Het zou logisch zijn als een PVV-kabinet alles zou doen om de vermogensongelijkheid te verkleinen. Uit berekeningen van het CPB blijkt het tegenovergestelde.
Het is nog niet eens zo heel lang geleden dat Nederlanders met de hoogste inkomens vanaf een bepaald salaris 72 procent belasting moesten betalen. Daarmee was Nederland niet de koploper binnen Europa. De Zweedse schrijver Astrid Lindgren protesteerde in de jaren zeventig fel toen bleek dat ze boven een bepaald inkomen 102 procent belasting moest betalen. Vanaf eind jaren tachtig werden de hoogste belastingtarieven wereldwijd geleidelijk verlaagd. De belasting in de hoogste schijf is in Nederland inmiddels 49,5 procent.
De allerrijksten betalen echter aanmerkelijk minder, heeft het Centraal Planbureau (CPB) nu becijferd. De meest verdienende 0,01 procent van Nederland betaalt gemiddeld 28 procent inkomstenbelasting. Voor de meest verdienende 0,1 procent bedraagt het percentage 30,9 procent. De gemiddelde Nederlander is meer (33 procent) kwijt aan belasting.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
De grootverdieners profiteren vooral van hun bv’s. Hun inkomen bestaat uit winstuitkeringen en daar kunnen ze eindeloos mee spelen om de belasting zo laag mogelijk te krijgen. Een bv kan ook worden gebruikt om fiscaal vriendelijk een huis aan te schaffen.
Het laatste CPB-onderzoek is het zoveelste signaal dat de sterkste schouders in Nederland allang niet meer de zwaarste lasten dragen. Niet bij de inkomstenbelastingen en zeker niet bij de vermogensbelasting.
De afgelopen kabinetten waren kabinetten van huizenbezitters. Het grootste deel van de achterban van de regerende partijen had een eigen huis en dat was terug te zien in het beleid. Huizenbezitters werden fiscaal uiterst vriendelijk behandeld. Door de snelle stijging van de huizenprijzen boekten ze een enorme – onbelaste – vermogensgroei.
De achterban van de PVV heeft vaak geen huis en ook geen al te groot vermogen. De bonanza op de aandelen- en huizenmarkt ging dus grotendeels aan het PVV-electoraat voorbij. Het zou logisch zijn als een kabinet onder leiding van de PVV zijn uiterste best zou doen niet alleen de inkomensongelijkheid, maar vooral de vermogensongelijkheid te verkleinen.
Uit de doorrekening van het hoofdlijnenakkoord van het CPB blijkt het tegenovergestelde. De inkomsten uit de vermogensbelasting liggen vanaf 2028 jaarlijks 1,3 miljard lager, terwijl de inkomsten uit de loonbelasting 4,1 miljard hoger liggen. Het nieuwe kabinet slaagt er niet om de belasting op inkomen te verschuiven naar de belasting op vermogen, wat wel hard nodig is om te voorkomen dat Nederland een rentenierssamenleving wordt.
De bezittende klasse hoeft zich geen zorgen te maken. De hypotheekrente-aftrek blijft ongemoeid. Ook de inkomensongelijkheid blijft net zo hoog. De koopkracht van alle Nederlanders gaat er evenveel – of eigenlijk even weinig – op vooruit. Ook met een kabinet onder leiding van de PVV blijft de tweedeling in de maatschappij, die een belangrijke motor is onder de maatschappelijke onvrede, in stand.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant