Home

‘Ik heb zelf gezien hoeveel nuances in de geschiedenis van Lebensborn zijn te ontdekken’

Fotograaf Angeniet Berkers maakte een boek over naziproject Lebensborn. Dit programma had als doel zo veel mogelijk ‘arische’ kinderen voort te brengen – op welke manier dan ook.

Lebensborn heette de geboortepolitiek die de nazi’s in het Derde Rijk invoerden om Hitlers rassentheorie gestalte te geven. Blond haar, blauwe ogen en een lichte huid bepaalden het ideale uiterlijk van de nieuwe generaties. Strijdvaardig, meedogenloos en superieur moesten zij zijn. Daartoe tuigde SS-leider Heinrich Himmler in 1935 een netwerk van tehuizen op waar tot in 1945 duizenden kinderen van het verondersteld zuivere, arische ras opgroeiden.

Blader door het fotoboek dat de Rotterdamse Angeniet Berkers (38) heeft gemaakt over de Europese kinderen in het Lebensbornprogramma, en je kunt constateren dat het kwaadaardige nazi-ideaal weinig succesvol was: de kinderen van toen, nu rond de 80, ogen zo verscheiden als alle Europeanen.

Dat arische uiterlijk is een van de misvattingen over de kinderen die werden ingelijfd door het geboorteprogram Lebensborn (‘levensbron’), zegt Berkers, die vijf jaar heeft gewerkt aan haar indrukwekkende gelijknamige boek. De idee dat alle betrokken kinderen blond en blauwogig waren, is er een. Een ander: dat de tehuizen waar de veronderstelde ‘superbaby’s’ vaak opgroeiden een soort legbatterijen annex bordelen waren, waar SS’ers als fokstieren Germaanse vrouwen bezwangerden. Fictie uit speelfilms die het zicht op de ware geschiedenis verstoort en misvormt.

Over de auteur
Arno Haijtema is redacteur van de Volkskrant en schrijft onder meer over fotografie en de manier waarop nieuwsfoto’s ons wereldbeeld bepalen.

‘Lebensborn was een antwoord van de nazi’s op de na de Eerste Wereldoorlog sterk gedaalde geboortecijfers’, legt Berkers uit. ‘Met de leuze ‘Geef de Führer een kind’ wilden de nazi’s het aantal geboorten van Germaanse kinderen opkrikken. De nazi’s verboden abortus, werkten anticonceptie tegen en deelden beloningen uit aan moeders die veel kinderen baarden.’ Ze toont de foto van zo’n beloning: een Mutterkreuz, een medaille met een hakenkruis.

De nazi’s deden alles om het vrouwen makkelijk te maken kinderen voort te brengen, ook buitenechtelijke. Hiertoe dienden de tehuizen van Lebensborn: daar konden ze met hun kind verblijven of het eventueel afstaan, waarna het daar werd verzorgd of, wat uiteindelijk meestal gebeurde, werd ondergebracht bij pleegouders.

De levensverhalen van de negen in Berkers’ boek geportretteerde bejaarden weerspiegelen hoe uiteenlopend hun vroege kindertijd verliep. Er was sprake van door Himmler bevolen kidnapping. Zoals van de Sloveense baby Ingrid van negen maanden, kind van partizanen, dat van haar ouders werd gescheiden op grond van arische kenmerken en werd ondergebracht in een Lebensbornhuis in Duitsland. Het is een lot dat ze met honderden ‘arische’ Poolse en Sloveense kinderen deelde.

Kidnapping was de wreedste vorm van de nazistische bevolkingspolitiek; de meeste kinderen werden evenwel, bedoeld of onbedoeld, verwekt door een Duitse militair bij een moeder in bezet gebied. De schaamte voor haar buitenechtelijk kind, destijds doorgaans een taboe, was vaak een belangrijk motief om een baby af te staan. In de tehuizen kregen de kleintjes de best beschikbare verzorging, met voeding die elders in Europa door schaarste meestal niet voorradig was.

Relatief veel foto’s maakte Berkers in Noorwegen, waar tijdens de Duitse bezetting tussen de tien- en twaalfduizend door Duitsers verwekte baby’s zijn geboren. Van hen zijn meer dan de helft, 7.600, in het Lebensbornprogramma opgenomen. Die getalsmatige oververtegenwoordiging van het dunbevolkte land heeft alles te maken met de nazi-idealen: de noordse volkeren voldeden vaker dan gemiddeld aan veronderstelde arische kwaliteiten. In Nederland zijn geen Lebensbornhuizen gesticht. Het als enig geplande Heim Gelderland in Nijmegen is er nooit gekomen.

Er speelden zich dikwijls drama’s af in het leven van de kinderen: verstoting, uitsluiting, opgroeien in onzekerheid over hun herkomst en toekomst. Groeide een jongen bijvoorbeeld gelukkig op in een pleeggezin, werd hij na de oorlog door het Rode Kruis meegenomen en herenigd met zijn hem onbekende grootouders in Polen, wier taal hij niet sprak. Soms kwam een kind er, bladerend in toevallig aangetroffen documenten, achter dat het na de geboorte een andere naam had gekregen dan die het op latere leeftijd droeg. En waar was toch de vader die aan het einde van de oorlog in het niets was verdwenen?

In Noorwegen hadden de kinderen het volgens Berkers vooral na de oorlog zwaar: hen werd aangerekend dat ze een SS’er of Wehrmachtsoldaat als vader hadden. Een van de kinderen van toen die haar verhaal aan Berkers deed, was Gerd. Na zorgeloze vroege kinderjaren in het hoge noorden ging ze naar school, waar ze door een medeleerling werd uitgemaakt voor ‘Duitse hoer’.

Aan haar biologische Duitse vader koesterde Gerd alleen enkele vroege, wellicht deels aan haar verlangende fantasie ontsproten herinneringen, zoals liedjes die hij voor haar zong. De verhouding met haar stiefvader, tijdens de bezetting een verzetsman, was beroerd: hij moest niets van Gerd hebben en dronk te veel. Op haar 14de verliet ze het onveilige ouderlijk huis.

Ze spoorde haar Duitse vader na jaren op, maar kon zich uiteindelijk niet met hem verzoenen. Ze kon hem niet vergeven dat hij geen moeite had gedaan met haar in contact te komen. En dat hij zich verzet had tegen het betalen van alimentatie voor alle jaren dat hij wist van haar bestaan, maar weigerde haar armlastige moeder financieel te ondersteunen.

Het zijn vaak pijnlijke verhalen die Berkers heeft genoteerd, in een beschouwende, verre van emotionele stijl. Ze wilde de sensatie die op de loer lag vermijden en stelde de feiten voorop. ‘Natuurlijk hoorde ik ervaringen waarvan ik dacht: zo, jij hebt het wel voor de kiezen gehad. Maar voor de een is de geschiedenis veel heftiger dan voor de ander. Bij sommigen valt de last uit het verleden mee. Ze hebben het geparkeerd, en zijn pas op onderzoek gegaan na hun pensionering, toen ze er eindelijk tijd voor hadden. Niet vanwege trauma’s, maar uit nieuwsgierigheid. Ik heb alle uithoeken van het Lebensbornverhaal onderzocht, en heb zo zelf gezien hoeveel nuances in deze geschiedenis zijn te ontdekken.’

Van jongs af aan is Berkers geïnteresseerd geweest in hoe de relatie tussen ouders en kind doorklinkt in de rest van een leven. Haar moeder was therapeut (nu met pensioen), zelf volgde ze een opleiding voor sociotherapeut en werkte met veelal jonge mensen met een complex posttraumatisch stresssyndroom (PTSS) door oorlog en geweld. ‘Ik ben altijd op zoek naar persoonlijke verhalen die me raken en wil een connectie met mensen maken. Fotografie is daartoe een prachtig middel. Ik doe als fotograaf hetzelfde als wat ik als therapeut deed, op een iets andere manier.’

Dat ze fotograaf wilde worden, wist ze al jong. Gefascineerd keek ze hoe haar vader, een amateurfotograaf, afdrukken maakte in de donkere kamer. Dat wilde zij ook. Omdat ze zich, later, wilde verzekeren van een inkomen, koos ze eerst voor een sociaalpedagogische opleiding, en werkte in de hulpverlening. Maar uiteindelijk klonk de roep van de financieel vaak ongewisse fotografie te sterk.

Haar eerste grote fotoreportage, het afstudeerproject op de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, kreeg vorm in Canada. Ze stuitte op een bericht over een dorp van First Nations (de inheemse bewoners) waar in korte tijd elf zelfmoordpogingen hadden plaatsgevonden, sommige door kinderen van pas 11 en 13 jaar oud, en besloot af te reizen naar de afgelegen plaats. Daar werkte ze intensief samen met twee schoolklassen en ontrafelde al doende hoe ontworteling van de inheemse Cree, maatschappelijke achterstelling, armoede, beroerde huisvesting, verveling, drugsmisbruik en uitzichtloosheid een stempel drukken op de bevolking. ‘Ook hier gold: ik wilde niet alleen de duistere kant laten zien, maar ook de trots en dromen van de jongeren.’

Ook haar boek Lebensborn weerspiegelt het streven om met warme portretten een waarachtig beeld te schetsen van de mensen die ze ontmoet, die niet alleen maar tegenslagen kenden en zich ondanks alles hebben ontwikkeld tot krachtige persoonlijkheden. ‘Ik fotografeerde de personen in hun eigen omgeving, met natuurlijk licht, zodat het echt voelt als een ontmoeting met hen.’

Groot is het contrast met de kille, vaak klinisch geregistreerde voorwerpen en de abjecte archiefdocumenten waaraan de racistische ideologie kleeft. Apparatuur voor schedelmetingen. De brochures waarin raskenmerken worden uitgevent. Propagandamateriaal waarin racisme simplistisch wordt genormaliseerd aan de hand van het tekeningetje van een man die de bijl zet in een minder fraai uitbottende scheut om een bos met fier recht omhoog groeiende bomen zuiver te houden. Zo moesten in Hitlers Duizendjarig Rijk de ‘zwakken’ met wortel en tak worden uitgeroeid.

Berkers fotografeerde voorwerpen die je de rillingen over de rug doen lopen en die haar zelf na het maken van de opname misselijk maakten. Een buisje voor bloedafname ten behoeve van Lebensbornonderzoek, met op het label: Rasse: arisch-germanisch. Een SS-dolk met op het lemmet de tekst Meine Ehre heisst Treue. Het vervaarlijke wapen werd bij doopgelegenheden in Lebensborntehuizen boven de baby gezwaaid, terwijl de ceremoniemeester sprak: ‘Hiermee neem ik jou op in de bescherming van onze gemeenschap en noem je (...), draag deze naam met eer.’

Op het omslag staat een teddybeer afgebeeld, afkomstig uit een Lebensborntehuis. Hoe vaak hebben, vraag je je af, peuters in hun eenzaamheid troost gevonden bij dat pluchen diertje? Om het voorwerp te fotograferen, reisde Berkers naar Washington D.C., waar het wordt bewaard in het Holocaustmuseum. Zoals alle andere voorwerpen plaatste ze het tegen een zwarte achtergrond, geïsoleerd, alsof ze uit de duistere geschiedenis tevoorschijn komen.

Zwaarmoedig zijn de foto’s uit Noorwegen en Duitsland, van de oude bomen in de omgeving van de tehuizen. ‘De natuur heeft toegekeken en niets gedaan’, constateert Berkers, refererend aan Armando’s notie van ‘schuldig landschap’. Daarnaast doen de bomen, waarvan een zekere dreiging uitgaat, ook denken aan het vette runeteken dat Lebensborn als logo tooide. Op de cover staat het symbool brutaal over de foto van de teddybeer afgedrukt.

De nog overeind staande Lebensbornhuizen hebben nieuwe functies gekregen: een hotel of kindertehuis. ‘Ze zijn gemoderniseerd, waardoor de oorspronkelijke sfeer is verdwenen’, zegt Berkers. ‘Jammer voor mij als fotograaf, maar het is ook goed: voor de kinderen met beperkingen die onder de nazi’s niet mochten bestaan, wordt daar nu wél gezorgd.’

Er was echter ook een tehuis, in het Noorse Hurdalsverk, waar de beladen geschiedenis bijna tot leven kwam. Berkers zet de verbeelding aan het werk door de gangen en trappenhuizen met de camera op ooghoogte van kleuters te fotograferen. Ze kreeg van een beheerder archiefbeelden onder ogen van een slaapzaal met kinderbedjes. En werd door hem naar een in onbruik geraakte etage geleid, waar hij een deur ontgrendelde. Een rommelkamer met oud meubilair en twee gestapelde ledikantjes. Onmiskenbaar bedjes uit de Lebensbornperiode. ‘Op dat moment werd het verleden tastbaar’, zegt Berkers.

Toen zij in 2019 aan het Lebensbornproject begon, voelde het alsof ze zich op een onderwerp van vooral historisch belang stortte. Een onderwerp dat, zeker met gebruikmaking van fotografie, deels onontgonnen was in de geschiedschrijving. Maar intussen heeft het na de grootschalige inval van Rusland in Oekraïne in februari 2022, met de ontvoering van duizenden kinderen, een actuele lading gekregen. Oekraïense kinderen zijn massaal gekidnapt om bij pleegouders tot ‘echte Russen’ te worden opgevoed. ‘Ik heb dat gegeven bewust niet opgenomen in mijn boek’, zegt Berkers, ‘omdat ik wilde dat dit alleen zou gaan over Lebensborn. Maar dat het verleden waarvan ik dacht dat het historisch was zich nu herhaalt, is wel heel akelig.’

Angeniet Berkers: Lebensborn. Birth Politics in the Third Reich (Engelstalig). The Eriskay Connection; 272 pagina’s; € 40.

CV Angeniet Berkers

1985 Geboren in Nijmegen

2006-2009 Opleiding sociaal werk

2012-2017 Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten, Den Haag (parttime opleiding)

2007- 2022 Werkt als sociotherapeut bij onder meer Centrum’45.

Berkers publiceerde onder meer in Trouw Algemeen Dagblad, De Groene Amsterdammer, de Volkskrant en Checkpoint Magazine.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next