Home

De twee moslims bij de moskee zijn net zo bezorgd als de dominee van de Dorpskerk

Nasir slaat zijn handen voor zijn gezicht en zegt dat hij niet weet welke woorden hij moet gebruiken om zijn afschuw uit te drukken. „Ik maak me grote, grote zorgen.” Hij staat met twee andere mannen te praten voor de moskee naast metrostation Kraaiennest in Amsterdam-Bijlmermeer, vrijdag na het middaggebed. Ze hebben hun gebedsmutsen nog op, hun baarden zijn lang en grijs. Ik vroeg hun wat ze van de plannen vinden van de vier partijen die een regering willen gaan vormen. Of nee, eerst vroeg ik of ze Nederlands spraken. Was het beleefdheid van me? Of gewoon een vooroordeel? „Ja, we spreken Nederlands”, zei Nasir. „We zijn Surinamers.” Hindostaanse Surinamers. Een van de mannen steekt zijn hand op en loopt weg: hij gaat boodschappen doen. Nasir en Ali blijven staan en beginnen over de muren die in Nederland worden opgetrokken, steeds hogere muren, wie kijkt er nog overheen? Wie kent de ander nog? Wie wíl de ander nog kennen?

Twee dagen later, op Pinksterzondag, woon ik ’s morgens de dienst bij in de Dorpskerk van Abcoude, zes kilometer zuidwaarts, en na afloop vraag ik aan de dominee wat híj van de plannen van de vier aankomende regeringspartijen vindt.

De dominee legt een hand tegen zijn borst en zegt dat hij niet weet wat hij zeggen moet. „Ik houd mijn hart vast.” Zijn toga, een witte toga, heeft hij na de dienst uitgetrokken en nu staat hij in zijn overhemd naast de zestiende-eeuwse, met houtsnijwerk versierde kansel. Zijn preek ging over de muren van Jericho, die instortten nadat de Israëlieten er zes dagen lang elke dag omheen hadden gelopen en de zevende dag zeven keer, blazend op ramshoorns. „Vanaf de kansel bedrijf ik geen politiek”, zegt hij. „Maar de goede verstaander zal de boodschap wel gehoord hebben.” Jericho als symbool voor de muren die we om ons hart bouwen. Hij zou willen dat we ze met zachte krachten afbraken.

De Dorpskerk is net gerenoveerd, met de inzet van vele vrijwilligers, en niet alleen gelovigen, ook niet-gelovigen die dit middeleeuwse monument willen bewaren voor hun kindskinderen. Om de heropening te vieren is er een feest en ’s middags beklim ik in een groepje van tien de 56 meter hoge kerktoren. Steile trappen, stof van eeuwen, een luik naar buiten en dan: plassen en rivieren, de Dom van Utrecht, windmolens bij Almere. Iemand zegt dat de zon van Wilders over het land schijnt en lacht er cynisch bij. Ik loop over de richel rond de torenspits naar de andere kant, maar de minaretten van de moskee bij Kraaiennest zie ik niet. De A9 ligt ertussen. Of ze er weleens komt, vraag ik aan de vrouw naast me. „Waar?”, vraagt ze. Ze heeft altijd in Abcoude gewoond. Ze is geboren op een boerderij die moest worden afgebroken voor de A2. En daar, in de Bijlmermeer, zes kilometer noordwaarts, is ze voor het laatst geweest toen er nog koeien graasden.

Source: NRC

Previous

Next