"Toen de auto over het asfalt gleed na de crash, zat ik in mijn hoofd al meteen met het idee ‘shit, is dit het dan voor de kwalificatie?’" Met deze woorden begint Rinus van Kalmthout het gesprek met Motorsport.com vanuit zijn motorhome op de Indianapolis Motor Speedway. VeeKay refereert ermee aan de crash die hij tijdens de Indy 500-kwalificatie in bocht 3 beleefde. "Met de kennis van nu denk ik dat we de auto iets te los hadden afgesteld, iets te weinig downforce. Het voelde helemaal goed en ik kende daarvoor nul momenten, maar toen ik bocht 3 inging was de auto ineens weg. Met hoe de wind stond, was dat misschien net over het randje. Ik zag het totaal niet aankomen, maar ook dat is de Speedway."
Het onderstreept nog maar eens dat Indianapolis onverbiddelijk is, al toont de ommekeer die volgde ook aan dat Indianapolis sprookjesachtige verhalen op kan leveren waar Amerikanen zo van houden: sporters die zich vanuit een geslagen positie terugknokken. VeeKay deed het, al verdient Ed Carpenter Racing er ditmaal ook een pluim voor: "Dat wij in drie uur tijd de auto weer hebben opgebouwd en het vervolgens flikken om door te gaan, dat kan eigenlijk helemaal niet…" Van Kalmthout kijkt daarbij onder meer naar de ongemakken van het doorgaans hoger aangeschreven Andretti. "Kijk naar Marcus Ericsson, die heeft twee jaar geleden de Indy 500 gewonnen en won vorig jaar bijna weer. Hij zit in een Andretti en daarvan zat er gewoon eentje in de Fast Twelve. Hij heeft een ongeluk gehad tijdens de training, ze hebben zijn back-up auto klaargemaakt en vervolgens moest hij knokken voor de laatste rij, dus om überhaupt mee te mogen doen aan de Indy 500. De auto zou na zo’n crash de snelheid niet meer moeten hebben. Als je kijkt naar alle andere mensen die een ongeluk hebben gehad, dan waren ze erg veel snelheid kwijt. "
Dat laatste behoeft enige uitleg en hangt nauw samen met alle voorbereidingen op de Indy 500. Alle teams werken maandenlang om hun materiaal zo snel mogelijk krijgen op de Brickyard, waardoor een reserveauto of zelfs een auto die na een crash opnieuw wordt opgebouwd altijd langzamer is dan het originele exemplaar. "Ik denk dat je altijd wel iets verliest, ja", erkent ook VeeKay. "Het bodywork liep niet helemaal perfect meer in elkaar over en alles zat met helikoptertape aan elkaar. De remmen, uprights, de lagers, al die dingen zijn niet zo extreem uitgelijnd zoals dat normaal wel wordt gedaan. Voor de Indy 500 wordt de auto perfect tot één geheel gemaakt met maandenlang werk. Nu hebben we letterlijk onderdelen van mijn Detroit-auto, dus van mijn road course-auto, gehaald en op de Indy 500-auto gezet."
Rinus VeeKay, Ed Carpenter Racing Chevrolet
Foto door: Josh Tons / Motorsport Images
Nadat het team geweldig werk had verricht - waarover VeeKay opmerkte 'cold beers are on me!' - was het aan de 23-jarige Nederlander om te leveren. Gezien het belang van de Indy 500 is het één van de meest zenuwslopende momenten uit zijn IndyCar-carrière tot dusver geweest. "Zeker, het was spannend. Ik was best gestrest. Het is vooral spannend als je die eerste ronde weer richting bocht 3 gaat, waar het mis is gegaan en waar je nog een zwarte vlek op de muur ziet waar je erin bent geklapt. Maar ja, je gaat toch maar vol gas en je hebt geen andere optie. Normaal zeggen ze altijd: als je van een paard valt, dan moet je zo snel mogelijk weer opstappen. Eigenlijk is dit hetzelfde verhaal. Toen ik in de middag de eerste run na de crash deed en die me P29 opleverde, had ik het zelfvertrouwen weer volledig terug voor de run aan het eind van de dag. Met één goede run kan het zelfvertrouwen gelukkig alweer door het dak gaan."
In de slotminuten wachtte het beslissende moment voor Van Kalmthout: de allerlaatste kans om zich bij de eerste twaalf te nestelen en om door te stoten tot het volgende deel van de kwalificatie, de Fast Twelve. "Maar eerlijk gezegd was mijn doel voorafgaand aan die run om me bij de eerste twintig te kwalificeren", lacht de enkelvoudig racewinnaar in IndyCar. "Toen ik de snelheid van die eerste vliegende ronde eenmaal zag, was ik zelf ook enorm verbaasd." Het vervolg was ook goed, waardoor VeeKay zich tegen alle verwachtingen toch nog van een plekje in de Fast Twelve verzekerde. "De ontlading bij mezelf en bij mijn hele familie was enorm, vooral omdat je jezelf niet op zoiets kunt voorbereiden. Een race-overwinning zie je misschien een beetje aankomen als je de hele race al vooraan rijdt en het gevoel zich gestaag opbouwt, maar dit was alsof iemand uit het niets het lichtknopje aandeed."
Dat licht toonde uiteindelijk P7, de startplek die VeeKay in de Fast Twelve wist veilig te stellen. "Als ik dat ongeluk niet had gehad, dan had er nog wel meer ingezeten", doelt hij op het doorstoten naar de sessie met de snelste zes. "Maar goed, als zevende starten voor de Indy 500 is allesbehalve slecht." Na driemaal een front row en één keer P4 is dit op papier de minste startplek voor Van Kalmthout in The Greatest Spectacle in Racing, maar het verhaal achter de ommekeer maakt deze toch speciaal. "Ik ben hier eigenlijk best trots op. Om na dit alles nog P7 te kwalificeren met de Penske’s die ineens heel dominant naar voren kwamen, is dat toch wel speciaal." Van een geslagen positie in de muur na zijn crash tot P7 op de grid, of zoals Van Kalmthout het geheel zelf afsluitend samenvat: "Ik houd eigenlijk meer van saaie scenario's en hoef het zeker niet nog een keer zo te doen, maar qua verhaal kun je het uiteindelijk niet mooier verzinnen. Het is eigenlijk knettergek wat er die dag allemaal is gebeurd."
De 108ste editie van de Indianapolis 500 begint zondag rond 18.30 uur Nederlandse tijd.
Rinus VeeKay, Ed Carpenter Racing Chevrolet
Foto door: Geoffrey M. Miller / Motorsport Images
Source: Motorsport