Even meende ik dat voor het station van Eindhoven een betoging plaatsvond, het waren slechts reizigers die wachtten tot de regen minder zou worden. Jammer, ik was wel in de stemming voor een betoging.
Daarop verzocht ik een taxichauffeur mij naar het muziekgebouw te brengen.
‘U kunt er beter heen lopen,’ zei hij.
Ik wees hem op de harde regen en mijn zomerse kledij. Een optimist verraadt zich altijd door zijn kleding.
‘U hebt een paraplu,’ zei hij.
Noodgedwongen stapte ik uit. Op weg naar het muziekgebouw werd ik achtervolgd door een hond die ogenschijnlijk geen eigenaar had en die misschien daarom dol was geworden. Dat kwam goed uit, zo was het niet alleen de regen die me aanspoorde te rennen.
Toen ik eindelijk bij het muziekgebouw was bleek de hond toch een eigenaar te hebben. De man sprak me aan met de woorden: ‘Als u even stil blijft staan doet hij niets.’
Vijf minuten later was ik in mijn kleedkamer.
Ik was hier om iets over Kafka te vertellen vanwege een uitvoering van een muziekstuk van de Hongaarse componist Kurtág getiteld Kafka-Fragmente.
Aan het eind van de avond haastte ik me weer naar het station.
Het miezerde nog altijd, maar de loslopende honden van Eindhoven sliepen.
In de trein zat ik naast een ex-machinist die een man tegenover hem vertelde dat zijn laatste rit van Vlissingen naar Bergen op Zoom had gevoerd, maar dat hij vergeten had te stoppen op Kapelle-Biezelinge.
‘Lullig voor de mensen die er in Kapelle-Biezelinge in of uit moesten, maar het was mijn laatste rit en ik had wat vrienden meegenomen,’ zei de man.
Alleen al voor deze ex-machinist was alles de moeite waard geweest. Ik hoopte dat hij meer zou vertellen, maar hij verzonk in het soort gepeins dat een pessimist weemoedig zou noemen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns