Theatergezelschap Ons Ongenoegen heeft de klucht Hoop, Trots en Lef in voorbereiding. Het script is af, nu moeten de rollen worden verdeeld.
Regisseur Geert: ‘Het blijft een prachtig script. In hoofdlijnen. Martin gaat er dezer dagen nog even doorheen, om alle stukken te onderstrepen die eventueel associaties kunnen oproepen.’
Caroline (assistent-regie): ‘Geweldig script, geweldig idee.’
Dilan (productie): ‘Ik heb het aan een collega laten lezen. Die moest huilen. Maar zullen we het over de rolverdeling hebben? Ik ken allerlei superleuke mensen die supergoed kunnen spelen alsof ze verantwoordelijke bestuurders zijn.’
Pieter (vertrouwenspersoon): ‘Ik ga even op de gang in een zakje blazen.’
Caroline: ‘Zoals de boer zei tegen zijn vrouw over het mestoverschot: de hoofddrol.’
Regisseur Geert: ‘Is-ie weg? Mooi. Wat we doen, is dit: steeds als Pieter in zijn rol als Geweten door de rechterdeur af gaat, komt er door de linkerdeur iemand anders op. Een verse hoofdrolspeler als kandidaat-premier. Zodra Pieter terugkeert, moet de rest de ongeschiktheid en incompetentie van die kandidaat verbergen.’
Caroline: ‘Hi-la-risch. John Lanting, maar minder woke. Ah, welkom terug, Piet, gaat-ie?’
Geert: ‘Voor de hoofdrol was Ronald natuurlijk geknipt geweest...’
Caroline: ‘Kut-integriteit ook altijd.’
Dilan: ‘Beter. Komt maar gedoe van.’
Pieter: ‘Heeft-ie patent op. Ook niet als enige, overigens.’
Geert: ‘... en aangezien ik zelf niet mag meedoen van niet nader genoemde mensen...’
Caroline: ‘Belachelijk. Boerenbedrog. Voor jou kopen mensen een kaartje.’
Geert: ‘... lijkt het mij niet krom...’
Caroline: ‘Eerder extreem-recht.’
Geert: ‘... om iemand te kiezen die ik aandraag.’
Mona (assistent-assistent-regie): ‘Ik dacht om eerlijk te zijn aan mezelf.’
Dilan: We denken allemaal aan onszelf, dat is even het punt niet. Maar ik denk verder, en dan denk ik aan een Henk, een Annemarie, een Sophie.’
Pieter: ‘Een Eddy. Een Kim. Een Rosanne. Een Richard. Een Pieter.’
Geert: ‘... iemand die niet links is, niet rechts. Liefst wel rechtdoorzee.’
Pieter: ‘Dan toch Erica Meiland?’
Dilan: ‘Zullen we ondertussen nog wat aan het script werken? Bijvoorbeeld de derde akte, over een van de opgaven van deze tijd: niet-neutrale seksuele voorlichting.’
Pieter: ‘Zo staat het er niet precies, hoor.’
Geert: ‘Hm, niet zo’n zin. Jij doet trouwens het slotlied 130 in de bocht solo, want het ensemble is wegbezuinigd.’
Caroline: ‘Ga wieberen joh, met je derde akker.’
Pieter: ‘Nodigen we nog recensenten uit voor de uitvoering?’
Caroline: ‘Zodat die ons doelbewust kunnen beschadigen?’
Dilan: ‘Alsof er niet overal slecht theater wordt gemaakt, laten ze daar eens over schrijven.’
Geert: ‘Geen tuig. We zitten al bomvol, er kan niemand meer bij.’
Pieter: ‘Er staan nauwelijks stoelen. We kunnen er wat bijzetten.’
Geert: ‘Dat trekt alleen maar nieuwe mensen, die ook niet welkom zijn.’
Caroline: ‘Weet iemand trouwens waarom die kaartjes zo takkeduur zijn?’
Over de auteur
Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant