Home

Smartphone verbod scholen: meer gezelligheid, minder pestgedrag, maar veel praktische problemen

Meer gezelligheid, minder pestgedrag, maar ook veel praktische problemen. Dat zijn enkele voorzichtige conclusies van het eerste Nederlandse onderzoek naar de effecten van het smartphoneverbod op school. Ook uit het buitenland stromen de resultaten van het verscherpte telefoonbeleid binnen.

‘Mobiele telefoons leiden af en zorgen ervoor dat leerlingen slechter presteren.’ Dit standpunt, waarmee de overheid op 1 januari het ‘mobieltjesverbod’ invoerde, is voor veel ouders en leerkrachten een onwrikbaar feit. Hoe het dringende advies van de overheid echt uitpakte? Daarover verschijnen nu de eerste onderzoeksresultaten van wetenschappers, die dankbaar gebruikmaakten van dit landelijke sociale experiment.

Betutteling of broodnodig? luidt de titel van het eerste Nederlandse onderzoek, dat de Radboud Universiteit Nijmegen vandaag publiceert.

Over de auteur
Frank Rensen is wetenschapsjournalist en schrijft voor de Volkskrant over technologie, van cybersecurity en wetgeving tot games en cryptovaluta. 

Zo’n duizend scholieren hebben vragenlijsten beantwoord, zowel voorafgaand aan de invoering van het mobieltjesverbod als drie maanden erna. Meer dan de helft van de leerlingen zegt na de invoering van een ‘thuis of in de kluis’-telefoonverbod meer te zijn gaan praten met vrienden en klasgenoten. De pauzes zijn volgens 40 procent van de leerlingen ook gezelliger geworden. ‘Toen het beleid er nog niet was, zat iedereen op een schermpje en werd er nauwelijks gepraat’, zegt een leerling in het rapport. Er zijn duidelijk ook leerlingen die daar anders over denken: 37 procent vond de pauzes mét mobieltjes leuker, de rest maakt het niet uit.

21 procent zegt minder afgeleid te zijn tijdens de les. ‘Lager dan ik had verwacht’, zegt onderzoeksleider Loes Pouwels. ‘Een mogelijke verklaring is dat leerlingen hun afleiding nu net zo makkelijk op hun laptop vinden.’ En 21 procent is natuurlijk ook weer niet niks. ‘Het verplicht wegleggen van de telefoon is een relatief kleine maatregel voor docenten en heeft kennelijk een aanzienlijk effect.’

Nadelen

De nadelen die leerlingen ervaren gaan vooral over praktische zaken: geen roosterwijzigingen kunnen checken, minder bereikbaar zijn voor ouders. Een leerling zegt daarover: ‘Ik snap dat de receptioniste het doorgeeft als mijn ouders me hebben gebeld, maar ik vind het veel fijner om dingen zelf van mijn ouders te horen.’

Ook ziet Pouwels dat geïsoleerde of sociaal minder vaardige leerlingen, die zich voorheen konden terugtrekken in hun telefoon, nu nog meer buiten de boot kunnen vallen. Of, in de woorden van een van deze leerlingen: ‘Verplicht socialiseren, daar heb ik geen behoefte aan.’ Opmerkelijk is dat de leerlingen, wanneer ze alle positieve en negatieve effecten bij elkaar optellen, het mobieltjesbeleid op hun school na de invoering ervan een lager cijfer geven dan ervoor.

Noors onderzoek

Pouwels’ onderzoek keek niet naar veranderingen in leerprestaties. Een recente grootschalige Noorse studie wél. Hiervoor werden liefst 477 scholen met leerlingen tussen de 13 en 16 jaar oud onder de loep genomen. Noorwegen kondigde geen nationaal smartphoneverbod op scholen af, maar veel scholen scherpten hun telefoonbeleid de afgelopen jaren zelf aan. De ene school vraagt leerlingen daarbij alleen hun telefoon op stil te zetten, op de andere geldt een totaalverbod.

Volgens het Noorse onderzoek stijgen de rapportcijfers na invoering van een strenger telefoonbeleid maar marginaal – een teleurstelling voor wie het smartphoneverbod ziet als een wondermiddel tegen lage cijfers. Meisjes lijken daarbij wel iets meer baat te hebben dan jongens. Dit komt volgens de onderzoeker doordat meisjes uit de testgroep gemiddeld gezien meer tijd spenderen aan sociale media.

Het aanscherpen van het telefoonbeleid heeft met name sociale en psychologische gevolgen voor leerlingen: zo rapporteerden leerlingen een daling van 40 procent in pestgedrag van leeftijdgenoten, en gingen meisjes na een smartphoneverbod gemiddeld minder vaak naar de psycholoog. Dit effect groeide gestaag in de jaren na de invoering van een mobieltjesverbod.

Waardevol

Rogier Kievit, hoogleraar ontwikkelingspsychologie aan de Radboud Universiteit (niet betrokken bij Pouwels’ onderzoek) is enthousiast over de Noorse studie: ‘Dit grootschalige onderzoek maakt slim gebruik van de ‘natuurlijke experimenten’ met smartphoneverboden die toch al plaatsvinden, en is daarom extra waardevol.’

Wel wijst Kievit erop dat de gevonden resultaten enigszins onzeker zijn: ‘Het is bijvoorbeeld niet met grote zekerheid te zeggen dat die afname in pestgedrag daadwerkelijk komt door een veranderd smartphonebeleid.’ Maar, in een conclusie waarin Pouwels’ oordeel weerklinkt, stelt Kievit: ‘De slotsom is misschien dat smartphones pesten te makkelijk maken. Het verbieden van smartphones is een betrekkelijk makkelijke stap om te zetten tegen online pestgedrag op school.’

Uiteindelijk prijst zowel Pouwels als Kievit de vrijheid van individuele scholen om hun eigen beleid te bepalen. ‘Ons onderzoek laat zien dat goed beleid tegen smartphones een combinatie van duidelijke regels en maatwerk vereist’, zegt Pouwels. Zo vinden sommige leerlingen, die voorheen graag in hun telefoon doken, het leggen van contact met leeftijdgenoten lastig. Het telefoonbeleid moet voor hen hetzelfde zijn, terwijl docenten of mentoren hen helpen aansluiting te vinden.

Leerlingen over het telefoonbeleid op school

‘Het is fijn om geen geluiden te horen in de klas als iemand een appje krijgt.’

‘Ik zit in mijn laatste jaar en wat ik kies om te doen met mijn telefoon is mijn eigen keuze en verantwoordelijkheid.’

‘Je kan geen rare filmpjes maken van anderen en ze daarmee voor de gek houden, dus online pesten wordt minder.’

‘[Een telefoonverbod] zorgt er alleen voor dat leerlingen nog minder begrijpen waarom telefoons slecht voor hen kunnen zijn.’

Bron: Betutteling of broodnodig? van de Radboud Universiteit Nijmegen

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next