Home

Natuurlijk bestaat er Jodenhaat in islamitische kring

Al sinds mijn kindertijd in Rotterdam-Zuid in de jaren tachtig ben ik eraan gewend: Turkse en Marokkaanse buren en klasgenoten die zich antisemitisch uitten. ‘Joden beheersen politiek, bedrijven en media’, was een gevleugelde uitlating. Wat ook vaak voorbij kwam: ‘Joden zijn loyaal aan elkaar’, ‘Joden zijn kapitalisten’ en ‘Joden gebruiken bloed van moslims en christenen voor hun rituelen’.

Later, toen ik als twintigjarige belastingformulieren invulde bij immigranten thuis, kreeg ik van de vader des huizes regelmatig een lesje antisemitische maatschappijleer. Weer een decennium later, kort na 9/11, vonden Marokkaanse studiegenoten van mijn zusje die bij mij in huis woonde, het doodnormaal om immigrantenkinderen te waarschuwen voor alle Amerikaanse bedrijven: ‘Dat zijn Joden, dat is de Mossad’.

Vorige week benoemde BBB-politica Mona Keijzer in Sophie & Jeroen het antisemitisme in de islamitische cultuur. Voor migrantenkinderen uit islamitische landen zoals ik, is dat een open deur. Maar in plaats van een inhoudelijke discussie over dit probleem, werd ze getrakteerd op verbijstering. Schrijver Arnon Grunberg: „Dit kan niet.” Sophie Hilbrand bleef Keijzer met grote ogen verontwaardigd aanstaren. Op X werd Keijzer door velen weggezet als racist.

Natuurlijk waren de woorden van Keijzer stigmatiserend. Daar had ze zich bewust van mogen zijn, want er zijn ook Turkse en Marokkaanse Nederlanders die gelukkig heel anders denken over Joden. En er heerst ook antisemitisme in extreem-rechtse en extreem-linkse kringen. Keijzer had zich genuanceerder kunnen en moeten uitdrukken.

Tegelijk baren de reacties op het benoemen van dit maatschappelijke probleem me zorgen. In de jaren negentig was het volstrekt taboe om te wijzen op de hoge criminaliteitscijfers onder Turkse en Marokkaanse jongeren, terwijl het voor iedereen die niet in de grachtengordel, maar in een doorsnee probleemwijk woonde, dagelijkse realiteit was. Nu gebeurt hetzelfde met Jodenhaat onder veel islamitische landgenoten: overduidelijk zichtbaar voor iedereen die de islamitische wereld een beetje kent, maar wee degene die het durft te benoemen.

Sommige prominente politici, onder wie de nummer twee van GroenLinks-PvdA Esmah Lahlah, lieten vooral horen dat Keijzer niet zou deugen. Lahlah deelde op X daarbij een citaat van religiewetenschapper Sahar Noor: „De islam is de enige godsdienst die beweert dat de god van de christenen en joden dezelfde is als die van de moslims.” Ook refereerde ze aan de tolerantie van Marokko en Afghanistan in een tijd dat in Europa zes miljoen Joden vermoord werden. Met dat laatste argument, dat deels natuurlijk klopt, wordt alle kritiek op antisemitisme binnen de islam taboe verklaard.

Volgens mij is de functie van een politicus problemen aanpakken zodat mensen met elkaar kunnen samenleven, en niet het wegwuiven van kritiek op misstanden in de eigen groep. Lahlah en Noor negeren bovendien de diverse pogroms die er al bijna 1.500 jaar ook in de islamitische wereld hebben plaatsgevonden. Bijvoorbeeld in Fes (1033, 1276, 1465), en recenter in Hebron, Casablanca en Caïro. Het is niet voor niets dat er een miljoen Joden van Marokkaanse afkomst in Israël leven. Die waren na 1948 hun leven niet meer zeker, terwijl de meesten van hen geen enkele relatie met Israël hadden vóór hun vlucht.

Taboeïsering en dogmatisering zijn van alle tijden, maar hebben de laatste vijf tot tien jaar helaas nogal een vlucht genomen, eerst in de VS en vervolgens in West-Europa. Wie uitlatingen doet die niet passen in het steeds nauwer wordende korset van politieke correctheid, ligt eruit in plaats van getrakteerd te worden op een inhoudelijke, stevige discussie. Terwijl we mensen als Mona Keijzer en eerder Pim Fortuyn, Paul Scheffer en Frits Bolkestein juist keihard nodig hebben bij het aanpakken van serieuze maatschappelijke problemen en misstanden.

Aylin Bilic is headhunter en publicist.

Source: NRC

Previous

Next