De Britse band Pulp bracht sinds 2001 geen nieuwe muziek uit, maar komt op 24 mei weer naar Nederland. Wat gebeurde er in de tussentijd met de band die halverwege de jaren negentig nog een van de grootste britpopbeloftes leek?
Het mooiste en misschien ook belangrijkste moment in de britpopgeschiedenis van de jaren negentig vond plaats op het hoofdpodium van het Glastonbury Festival, op zaterdag 24 juni 1995. Pulp uit Sheffield was in allerijl opgetrommeld om de plaats in te nemen van een door blessures geplaagd The Stone Roses. De band van Jarvis Cocker is niet de eerste keus. Blur, Primal Scream en Rod Stewart worden eerst benaderd maar bedanken. Pulp is dan nog lang niet zo bekend, maar heeft in mei een single uitgebracht: Common People. Die doet het erg goed.
In het liedje beschrijft Jarvis Cocker een Griekse studente van rijke komaf die graag wil ondervinden hoe het is onder ‘gewone mensen’ te leven. Het nummer dreigt een grote hit te worden. Het Britse publiek heeft weer een liedje waarin alles zit wat hun popcultuur – van The Beatles tot The Smiths – groot heeft gemaakt: een pakkende melodie en een tekst over het Britse leven en de klassenmaatschappij.
Wat Common People zo goed maakt, is dat het een even euforisch als boos nummer is. Cocker zet de studente eerst een beetje spottend neer. Haar wens om met gewone mensen zoals hij te slapen, beantwoordt hij met ‘I’ll see what I can do’. Na een paar coupletten wordt hij steeds bozer. Arm zijn is niet cool, zingt Cocker, die het als kind in Sheffield niet breed had.
Over de auteur
Gijsbert Kamer schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en en jazz.
Na bijna vijftien jaar lijkt Pulp het te gaan maken voor een groot publiek. Op Glastonbury geeft de band het concert van zijn leven, en sluit voor tienduizenden steeds enthousiaster wordende festivalgangers af met Common People. Vanaf de eerste regel ‘She came from Greece, she had a thirst for knowledge’ wordt het nummer massaal meegezongen, alsof het niet pas een maandje uit is. Het krijgt dezelfde bijval als in latere jaren ook anthems als Don’t Look Back in Anger of Wonderwall van Oasis ten deel valt.
In augustus van datzelfde jaar voeren de bands Blur en Oasis hun door de media opgeklopte gevecht om de eerste plaats (gewonnen door Blur). In oktober verbreekt Oasis alle verkooprecords met hun tweede album (What’s the Story) Morning Glory. Britpop is cooler dan ooit. Maar de triomf begint met Common People op Glastonbury. De zomer van 1995 is voor Pulp.
Cocker is nog geen 17 jaar oud als hij in 1980 Pulp begint. In 1981 krijgt de band al enige bekendheid door een radiosessie bij John Peel, maar successen blijven uit. In 1988 besluit hij toch maar te gaan studeren. Hij wordt aangenomen op St. Martin’s College in Londen, waar hij de Griekse studente uit Common People ontmoet. In veel Pulp-liedjes verwerkt Cocker zijn eigen ervaringen. Die draagt hij pratend voor als de woorden niet in het metrum passen, met een stem die doet denken aan die van David Bowie en Scott Walker. Viool, toetsen en gitaar completeren het geluid dat altijd door die stem wordt gedomineerd.
Na meer dan tien jaar kwakkelen komt er in 1992 een eerste succesje met Babies, dat Pulp een contract met Island oplevert. Het eerste album op het nieuwe label His ‘n’ Hers (1994) doet het in eigen land aardig, maar pas echt succesvol is de opvolger Different Class. Dat album verschijnt drie maanden na Glastonbury.
Wel blijft het succes van Pulp in die tijd beperkt tot het Verenigd Koninkrijk. Sinds het verschijnen van Different Class heeft Pulp slechts twee keer in Nederland opgetreden: in december 1995 in de Amsterdamse Melkweg en in 2001 op Lowlands, als hun momentum al lang voorbij is. Pulp is dan net weer uit een creatieve impasse gekropen, en hun nieuwe album We Love Life zal een paar maanden daarna uitkomen. Het vorige album, This Is Hardcore (1998), dat tweeënhalf jaar na Different Class verscheen, had hier niets gedaan.
This Is Hardcore is de grauwe weerslag van de geestelijke aftakeling van Cocker die totaal niet met zijn succes kon omgaan. De vaak duistere nummers verhalen over paranoia en verveeld tijdverdrijf met drugs en porno. Drie jaar later zal Cocker het leven opnieuw omhelzen met het album We Love Life, dat klinkt als een nieuw begin van een band die alle ellende achter zich heeft gelaten. Maar een succes wordt het niet. Een jaartje later houdt Pulp het voor gezien. Jarvis Cocker manifesteert zich met wisselend succes als soloartiest, radiomaker en schrijver, maar krijgt de handen pas echt op elkaar wanneer hij in 2011 meldt dat Pulp weer gaat optreden.
Vrijdag 24 mei zijn ze dan eindelijk weer te zien, in de Amsterdamse Afas Live. Het is de derde keer dat hun Common People hier live te horen zal zijn, en reken maar dat het hard zal worden meegezongen. Want hoewel het hier nooit een grote hit was, lijkt het ieder jaar populairder te worden en staat het sinds 2015 ook in de Top 2000.
23 jaar geleden speelde Pulp het in de grote Alpha Tent op Lowlands voor een matig geïnteresseerd publiek, dat daar vooral voor de regen leek te schuilen. Vrijdag zal het nummer wel de bijval krijgen die Pulp ook in Nederland verdient. ‘Sing along with the common people, sing along and it might just get you through.’
Pulp speelt op 24/5 in Afas Live, Amsterdam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant