Home

Allerrijksten betalen relatief minder belasting: oppotten van winst is structureel verschijnsel

De 0,1 procent hoogste inkomens betaalt relatief minder belasting dan de overige inkomensgroepen. Dat komt door winsten die niet worden uitgekeerd maar in het bedrijf worden gehouden, zodat de fiscus er niet bij kan.

Dat meldt het Centraal Planbureau (CPB) in zijn woensdag gepubliceerde onderzoek Inkomens en belastingen aan de top. Twee jaar geleden stelde het onderzoeksinstituut, naar aanleiding van het maatschappelijke debat over ongelijkheid, al eens vast dat de allerrijksten relatief gezien minder kwijt waren aan belasting dan de rest van de huishoudens in Nederland. Die conclusie was indertijd gebaseerd op het jaar 2016. Om uit te sluiten dat het om een eenmalige uitschieter ging, is op verzoek van de ministeries van Financiën en Sociale Zaken nu een langere periode (2011-2019) in kaart gebracht.

Uit de nieuwe studie blijkt volgens CPB-onderzoeker Arjan Lejour dat het oppotten van winsten in de bv geen incident is, maar een structureel verschijnsel. De top 0,01 procent (zo’n 1.400 mensen) keerde het afgelopen decennium slechts 14 procent van de winst uit. Bij de top 1 procent van de inkomengroepen was dat 21 procent.

Over de auteur
Wilco Dekker is economieredacteur voor de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over grote bedrijven, ongelijkheid en lobby.

Het niet uitkeren van winsten kan bedrijfseconomische redenen hebben, zoals het reserveren van geld voor het doen van investeringen. Maar volgens de onderzoekers lijkt het er op dat veel meer winst wordt opgepot dan noodzakelijk, zodat er geen inkomstenbelasting over betaald hoeft te worden. ‘Dat zag je onder meer in 2014, toen een eenmalige verlaging van het belastingtarief leidde tot veel hogere winstuitkeringen’, zegt onderzoeker Lejour. ‘Zulke uitkeringen kunnen met behulp van adviseurs tientallen jaren uitgesteld worden.’

Fiscaal voordeel

Met dank aan de ingehouden winsten was de belastingdruk voor de allerrijksten het afgelopen decennium lager dan voor de rest van de huishoudens. De rijkste 0,01 procent was ongeveer 28 procent van het inkomen kwijt aan de fiscus. Voor de hoogste 0,1 procent was dat 30,9 procent, terwijl het gros van de huishoudens 33,1 procent moest overmaken. Het fiscale voordeel geldt alleen voor de absolute top, de 0,1 en 0,01 procent. Bij de rijkste 1 procent (zo’n 140 duizend mensen) was de belastingdruk met bijna 35 procent wel iets hoger dan bij ‘gewone’ huishoudens.

Omdat de winsten stegen, liepen volgens het CPB ook de topinkomens het afgelopen decennium snel op. Bij de 0,01 procent was de stijging 70 procent, waarmee hun doorsnee reële inkomen uitkwam op 8,3 miljoen euro. Bij de hoogste 1 procent was dat 325 duizend euro, na een stijging van 24 procent. De laagste 90 procent kreeg er in dezelfde periode 5 procent bij. Het modale inkomen was 35 duizend euro in 2019.

Lastenverzwaring teruggedraaid

De scheve verhoudingen zouden wat rechtgetrokken kunnen worden door maatregelen die het uitstellen van het uitkeren van winsten fiscaal minder aantrekkelijk te maken, waardoor de allerhoogste inkomens meer belasting gaan betalen. Maar of zulke maatregelen er ook komen, valt te bezien.

In het hoofdlijnenakkoord van het radicaal-rechtse kabinet wordt een aantal lastenverzwaringen voor ondernemers juist teruggedraaid, zoals het verder verhogen komend jaar van het tarief in Box 2 van 31 naar 33 procent. Ook een verlaging van de winstvrijstelling voor het midden- en kleinbedrijf is wat het nieuwe kabinet betreft van de baan.

CPB-onderzoeker Arjan Lejour laat zich niet uit over deze maatregelen. ‘Wij hebben nu vastgesteld dat de meeste winst in de bedrijven blijft zitten, waardoor de hoogste inkomens relatief minder belasting betalen. Wat er met ons onderzoek gebeurt, is aan de politiek.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next