de naamsverandering wil het met het behoud van productie op Italiaans grondgebied nog niet erg lukken. Zo kondigde de autogigant Stellantis (eigenaar van onder meer Fiat en Alfa Romeo) onlangs juist aan vrijwel alle elektrische auto’s buiten Italië te produceren. Daarop verbood de minister van Made in Italy het bedrijf om een van zijn modellen nog langer Milano te noemen, omdat die naam misleidend zou zijn.
Nee, wie een voorbeeld van het moderne Made in Italy wil vinden, moet op plaatsen als Torre del Greco zijn, zegt leraar Mazza trots. Want waar massaproducenten Italië verruilen voor goedkopere landen, vindt er aan de andere kant van het spectrum, bij de nicheproducten, juist steeds verdergaande specialisatie in Italië plaats.
‘Handgemaakt werk wordt zeldzamer, maar waardevoller’, voorspelt Mazza, die optimistisch is over de toekomst van zijn leerlingen als ambachtslieden. ‘Dit werk zal nooit door een machine kunnen worden vervangen, omdat elke schelp en elk stukje koraal een unieke vorm heeft. Mijn klanten vragen ook steeds vaker om een gepersonaliseerd product, waarover ze zelf meedenken en ontwerpen.’
Een paar honderd meter verderop, bij het koraalbewerkingsbedrijf van de broers Lello (57) en Sandro Orlando (49), is de stemming iets minder opgewekt. De markt van luxeproducten is er niet makkelijker op geworden in een wereld die wordt geplaagd door de gevolgen van een pandemie, en door oorlogen en inflatie, verzucht Sandro. Zijn broer inspecteert het werk van hun drie zeer gespecialiseerde koraalslijpers. Het zorgvuldig gepolijste koraal verkopen ze door aan juwelenproducenten, die het vervolgens in sieraden verwerken.
Het meeste van hun koraal is niet alleen gemaakt in Italië, maar het is er ook gegroeid, benadrukt Sandro. Koraal kan op verschillende plekken in de Middellandse Zee en in Azië worden opgevist, maar het meeste materiaal dat zij kopen, komt van dicht bij Sardinië. Vissers zijn gebonden aan strenge milieuregels, zeggen de broers Orlando meermaals. ‘Dat is voor ons heel belangrijk. Omdat het in ons belang is dat de koraalvisserij duurzaam blijft, maar ook dat er niet te veel koraal tegelijk op de markt komt.’ De Italiaanse overheid zit boven op de Europese regelgeving rond koraalvisserij, mede door druk vanuit Torre del Greco.
Wie bij het bedrijf van de broers Orlando naar binnen wil, moet vier beveiligde deuren door. Binnen staat een stevige kluis vol kraaltjes van felrood koraal. Het materiaal is kostbaar, al valt er geen algemene prijs op te plakken, zoals bij goud, zegt Sandro. De waarde hangt af van de lengte, grootte en kleur, legt hij uit. Een gram onbewerkt koraal kan 10 cent of een ton kosten, en alles daartussenin. ‘Maar in het algemeen geldt: hoe groter, roder en feller van kleur, hoe duurder.’
De broers Orlando namen het bedrijf over van hun vader. ‘We zijn opgegroeid tussen het koraal’, legt Lello uit. De speciale koraalschool waar Mazza doceert, hadden ze dus niet nodig. ‘We hebben alles van onze vader geleerd.’ Zelf hebben de broers in totaal vijf kinderen. Een duidelijke opvolger is er nog niet, al lijkt Lello’s jongste dochter de meest aangewezen kandidaat. Dat iemand het bedrijf overneemt, staat in elk geval vast. ‘Koraal zit ons in het bloed.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant