Horrorfilm The Substance is een verrassende favoriet op het filmfestival van Cannes. De hoofdpersoon gaat in haar jacht op de eeuwige jeugd tot het uiterste, én eroverheen. De Volkskrant spreekt de makers in Cannes.
Wanneer voelde Demi Moore zich voor het eerst gediscrimineerd vanwege haar leeftijd? De vraag tijdens de persconferentie van de zéér uitgesproken schoonheidsidealenhorrorfilm The Substance zorgt ervoor dat de Amerikaanse actrice (61) er even goed voor gaat zitten. In The Substance speelt ze een actrice wier filmsterrenstatus is uitgedoofd, maar hoe zat het ook alweer met Moore zelf, een van de bekendste gezichten uit het Hollywood van de jaren negentig?
‘Ik weet niet of ik mij ooit buitengesloten heb gevoeld’, zegt ze, halverwege het 77ste filmfestival van Cannes. ‘We leven in een wereld waarin vrouwen moeten voldoen aan een door mannen geïdealiseerd beeld van jeugdige schoonheid. Maar het is aan ons hoe we daarmee omgaan. Ik voel mij geen slachtoffer. Ik zoek de oplossing in mijzelf. Daar gaat The Substance over: stop met zoeken naar erkenning van buitenaf.’
De oplossing van Moore: blijven zoeken naar scenario’s die haar uit haar comfortzone duwen. Naar rollen die haar bij voorkeur angst aanjagen. ‘Als ik iets in mijzelf moet overwinnen, weet ik dat ik mij na afloop een beter mens zal voelen. Beter in staat mezelf te accepteren, vooral. Hopelijk ook een betere acteur.’
Over de auteur
Berend Jan Bockting schrijft voor de Volkskrant over film.
Dat neemt niet weg dat zelfs Moore na haar glorieuze decennium – waarin ze van het romantische spookdrama Ghost (1990) tot actiefilm G.I. Jane (1997) spraakmakende rollen aan elkaar reeg – bij het grote publiek uit het oog verdween. Deels vanwege haar eigen keuze om na G.I. Jane meer tijd te besteden aan de opvoeding van haar drie kinderen. Deels omdat de interessantste rollen simpelweg opdroogden.
Haar personage in The Substance – de film is aangekocht door streamingplatform Mubi en zal voordien ook te zien zijn in de Nederlandse bioscopen – kan erover meepraten. Moore speelt de vergeten filmster Elisabeth Sparkle, die na haar hoogtijdagen in Hollywood naam heeft gemaakt als gewaardeerd instructeur van een fitness-televisieprogramma. Als ze ook daar wordt weggestuurd vanwege haar leeftijd, stuit ze op een louche bedrijf dat een radicale verjongingskuur aanbiedt.
En radicaal is in The Substance écht radicaal: een injectiespuit doet iets met celdeling in haar oude, ongewenste lijf en zorgt voor de geboorte van een tweede, jongere versie van Elisabeth, gespeeld door de 29-jarige Margaret Qualley. De transformatie gaat gepaard met strenge regels: Elisabeth moet exact om de week terugkeren in haar oude lijf, anders krijgt ze, vergeleken met wat kraaienpootjes en cellulitis, te maken met een dramatische nieuw niveau van fysiek ongemak.
Dat loopt uit de hand zoals situaties in films zelden uit de hand lopen. Wat begint als een in sappige cartoonstijl vormgegeven satire op een verwrongen beeld van vrouwelijke schoonheid, resulteert in een verbijsterende afdaling in de hel, waarin een onmogelijk te winnen strijd tegen ouderdom wordt gevoerd.
In de hoofdcompetitie van Cannes, waar de films worden vertoond die kans maken op de prestigieuze Gouden Palm, reserveren de programmeurs graag een plek voor die ene vreemde, gekke, onsmakelijke, prikkelende, brutale genre-overstijgende genrefilm. Nicolas Winding Refn kreeg ’m meermaals, sinds hij hier met zijn hypergestileerde en gewelddadige vluchtautocoureurdrama Drive (2011) de prijs won voor beste regisseur. David Cronenberg keerde hier geregeld terug, met zijn intelligente films over de horror van het menselijk lichaam. Drie jaar geleden ging de Gouden Palm naar de hallucinante wraakfantasie Titane van Julia Ducournau, waarin een moordlustige vrouw onder meer bevalt van een auto. Festivaldirecteur Thierry Frémaux deed er vorige maand tijdens de aankondiging van het programma alles aan om The Substance in dit rijtje grensverleggende genrecinema te scharen. ‘Leg een zeil neer’, adviseerde hij. ‘Er zal veel bloed vloeien.’
Geen verrassing wellicht voor wie bekend is met het vorige werk van de Franse regisseur Coralie Fargeat. Haar speelfilmdebuut Revenge (2017), een extatische en feministische variant op het klassieke verkrachting-en-wraak-pulpgenre, beschreef de recensent van de Volkskrant destijds als een film ‘zo zinnelijk, dat je het bloed aan je eigen handen voelt kleven’.
The Substance is een verrassende favoriet in Cannes. Tijdens en na de persvoorstelling werd luid geklapt en gejoeld. Halverwege het festival krijgt de film de hoogste waardering van een handvol vooraanstaande internationale critici op de dagelijks geüpdatete lijst met competitiefilms in filmtijdschrift Screen. Opmerkelijk, voor een film waar voor aanvang van het festival toch vooral in kringen van horrorliefhebbers naar werd uitgekeken.
Voorzichtige kritiek is er ook, op de persconferentie. In hoeverre maakt Fargeat zich met The Substance schuldig aan precies het vrouwbeeld dat ze bekritiseert? Balanceren de veelvuldige shots waarbij de camera wellustig langs het lijf van Margaret Qualley glijdt niet op het randje van exploitatie? Of moeten ze juist worden gezien als poging de werking van deze beelden te doorgronden?
‘Ik hoop niet dat mijn film het vrouwelijk lijf exploiteert’, zegt Fargeat. ‘Ik wil wél laten zien hoe vrouwen worden gedefinieerd door hun lichaam.’
En het gaandeweg steeds explicietere, uiteindelijk zelfs volslagen groteske geweld? ‘De film is een metafoor voor het geweld dat we onszelf als vrouwen aandoen. Voor het geweld dat vrouwen in onze samenleving wordt aangedaan. Dat geweld is zeer extreem. Het voelde daarom logisch een extreme film te maken.’
Vanaf haar 40ste begon Fargeat (48) vaker na te denken over het heersende beeld van vrouwen van haar leeftijd dat haar vanuit de samenleving wordt opgedrongen. En steeds weer kwam ze terug bij het onbehaaglijke gevoel dat ze langzaam wordt uitgefaseerd. Dat steeds minder mensen naar haar zullen omkijken. Dat het binnenkort klaar is. ‘Ik ben hoogopgeleid, ik ben feminist en tóch is dat beeld van vrouwelijke jeugdigheid mijn hoofd binnen geslopen. Ik zie dat écht als vorm van geweld. Elke vrouw die ik ken heeft ooit wel een eetstoornis gehad of haar lichaam op een andere manier geweld aangedaan om een of ander ideaal te bereiken.’
De droom van de eeuwige jeugd leidt bij Elisabeth Sparkle in ieder geval tot iets monsterlijks. Fargeat haalde onder meer inspiratie uit horrorklassieker The Fly van David Cronenberg, waarin een man langzaam tot vlieg transformeert. ‘Ik hou van genrefilms van makers die er volledig voor gaan. Films met een grote mate van energie en exces. De films van Paul Verhoeven waren in die zin óók een inspiratie.’ Zeker in zijn Amerikaanse films als Robocop, Total Recall en Starship Troopers ging de Nederlander voor een gulzige, exploitatieve verbeelding van geweld, deels bedoeld als reflectie op de Amerikaanse geweldscultuur. ‘Als je je toelegt op het maken van een genrefilm heeft het wat mij betreft geen zin terughoudend te zijn. Dat levert risico’s op. Ik flirt met het groteske. Maar dat móét. Anders bereik je nooit de grens waar je overheen wil gaan.’
Erop en erover gaat The Substance, voor en achter de camera. Moore zat voor de uitbundigste latere scènes soms zes tot acht uur per dag in de make-up, waarna een uur of twee kon worden gefilmd. ‘Dan keek ik in de spiegel en zag ik alleen nog aan mijn ogen dat ik het was’, zegt de actrice. ‘Gelukkig herkende mijn hondje mij altijd direct. Zo hield ik grip op de werkelijkheid.’
David Cronenberg, een van de filmmakers die Coralie Fargeat inspireerde bij het maken van The Substance, presenteert in Cannes zijn deels autobiografische The Shrouds. Daarvoor ging de 81-jarige Canadees terug naar de rouwperiode na de dood van zijn vrouw in 2017, filmeditor Carolyn Zeifman. The Shrouds schetst het leven van een man (Vincent Cassel met cronenbergiaanse grijze kuif) die een technologie ontwikkelt waarmee nabestaanden de ontbinding van hun begraven dierbaren op de voet kunnen volgen. Waar de lichaamshorror van The Substance uitmondt in catharsis, keert The Shrouds naar binnen. ‘Rouw is blijvend’, zei Cronenberg tegen filmvakblad Variety. ‘Ik ervaarde geen loutering tijdens het maken van mijn film.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant