De oppositie kwam woensdag zoals verwacht met harde kritiek op het hoofdlijnenakkoord van PVV, VVD, NSC en BBB. Toch bleven de ervaren hoofdrolspelers én tegenpolen binnen de nieuwe coalitie, Geert Wilders en Pieter Omtzigt, eenvoudig overeind tijdens hun eerste grote debat in hun nieuwe rol.
Geert Wilders heeft in zijn eentje bijna net zoveel ervaring als fractievoorzitter in de Tweede Kamer als al zijn concurrenten in de oppositie bij elkaar. Met 3,5 jaar op de teller behoort D66’er Rob Jetten, die in het verleden al eens de D66-fractie leidde, tot de ervaren rotten binnen de oppositie. Toch loopt hij bij het begin van het debat meteen in een val van Wilders.
De PVV’er, die al sinds 2004 dit soort debatten voert, heeft duidelijk ingecalculeerd dat hij snel geïnterrumpeerd gaat worden en gebruikt de beperkte tijd om zichzelf ‘een ontzettend trots mens’ te noemen en te wijzen op de ‘overweldigend’ positieve reacties. Alleen ‘zuur links’ sputtert tegen, aldus Wilders. Dan met een blik naar de meteen naar voren gesnelde Jetten: ‘De eerste staat er alweer.’
Over de auteur
Frank Hendrickx is politiek verslaggever en onderzoeksjournalist van de Volkskrant.
Volg alles over de kabinetsformatie hier.
De toon is daarmee gezet. Henri Bontenbal, die negen maanden fractievoorzitter is, merkt bij zijn eerste inbreng gretig op dat zijn CDA niet bij ‘het zuur linkse blok’ hoort. De even onervaren SGP-leider Chris Stoffer doet hetzelfde en betitelt zijn eigen partij als ‘verstandig rechts’. De nieuwe SP-leider Jimmy Dijk zegt tegen Wilders dat hij ook niet van ‘zure mensen’ houdt. ‘Taal is een frontlijn’, zei PVV-Kamervoorzitter Martin Bosma ooit en Wilders brengt die wijsheid woensdag weer in de praktijk. Wie de taal beheerst, domineert het debat.
Wilders wijst zijn critici op de CPB-cijfers die erop wijzen dat ‘iedereen erop vooruitgaat’ en jubelt over de halvering van het eigen risico, de hogere huurtoeslag en de lagere energiebelasting. ‘Ik ben totaal verbaasd dat al die linkse partijen niet zeggen: het is geweldig wat jullie hebben gedaan. Dat ze zo zwartgallig doen over een heel mooi, rooskleurig plaatje, vind ik onbegrijpelijk.’
Het debat maakt weer duidelijk hoeveel vrijheid Wilders de komende tijd zal hebben. Nu hij zelf buiten het kabinet blijft, kan hij vanuit de Kamer in PVV-stijl blijven opereren. Dat blijkt bijvoorbeeld als GL-PvdA-leider Frans Timmermans – ‘een heel slechte verliezer’, aldus Wilders – een opsomming geeft van het beleid dat in zijn ogen ‘asociaal’ is, zoals de 17 duizend extra kinderen die in armoede dreigen te vervallen en de gebrekkige koopkrachtverbetering. Wilders gaat niet in op de inhoud, maar sneert over de stijl van Timmermans. ‘Eén tip: die interruptie is echt veel te lang om bij de mensen te blijven hangen. Ik weet zelf al niet meer waar u mee begon.’
Minstens zo fel komt Wilders uit de hoek als SP-leider Dijk wijst op sociaal-economische beloften die niet zijn nagekomen: geen vroegpensioenregeling voor zware beroepen, geen lagere AOW-leeftijd, geen hoger minimumloon. De PVV'er opent meteen de tegenaanval: ‘Uw partij bestaat 52 jaar en heeft in die 52 jaar nog nooit iets voor elkaar gekregen. Een hele grote nul, niets.’ Volgens Wilders, die zelf ruim een decennium oppositie voerde, wil de SP alleen maar aan de zijkant ‘met vijf zeteltjes in de oppositie, anderen de les lezen’.
Op een ander moment in het debat lijkt Wilders zelf een verklaring te geven voor zijn felle weerwerk. Hij merkt op dat kiezers die ooit misschien SP of PvdA stemden ‘nu vaak bij ons zitten’. Dat die steun weer kan afkalven als de PVV zijn beloften op sociaal-economisch terrein niet waarmaakt, merkte Wilders al toen hij eerder als gedoger fungeerde onder Rutte I. De SP onder leiding van Emile Roemer profiteerde destijds van een harde oppositie tegen de PVV.
Wilders komt woensdag nog amper in de problemen, maar de oppositie blijft wel hameren op de financieel wankele basis van de plannen. Er zijn allerlei bezuinigingen ingeboekt, zoals een lagere afdracht aan de EU, minder uitgaven voor asielbeleid en een grote sanering onder rijksambtenaren, die hoogst onzeker zijn of in het verleden al vaak ondoenlijk bleken. D66’er Jetten spreekt van een ‘gebakken-luchtakkoord’. Volgens Timmermans is de financiële onderbouwing gebaseerd op ‘drijfzand’ en ‘wensdenken’.
VVD-leider Dilan Yesilgöz maakt in haar bijdrage duidelijk dat als de ingeboekte bezuinigingen niet worden waargemaakt ‘plan B’ klaarligt. Het geld moet dan alsnog opgehaald worden bij de ministeries via de kaasschaafmethode. De duurste uitgavenposten, zorg en sociale zekerheid, zullen dan het meest moeten bloeden. Wilders’ ‘rooskleurige plaatje’ dreigt dan alsnog in gevaar te komen.
Pieter Omtzigt uit tijdens het debat ook zo zijn bedenkingen bij de plannen. Hij toont enerzijds begrip voor de grote wens van de PVV om het eigen risico te verlagen, ook al is dat ‘erg duur’. De NSC-leider wijst erop dat veel mensen met weinig geld nu niet dezelfde toegang hebben tot zorg als rijke mensen en ook een veel lagere levensverwachting. Anderzijds vraagt hij zich of er wel genoeg zorgpersoneel is om de voorspelde extra vraag aan te kunnen. ‘Wie gaat het uitvoeren? Waar gaan we de mensen vandaan halen. Dat blijft een grote uitdaging.’
Terwijl de vierde coalitiepartner, BBB-leider Caroline van der Plas, duidelijk nog moet wennen aan het spervuur van vragen die ze voortaan gaat krijgen vanuit de oppositie, blijft ook de ervaren Omtzigt relatief makkelijk overeind. De NSC-leider stelt zich geregeld op als een docent die zijn meer onervaren collega’s in de oppositie nog eens de techniek uitlegt.
Omtzigt blijft daarbij benadrukken dat de verkiezingsuitslag heeft geleid tot ‘een bijzondere samenwerkingsrelatie’ met de PVV, die nu eenmaal veruit de grootste partij van Nederland is geworden. De NSC-leider belooft wel plechtig dat hij zich zal uitspreken als WIlders in zijn ogen over de schreef gaat. Aan de frontlijn van de politieke taal komt Omtzigt met zijn eigen bijdrage: ‘U zult mij niet horen zwijgen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant