Zakenman Anthony ‘Tony’ O’Reilly werkte zich afgelopen eeuw op tot investeerder van formaat en geldt daarmee als een van de wegbereiders van de opkomende Ierse economie. Zo werd O’Reilly een rolmodel voor de natie, maar ook een schoolvoorbeeld van de fragiliteit van zulk economisch succes.
Voor een groen eiland stelde Ierse boter tot de jaren zestig opmerkelijk weinig voor; het werd hoofdzakelijk gebruikt als ingrediënt voor Britse merken. Daar kwam in 1962 verandering in toen de jonge baas van de Ierse zuivelorganisatie, Tony O’Reilly, het botermerk Kerrygold op de markt bracht, met grazende Ierse koeien op de verpakking. Het initiatief van deze rugbylegende groeide, mede dankzij slimme marketing, uit tot een wereldwijd succes. Voor de Ierse diaspora werd Kerrygold een binding met het geliefde vaderland.
Met Kerrygold zette Sir Anthony O’Reilly, die zaterdag op 88-jarige leeftijd overleed, Ierland op de wereldkaart. De erudiete en charismatische ondernemer was in de tweede helft van de vorige eeuw de belichaming van de nog jonge natie. Met boter, media en andere commerciële activiteiten veroverde de Ier de wereld, maar op Ierland passende tragische wijze kwam zijn rijk ten val na de kredietcrisis van 2008, een financiële crisis die de ‘Keltische Tijger’ (verwijzend naar de snelle Ierse groei in de negentiger jaren) keihard raakte.
Over de auteur
Patrick van IJzendoorn is correspondent Groot-Brittannië en Ierland voor de Volkskrant. Hij woont in Londen.
‘Hij was een pionier die mikte op de internationale zakenwereld’, zo begon de Ierse premier Simon Harris de lofzang op zijn overleden landgenoot, ‘door zijn werk in het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Ierland creëerde hij het spoor dat door vele andere Ierse zakenlieden zou worden gebruikt. Het moderne Ierland ziet zichzelf graag als een eiland in het midden van de wereld – Tony O’Reilly was een van de eerste Ierse ondernemers die daar heilig in geloofde.’
Het eerste internationale succes van deze Dublinse ambtenarenzoon, opgeleid door de jezuïeten, vond plaats op het rugbyveld. Als winger scoorde hij 37 tries tijdens tournees van The British & Irish Lions, een Brits-Iers gelegenheidsteam, op het zuidelijk halfrond. Het is een record dat nog steeds staat en mogelijk nooit meer zal worden verbroken. Het verhaal gaat dat O’Reilly werd gecast voor de hoofdrol in de epische speelfilm Ben Hur, maar dat hij niet kwam opdagen bij de auditie.
Niet Hollywood was zijn bestemming, maar Heinz. Zijn succes met Kerrygold was niet onopgemerkt gebleven bij de ketchupgigant. O’Reilly, die minister van Landbouw had kunnen worden, werd hoofd van de Britse tak en groeide door tot bestuursvoorzitter in Pittsburgh, een topfunctie die hij in 1979 op zich nam. Later presideerde hij er de raad van commissarissen. Een andere mijlpaal, want niet eerder was deze functie bekleed door iemand die niet tot de Heinz-clan behoorde.
Tijdens zijn jaren bij Heinz, waar hij in 1998 vertrok, had O’Reilly nog genoeg tijd voor andere zaken. Begin jaren zeventig kocht hij de Independent News & Media-groep. Ook hier toonde hij zijn internationale ambities. Zo behoorde The Independent tot zijn Britse portefeuille. Investeringen in telecommunicatie, olie- en gaswinning en slimme meters toonden zijn veelzijdigheid als ondernemer. Een flink deel van zijn leven bracht de miljardair door in supersonische Concordes boven de Atlantische Oceaan.
Een bijzondere plek in zijn imperium was weggelegd voor Waterford Wedgwood, een producent van porselein en glaswerk waarvan hij tussen 1995 en 2009 de baas. Met deze onderneming hield hij de naam van het beroemde Britse merk Wedgwood, sinds de 18de eeuw maker van aardewerk en porselein, in leven. Als dank gaf koningin Elizabeth hem in 2001 de eretitel Sir, een predicaat waarmee hij zeer in zijn sas was. Het was voor het eerst dat een Ierse burger deze onderscheiding mocht ontvangen.
Maar diezelfde onderneming zou ook zijn ondergang inluiden. Toen Waterford Wedgwood mede door een verminderde vraag naar luxe serviesgoed in de problemen kwam, stak O’Reilly honderden miljoenen in een vergeefse reddingsoperatie. Het tastte zijn liquiditeit aan en door de kredietcrisis kwam hij vol in de wind te staan. Als een kaartenhuis stortte zijn imperium in elkaar. O’Reilly verloor zijn landhuizen en zijn paardenstallen. Hij werd failliet verklaard op de Bahama’s, zijn toenmalige hoofdverblijf.
Dat hij ondanks zijn faillissement vermogend bleef, was te danken aan zijn tweede vrouw Chryss Goulandris, telg van een Griekse scheepsmagnaat. Na zijn dood loofden de nabestaanden van O’Reilly, onder wie de zes kinderen uit zijn eerste huwelijk met de Australische Susan Cameron, zijn rol in ‘de donkere dagen’ in de Ierse geschiedenis. In het midden van de jaren zeventig, op het dieptepunt van de Troubles, het gewapende conflict in Noord-Ierland, zette hij met een bevriende zakenman de Ireland Funds op.
Door de jaren hebben ze een half miljard euro opgehaald in de Ierse diaspora, geld dat is gebruikt om de Ierse cultuur te stimuleren en voor projecten die moesten bijdragen aan de vrede in het noorden van het Ierse eiland. Op de achtergrond speelde O’Reilly, een vriend van Bill Clinton, een rol bij het vredesproces dat in 1998 leidde tot het Goedevrijdagakkoord. Hij toonde leiderschap, zo zei de Ierse president Michael Higgins, ‘in een tijd waarin Ierland alle contacten en vrienden kon gebruiken die het had’.
3x Anthony Joseph O’Reilly
• O’Reilly was zo succesvol in het Amerikaanse zakenleven dat George Bush Sr. overwoog om hem te benoemen tot minister van Economische Zaken.
• Een belletje met zijn vriend Nelson Mandela was genoeg voor O’Reilly om met zijn mediabedrijf toegang te krijgen tot de Zuid-Afrikaanse markt.
• Het mooiste compliment dat O’Reilly kreeg kwam ooit van Henry Kissinger, die de Ierse wervelwind omschreef als ‘een eigentijdse uomo universale’.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant