Het hoofdlijnenakkoord van PVV, VVD, NSC en BBB leidt tot een ‘verbetering’ van de overheidsfinanciën en een minimale koopkrachtstijging. Maar het precieze effect van de maatregelen blijft uiterst onzeker en is omgeven door ‘juridische risico’s’.
Dat blijkt uit een doorrekening van het Centraal Planbureau (CPB), die in aanloop naar het Kamerdebat over het akkoord is gepubliceerd. Kamerleden Pieter Grinwis (ChristenUnie) en Hans Vijlbrief (D66) hadden daar vorige week om gevraagd. Vijlbrief, naast Kamerlid nog demissionair staatssecretaris van Mijnbouw, noemde de financiële onderbouwing van het akkoord ‘rommelig’; Grinwis sprak van een ‘wankel fundament’.
Maar het Planbureau bevestigt dat beeld niet. Het CPB ziet de overheidsuitgaven dalen ten opzichte van de situatie bij ongewijzigd beleid. Dat komt doordat er flink wordt bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking, klimaat en milieu, onderwijs en openbaar bestuur zoals ambtenaren. Doordat daartegenover wel investeringen worden gedaan in onder meer de zorg en defensie, verandert de situatie niet al te veel.
De cijfers komen wel met een grote disclaimer, benadrukt het CPB. Het planbureau heeft namelijk veel ‘aannamen’ moeten doen, omdat informatie over de uitwerking van maatregelen ontbreekt. Als een kabinet kiest voor een andere uitwerking dan wordt aangenomen door het CPB, kunnen de cijfers verschillen. De kans daarop is groot, omdat de partijen benadrukten dat het kabinet straks veel ruimte krijgt om knopen door te hakken.
Over de auteur
Hessel von Piekartz is politiek verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over de volksgezondheid, pensioenen en sociale zekerheid.
Lees hier alles over de kabinetsformatie.
Een andere manke is dat het CPB zeer beperkt heeft gekeken naar de juridische houdbaarheid van de plannen, terwijl daarop juist veel problemen kunnen ontstaan. Een bezuiniging van 0,7 miljard op onder meer het COA en de Immigratie- en Naturalisatiedienst is daarom ‘met grote onzekerheid omgeven’, omdat de maatregelen gepaard kunnen gaan met ‘juridische risico’s’, aldus het Planbureau.
Een belangrijke indicatie voor de verbeterde overheidsfinanciën is dat het begrotingstekort onder de Europese norm van 3 procent blijft. Volgens het CPB, dat voor de berekening keek naar een kabinetsperiode van vier jaar, komt het tekort op de begroting in 2028 uit op 2,7 procent van de totale omvang van de economie. Bij ongewijzigd beleid zou dat oplopen tot 3,3 procent. Het CPB benadrukt dat de grens voor tussenliggende jaren wel wordt overschreden, in 2026 is het tekort 3,3 procent.
Ook voor de portemonnee van burgers ziet het hoofdlijnenakkoord er voorzichtig positief uit, al is er slechts sprake van een minimale plus. Als maatregelen zoals aanpassing van de inkomstenbelasting daadwerkelijk worden doorgevoerd, stijgt de koopkracht jaarlijks gemiddeld met 0,2 procent ten opzichte van ongewijzigd beleid. In totaal komt de koopkrachtstijging daarmee op 0,8 procent per jaar.
Lang niet alle maatregelen die daarvoor bedoeld leken, hebben effect op de koopkracht. Zo pakt de halvering van het eigen risico in de zorg volgens het CPB ‘neutraal’ uit voor de koopkracht, doordat dit leidt tot een hogere zorgpremie en zorgtoeslag. Over het precieze effect op de stijging van de zorgvraag is dan weer veel onzekerheid.
Het CPB voorziet ook een daling van de armoede met 0,7 procent in de komende vier jaar ten opzichte van de situatie bij ongewijzigd beleid. Met name de verlaging van de inkomstenbelasting, die automatisch doorwerkt in een hogere AOW- en bijstandsuitkering, draagt daaraan bij. Het is overigens niet genoeg om de armoede ook daadwerkelijk te laten dalen. Het percentage mensen in armoede blijft op ongeveer 4,7 procent hangen, dat is ongeveer hetzelfde als nu het geval is.
Er staan ook maatregelen in het akkoord die het CPB bij voorbaat onhaalbaar acht. Zo zet het Planbureau een gedeeltelijke streep door de bezuiniging van 1,6 miljard euro op de EU-afdracht, omdat die niet ‘unilateraal afdwingbaar’ is. Ook het terugbrengen van het aantal rijksambtenaren met 22 procent acht het CPB ‘niet plausibel’.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant