Het Internationaal Strafhof slaat een nieuwe weg in door te spreken over vervolging van onder anderen de Israëlische premier en drie Hamas-kopstukken. De kritiek is luid, zéér luid, maar gaat voorbij aan het hoofddoel van het ICC: rechtsschendingen.
Moed kan Karim Khan, hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof (ICC), niet worden ontzegd. Met zijn voornemen drie Hamasleiders en twee leden van de Israëlische regering te vervolgen wegens oorlogsmisdaden en misdrijven tegen de menselijkheid, betreedt hij explosief terrein.
Niet eerder in zijn 22-jarige bestaan heeft het ICC zich zozeer gemengd in een brandend, hoogst actueel en gepolariseerd conflict, een oorlog die wereldwijd ademloos wordt gevolgd en overal protesterende menigten op de been brengt, met alle opwinding van dien.
Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent in Istanbul voor de Volkskrant. Hij schrijft over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden. Voorheen specialiseerde hij zich op de buitenlandredactie in mensenrechten en het Midden-Oosten.
Khan is er niet voor teruggeschrokken. Zijn videoverklaring maandag vanuit Den Haag, met achter zich zijn zeer ernstig kijkende hoofdonderzoekers Andrew Cayley en Brenda Hollis, straalde uit: hier sta ik, ik kan niet anders.
Daarmee is niets te veel gezegd. Het is niet zo dat de hoofdaanklager tamelijk willekeurig heeft besloten zich maar eens te gaan bemoeien met het Midden-Oostenconflict. Zijn initiatief is een onvermijdelijk gevolg van de voor eenieder waarneembare feiten: een ongekende terreuractie van Hamas en de al even ongekende vergelding door Israël.
Dat de Israëlische regering, zacht gezegd, niet blij is met het dreigende arrestatiebevel tegen premier Benjamin Netanyahu en minister van Defensie Yoav Gallant, is logisch. De reacties zijn niet mals. Het verst ging Netanyahu zelf. Khan ‘neemt met zijn opruiende beslissing zijn plaats in onder de grote antisemieten van de moderne tijd’, liet hij weten. ‘Hij staat naast de beruchte Duitse rechters die nazi’s in staat stelden de ergste misdaad uit de geschiedenis te begaan.’
Ook in Jeruzalem worden van dik hout kennelijk planken gezaagd. Vergeleken daarmee klonk de kritiek in diverse met Israël bevriende hoofdsteden zelfs gematigd. De Amerikaanse president Joe Biden noemde de aanvraag van de aanklager ‘schandalig’ en ook diverse Europese regeringsleiders verwoordden hun ongenoegen. De Britse premier Rishi Sunak zei dat de stap van Khan niet bijdraagt aan een gevechtspauze of vrijlating van gijzelaars.
De Europese reacties zijn echter niet eensluidend. Frankrijk sprak zijn steun uit voor het Internationaal Strafhof, ‘zijn onafhankelijkheid en zijn strijd tegen straffeloosheid in alle situaties’. België en Slovenië zeiden iets dergelijks. Nederland, gastland van het hof, bewaart vooralsnog het zwijgen.
De meeste bezwaren komen erop neer dat aanklager Khan met zijn arrestatieverzoek de Hamasterroristen op één lijn zou stellen met de democratisch gekozen leiders van een land dat gebruikmaakt van zijn recht op zelfverdediging.
Die kritiek gaat voorbij aan de hoofdopdracht van het ICC: het toepassen van het internationaal humanitair recht en het vervolgen van schenders ervan. Nergens in de Geneefse conventies staat dat het oorlogsrecht niet geldt voor democratisch gekozen leiders, en een van de beginselen van dat recht – misschien wel het belangrijkste – is juist dat misdaden van de één niet gelden als legitimering van de misdrijven van de ander, ook al is dat de aangevallen partij.
Het Strafhof heeft in het verleden vaak het verwijt van eenzijdigheid gekregen. Critici spraken van een westers tribunaal voor niet-westerse beklaagden. In de eerste vijftien jaar van zijn bestaan vervolgde het hof vrijwel uitsluitend in Afrika gepleegde misdrijven. ‘Het hof moest de hele wereld bestrijken, maar uiteindelijk pakte het alleen Afrika aan’, zei de Rwandese president Paul Kagame in 2018.
Met onderzoeken sindsdien in Oekraïne, Georgië, Myanmar, Venezuela en de Filipijnen heeft het hof dat beeld al flink gecorrigeerd. Het onderzoek omtrent Palestina doet daar nog een schepje bovenop. Voor het eerst komen verdachten uit het westerse kamp in beeld. Niet omdat de aanklager het hoog tijd vond voor een westerse verdachte, maar omdat die onplezierige werkelijkheid zich aandient.
Het aanzien van het ICC zou pas écht zijn aangetast als Khan alleen Hamas had aangepakt en was voorbijgegaan aan de overvloedige aanwijzingen dat Israël zich in Gaza mogelijk schuldig heeft gemaakt aan schendingen van het recht, zoals zelfs Washington heeft vastgesteld. ‘Dat zou een ramp zijn geweest’, zegt Kenneth Roth, hoogleraar aan Princeton en oud-directeur van Human Rights Watch. ‘Dat zou het hof echt hebben ondermijnd.’
De vijandige geluiden uit met name de VS, waar Congresleden dreigen met sancties tegen medewerkers van het ICC en hun families, doen vermoeden dat het hof nog wel even onder vuur zal blijven liggen. De geloofwaardigheid van het instituut hoeft daar niet per se onder te lijden. Integendeel, het zal het imago van het ICC als een instrument van westerse hoogmoed verder ondergraven. En bovendien: de VS zijn niet aangesloten bij het hof. Veel machtsmiddelen hebben de Amerikaanse vijanden niet.
Dat de arrestatiebevelen slechts ‘symbolisch’ zouden zijn, valt met die vijandigheid moeilijk te rijmen. Jazeker, verdachten kunnen niet in absentia worden vervolgd. De keerzijde daarvan is echter dat ze ook niet in absentia kunnen worden vrijgesproken. Tot dat moment zullen Netanyahu, Gallant en de Hamasleiders door het leven gaan als verdachten van misdrijven tegen de menselijkheid.
Video wordt geladen...
Of luister via Spotify of Apple podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Live Midden-Oosten: Palestijnse bewegingen verwelkomen erkenning Palestijnse staat
Israël hapt vol woede naar adem: zijn leiders staan nu in een rijtje samen met gezochte dictators
Source: Volkskrant