Ivan Boesky was de ster onder de Wall Street-handelaren in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Hij haalde de omslag van Time Magazine als ‘Ivan de Verschrikkelijke’ en stond model voor het karakter Gordon Gekko in Oliver Stones klassieker Wall Street.
Ongebreidelde hebzucht was geen ondeugd. Het was een deugd. Dat vond Ivan Boesky, de Wall Street-tycoon en bekendste witteboordencrimineel uit de jaren tachtig van de vorige eeuw. Tijdens een lezing voor de universiteit van Californië in Berkeley, zei hij in 1986: ‘Ik denk dat hebzucht gezond is. Je kunt hebzuchtig zijn en toch een goed gevoel over jezelf hebben.’
Wie met 100 miljoen op de bank baadde in luxe en dat geld over de balk gooide, moest zijn best doen daar 200 miljoen van te maken. De studenten van de nieuwe yuppie-generatie hingen aan zijn lippen.
Hier was hij de geniale handelaar die fusies en overnames van op Wall Street genoteerde bedrijven kon voorzien en door daarop te speculeren honderden miljoenen verdiende. Maar nog eind 1986 kwam de aap uit de mouw. Boesky had voor veel geld illegaal verkregen voorinformatie kunnen gebruiken. Hele koffers met contant geld overhandigde hij aan informanten die deze fusies en overnames op touw zetten.
Filmregisseur Oliver Stone, onder meer bekend van Platoon, besloot in 1987 de film Wall Street te maken, deels geïnspireerd op het karakter van Boesky. Michael Douglas speelde de rol van Gordon Gekko die tijdens een aandeelhoudersvergadering de legendarische woorden Greed is good (hebzucht is goed) uitsprak. En die tegen de jonge handelaar Bud Fox - gespeeld door Charlie Sheen - zei dat het er niet om ging eerste klasse te vliegen, maar een eigen privéjet te hebben.
De film was bedoeld als een aanklacht tegen de deregulering van de aandelenhandel onder toenmalig president Ronald Reagan die ertoe leidde dat types als Boesky op slinkse wijze honderden miljoenen konden verdienen. Maar de jonge generatie sloot Gekko als held in de armen. De bekende serie Empires of New York die onlangs nog te zien was in Nederland, toonde Boesky naast onder meer Donald Trump als een van de vijf iconen van de Big Apple en hun komeetachtige opkomst in de jaren tachtig.
Klassiek was het beeld van de rijzige Boesky als een op geld beluste monomaan voor een reeks van computerschermen met grafieken en getallen en met drie telefoonlijnen in zijn handen. Even klassiek zou de foto worden van zijn gang naar de rechter in 1986 in een menigte van belangstellenden en journalisten.
Boesky werd geboren in Detroit, de stad van de auto’s en platenlabel Tamla Motown. Zijn ouders hadden er een aantal restaurants. Op zijn 13de, zo vertelde hij later, kocht hij een bestelwagen en ging zonder rijbewijs of vergunning op de hoek van de straten ijsco’s verkopen. Hij besloot naar de universiteit te gaan en rechten te studeren. In 1965 studeerde hij af. Drie jaar eerder was hij getrouwd met Seema Silberstein, de rijke dochter van een vastgoedmagnaat die onder meer eigenaar was van The Beverly Hills hotel in Los Angeles.
Vervolgens verhuisde hij naar New York waar hij voor verschillende effectenmakelaars zoals Rothschild en Edwards & Hanly werkte. Met geld van zijn echtgenote kon hij in 1975 een eigen commissionairsbedrijf I. Boesky & Co. beginnen. In de jaren tachtig nam de aandelenhandel en die van afgeleide producten een grote vlucht. Boesky kocht vooral aandelen in bedrijven die in zijn ogen een overnameprooi waren omdat ze op de beurs onder de eigenlijke waarde noteerden. Hij verdiende 150 miljoen dollar met enorme posities in fondsen als de televisiezender CBS en Gulf Oil. In 1985 schreef hij het boek Merger Mania (Fusiegekte) dat een onverbiddelijke bestseller werd. Hij noemde zichzelf arbitrageur die geld inzette op bedrijfsovernames en fusies. In 1986 kwam uit dat hij zich baseerde op voorkennis van twee informanten die als zakenbankiers actief waren. Een daarvan was Dennis Levine. Met zijn geheime informatie kocht Boesky aandelen voor zowel Levine als zichzelf.
In die tijd werd misbruik van voorwetenschap in de VS nog nauwelijks vervolgd. Rudolph Giuliani, de latere burgemeester van New York en vertrouweling van Donald Trump, wilde daar verandering in brengen. Als aanklager, officier van justitie, bracht hij Boesky voor het gerecht. In ruil voor strafvermindering deed Boesky een boekje open over de illegale activiteiten van veel van zijn kompanen, onder wie handelaren van zakenbank Drexel Burnham Lambert. Zo kon de junkbond-koning van die bank Michael Milken worden gearresteerd, die leningen tegen torenhoge rentes mogelijk maakte voor superovernames. Drexel Burnham Lambert ging door het schandaal ten onder. Boesky zelf werd op 14 november 1986 die in de annalen van New York is bijgeschreven als Boesky Day, veroordeeld tot drie jaar cel en een boete van 100 miljoen dollar - toen de hoogste boete in de Amerikaanse geschiedenis. Hij zou maar 19 maanden van zijn straf uitzitten.
Op Wall Street zou Boesky na zijn vrijlating niet meer terugkeren. Hij verhuisde naar Californië, waar hij dankzij zijn vroegere verdiensten een rijkeluisleven kon leiden. De scheiding van zijn vrouw, met wie hij vier kinderen had, kostte hem in 1991 liefst 20 miljoen dollar, een jaarlijkse alimentatie van 180 duizend dollar en een optrekje van 2,5 miljoen. Vlak daarna hertrouwde hij en kreeg nog een zoon. Hij zocht de publiciteit niet op. Hij was van joodse afkomst en ging de Talmoed bestuderen. Hij poogde zelfs rabbi te worden. Hij ondersteunde daklozen, maar woonde zelf in een grandioze villa met uitzicht op zee in La Jolla, vlakbij San Diego. Hier overleed hij op Tweede Pinksterdag.
Boesky zag werk als een ziekte waartegen hij machteloos stond. Hij werkte twintig uur per dag en deed zelfs zijn zaken in de tandartsstoel. ‘Ik kan de machine niet stilzetten. Ik weet niet hoe ik niet moet werken. Ik weet niet hoe ik moet uitrusten.’
In 1986 stond Boesky op de omslag van Time Magazine met de slogan Ivan The Terrible (Ivan de Verschrikkelijke). Hij was op dat moment de best verdienende effectenmakelaar op Wall Street met een jaarinkomen van bijna 300 miljoen dollar - nu bijna een miljard.
Regisseur Oliver Stone maakte de film Wall Street als eerbetoon aan zijn vader die ook in de aandelenhandel werkzaam was. Hij baseerde het karakter van Gordon Gekko, deels op Boesky, maar ook op raider Carl Icahn en de onbekende kunstverzamelaar Asher Edelman
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant