Het recht moet zijn loop hebben, ook als er democratisch gekozen politici, zoals de Israëlische premier Netanyahu, onder vuur liggen. Als het Internationaal Strafhof serieus genomen wil worden, moet het optreden tegen oorlogsmisdaden, ongeacht wie ze pleegt.
Met zijn verzoek om een arrestatiebevel tegen de Israëlische premier Benyamin Netanyahu heeft de hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof een historische stap gezet. Voor de eerste keer wordt zo’n verzoek uitgevaardigd tegen een westerse politicus. Daarmee geeft hoofdaanklager Karim Khan een belangrijk signaal af: het internationaal recht geldt voor iedereen, niet alleen voor internationale paria’s als de Libische dictator Khadaffi, maar ook voor bondgenoten van de Verenigde Staten.
Oorlogsmisdaden zijn oorlogsmisdaden, wie ze ook pleegt. Hetzelfde geldt voor de misdaden tegen de menselijkheid waarvan Netanyahu en de Israëlische minister van Defensie Yoav Gallant worden beschuldigd. Politiek ligt de vervolging zeer gevoelig, maar het recht moet zijn onafhankelijke loop hebben.
In Israël is grote woede ontstaan over het feit dat Netanyahu en Gallant tegelijk worden beschuldigd met drie Hamas-leiders. Democratisch gekozen politici worden op één lijn gesteld met de leiders van een terreurorganisatie, zo is het verwijt. Die woede is begrijpelijk, gezien de gruwelijke Hamas-aanval van 7 oktober, maar niet terecht.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Ten eerste staan de twee zaken los van elkaar. Ten tweede zijn de redenen voor het conflict niet relevant voor de aanklachten, zoals adviseurs van Khan in de Financial Times betoogden. Onrecht dat het Palestijnse volk is aangedaan is geen rechtvaardiging voor het genocidale geweld van 7 oktober, toen mensen werden verkracht, vermoord en ontvoerd omdat zij Joden waren. Het Israëlische recht op zelfverdediging is geen rechtvaardiging voor de collectieve bestraffing van de Gazaanse burgerbevolking. Strijdende partijen moeten zich aan het internationaal recht houden. Schade voor burgers moet in proportie staan tot de oorlogsdoelen.
Hoofdaanklager Karim Khan neemt aanzienlijke risico’s met zijn verzoek tot arrestatie van Netanyahu en Gallant. De kans is klein dat zij ooit voor de rechter zullen verschijnen, zoals ook de aangeklaagde Russische president Vladimir Poetin nooit in Den Haag is verschenen. Daardoor kan het Hof een machteloze indruk maken. Daarnaast riskeert het Hof de woede van de Verenigde Staten, Israëls belangrijkste bondgenoot. Republikeinen hebben al gepleit voor sancties tegen het Hof en zijn rechters, een reëel scenario als Donald Trump de verkiezingen wint.
Maar in het licht van de mondiale verontwaardiging over het Israëlische optreden in de Gazastrook had Khan weinig keus. Als het Hof de internationale rechtsorde wil hooghouden, moet het optreden tegen oorlogsmisdaden, wie ze ook pleegt. Het Hof zou zijn legitimiteit in de wereld verspelen als het Israël niet zou aanpakken. Dat zou een oud verwijt versterken: de zogeheten rules based order die het Westen zegt te verdedigen, geldt alleen voor tegenstanders van het Westen, niet voor het Westen en zijn bondgenoten zelf.
De rechters van het Hof moeten het arrestatiebevel nog bekrachtigen, maar hoe dan ook is het zeer de vraag of Netanyahu en de anderen ooit in het beklaagdenbankje zullen zitten. In een wereld van macht is het recht moeilijk af te dwingen. Toch is het optreden van het Hof een belangrijke bevestiging van de gedachte dat sommige wetten universeel behoren te zijn: ook in oorlog moeten de strijdende partijen ervoor zorgen dat burgers zo veel mogelijk gespaard blijven.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant