Home

Spanje gaat de Palestijnse staat erkennen. Waarom zet het land zich daar zo gepassioneerd voor in?

In reactie op de oorlog in Gaza gaat Spanje, samen met Ierland en Noorwegen, op 28 mei officieel Palestina als staat erkennen. Waarom maakt Spanje zich zo hard voor de Palestijnse zaak?

‘Ik wil dat de Spanjaarden met opgeheven hoofd kunnen zeggen dat ze aan de goede kant van de geschiedenis hebben gestaan.’ Met die grote woorden maakte premier Pedro Sánchez (52) woensdag in het Spaanse Congres de aanstaande erkenning van Palestina bekend. ‘Alleen een tweestatenoplossing’ kan volgens de sociaal-democratische premier tot duurzame vrede leiden, en daarvoor moeten er wel twee staten bestaan.

Sinds het begin van de oorlog in Gaza zet de Spaanse regering zich vol overgave in voor Palestina, veel meer dan de meeste andere lidstaten van de Europese Unie. Al in november haalde Sánchez zich de toorn van Israël op de hals door tijdens een bezoek aan Gaza hard uit te halen naar de manier waarop Israël de oorlog voert. ‘Het willekeurig doden van onschuldige burgers, onder wie duizenden kinderen, is volstrekt onacceptabel.’

Ook zinspeelde de premier al langer op erkenning van de Palestijnse staat, waarvoor hij tijdens een Europese tour in april de steun vroeg van andere regeringsleiders. Dat Spanje nu daadwerkelijk de stap zet, ontlokte woensdag een woedend antwoord van de Israëlische regering, die haar ambassadeur in Madrid terugriep. Een reactie die Sánchez had verwacht en bereid is te trotseren.

Franco, vriend van Arabieren

De aanstaande erkenning is een nieuw hoofdstuk in een lange geschiedenis van Spanje als bondgenoot van de Arabische wereld. Hun verleden is verweven: niemand in Spanje, noch in de Arabische landen, is vergeten dat het Iberisch Schiereiland ooit Al-Andalus heette en geregeerd werd door moslims.

Toch zijn de huidige goede banden met de Arabische wereld in de eerste plaats terug te voeren op een andere periode in de Spaanse geschiedenis: de dictatuur van Franco. Als voormalige vriend van nazi-Duitsland was Franco na de Tweede Wereldoorlog in een isolement geraakt; hoewel Spanje in die oorlog niet had meegevochten, werd Spanje buitengesloten en veroordeeld door de Verenigde Naties.

Om zijn regime van de ondergang te redden, knoopte Franco banden aan met leiders van landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Mede dankzij hun steun werd Spanje in 1955 alsnog toegelaten tot de VN, en kon Franco nog twintig jaar aanblijven als dictator.

Na de invoering van de democratie is het land deze ‘Spaans-Arabische vriendschap’ blijven koesteren. Vanwege de nabijheid van landen als Marokko en Algerije, maar ook de belangrijke handel met het olie- en gasrijke Midden-Oosten.

Geen schuldgevoel Holocaust

Het Franco-verleden is om een tweede reden bepalend voor de huidige steun aan Palestina. Nog meer dan door zijn Arabische vrienden werd de rechtse Franco in het zadel gehouden door de Verenigde Staten, dat ieder land kon gebruiken in de strijd tegen het communisme. Bij een deel van links is de afkeer van de VS en alles wat dat land doet, zoals innig samenwerken met Israël, daardoor diepgeworteld.

In de huidige regering wordt dit deel van links vertegenwoordigd door Sumar (‘Verenigen’), de coalitiepartner van Sánchez’ eigen sociaal-democratische PSOE. In het coalitieakkoord dat de twee partijen eind oktober sloten, bedong Sumar dat de nieuwe regering zich zou inzetten voor de erkenning van Palestina.

De regering wordt daarin bovendien niet gehinderd door een eigen pijnlijke herinnering aan de Holocaust. Anders dan andere landen deelt Spanje ‘die geschiedenis en dat schuldgevoel niet’, zei Josep Borrell, de Spaanse buitenlandchef van de EU, in november in het dagblad El País.

Politiek dier ziet kans schoon

Tot slot ruikt het politieke dier in Sánchez ook een kans. Als premier zet hij zichzelf sinds 2018 graag neer als een belangrijke internationale speler. Qua economische macht blijft Spanje echter achter bij de andere grote lidstaten van de EU, en daarmee ook qua politieke invloed.

Het Palestina-dossier biedt Sánchez de mogelijkheid om alsnog een voortrekkersrol te vervullen. Of zoals hij in april zelf de impact van zijn bemoeienis met het buitenland duidde: ‘Het Spanje van nu stelt zich niet tevreden met slechts de rol van internationale toeschouwer, het is een actor van de eerste orde.’

Source: Volkskrant

Previous

Next